JAN BASTIAANS (1917-1997); Behandelaar oorlogssyndroom

Op tachtigjarige leeftijd is gisteren prof. dr. J. Bastiaans overleden. Als psychiater kreeg Jan Bastiaans, die in 1917 in Rotterdam werd geboren, vooral bekendheid met de behandeling van slachtoffers van de Tweede wereldoorlog en mensen die leden onder de gevolgen van extreme psychische en fysieke belasting, met name het concentratiekamp- of KZ-syndroom.

Bastiaans, die in 1957 in Amsterdam promoveerde op een proefschrift over 'Psychosomatische gevolgen van onderdrukking en verzet', was bijna twintig jaar, van 1963 tot 1982, directeur van de universitaire Jelgersma-kliniek voor psychiatrie in Oegstgeest. Daar hield hij zich in het bijzonder bezig met hulp aan oorlogsslachtoffers. In vrijwel dezelfde periode was Bastiaans ook hoogleraar in de psychiatrie aan de Universiteit van Leiden.

Bastiaans kreeg vooral grote bekendheid als behandelaar van oorlogs- en verzetsslachtoffers, Door sommige bewonderaars uit die kring werd hij op handen gedragen. Volgens hem vereiste de therapie van dergelijke slachtoffers in de eerste plaats zorgvuldige behandeling van lichamelijke aandoeningen. Ook meende hij dat de behandeling soms kon worden vergemakkelijkt en versneld met psychofarmaca.

Bastiaans raakte vooral bekend door de toepassing van geestverruimende middelen, zoals het hallucinogeen LSD.

Maar deze herbelevingsmethode in de Jelgersma-kliniek was onder vakgenoten zo omstreden, dat zij uiteindelijk door de minister van Volksgezondheid werd verboden.

Bastiaans liet het er niet bij zitten en vocht terug. In zijn verzet tegen de overheid toonde hij zich steeds een verbeten doorzetter. Vooral omdat hij er zeker van was dat hij bij de honderden patiënten die hij met zijn methode behandelde, verrassende resultaten had bereikt.

Bij zijn behandelingsmethode baseerde de Leidse hoogleraar zich op Duits en ander onderzoek uit de jaren zestig, onder meer op publikaties van E.A. Cohen over het postconcentratiekampsyndroom (1969) en van P. Th. Hugenholtz uit 1970 over de 'onvoltooid verleden tijd' waarin oorlogsgetroffenen leven.

Zelf heeft Bastiaans in de jaren zeventig en tachtig regelmatig over de behandeling van oorlogssyndromen geschreven.

Vele jaren heeft Bastiaans zich ook ingespannen voor een aparte kliniek voor zijn patiënten. Begin 1972 kreeg hij dat eindelijk voor elkaar, toen de emoties rondom de oorlog hoog oplaaiden door het debat over de vrijlating van de Drie van Breda.

Aan het einde van dat jaar werd de kliniek Centrum '45 geopend, maar Bastiaans bleef er buiten. Hij wilde zijn hoogleraarschap in Leiden niet opgeven.

Pas na zijn afscheid van de universiteit heeft Bastiaans in het Centrum '45 nog oorlogsslachtoffers behandeld. Maar dan wel zonder LSD. Want dat middel van Bastiaans, die ridder was in de orde van de Nederlandse Leeuw, drager van het Croix du combattant de l'Europe en erelid van de British Psychosomatic Society, werd toen al lang niet meer toegediend.

    • Frits Groeneveld