'Ik wilde graag met één groep werken'; Choreograaf Ted Brandsen vertrekt naar Perth, Australië

Gebrek aan emplooi in de klassieke sector is de belangrijkste reden waarom de Nederlandse choreograaf Ted Brandsen naar Australië vertrekt. “Je moet accepteren dat ballet nooit het bereik zal hebben van een Spielberg-film”.

AMSTERDAM, 1 NOV. Alweer verlaat een choreograaf het Nederlandse toneel. Na Nacho Duato (Madrid), Jan Linkens (Berlijn), Krzysztof Pastor (Washington) en Martino Müller, die freelance werkt in het buitenland, zet Ted Brandsen de uittocht voort. In juli vestigt de 38-jarige choreograaf zich in Australië waar hij is benoemd tot artistiek leider van het West Australian Ballet in Perth. Tot die tijd is hij al weinig meer in Nederland. Opdrachten van buitenlandse balletgezelschappen voeren hem onder meer naar Portugal, de Verenigde Staten en Monte Carlo.

In zijn huis aan een Amsterdamse gracht laat hij foto's zien van Perth. Kilometers lange, witte zandstranden, maar ook een skyline met hoge, moderne wolkenkrabbers - een soort Dallas aan zee met 1,2 miljoen inwoners. Buiten de stad ligt een immens niemandsland met uitgestrekte, buitenaards aandoende landschappen. Adelaide, de dichtstbijzijnde grote stad, is vier en een half uur vliegen. De vrijetijdsbesteding in dit met een mediterraan klimaat gezegend gebied is vooral gericht op strand en zee, op zeilen, surfen en zonnen. Wat heeft een Nederlandse choreograaf hier te zoeken?

“Perth is het culturele centrum van westelijk Australië”, vertelt Brandsen. “Er zijn opera- en theatergezelschappen, een conservatorium, een goed museum en gezelschappen voor moderne en klassieke dans. Ik krijg bij het West Australian Ballet de vrije hand en dat is een kans die je niet vaak krijgt.”

De balletgroep in Perth bestaat uit zeventien tot achttien klassieke dansers in vaste dienst, maar de komende jaren moet dat groeien tot zo'n 22 tot 25 dansers. Tot nu toe voerde de groep vooral werk uit van hun huidige choreograaf Barry Moreland, die de afgelopen vijftien jaar het gezicht van de groep heeft bepaald. Op het repertoire stonden veel verhalende, avondvullende werken, zoals Giselle, De Notenkraker en Romeo en Julia. De publieke belangstelling voor de groep was echter tanende. Aan Brandsen de taak er nieuw leven in te blazen.

“In zo'n stad waar niet zoveel gezelschappen van buiten op bezoek komen, is behoefte aan een nieuw gezicht en nieuw repertoire. Ik ben vooral geïnteresseerd in balletten van nu en van de afgelopen twintig jaar, al zal ik wel korte, klassieke pas-de-deux blijven doen. Ik wil een repertoire opbouwen met werk van mezelf en andere choreografen van nu. Daarmee gaan we ook op tournee in Australië en Zuidoost-Azië en later hopelijk ook in Amerika en Europa, want in Perth kun je niet honderd voorstellingen per jaar geven.”

Brandsen werkt sinds 1991 als freelance choreograaf. De meeste van zijn - neo-klassieke - balletten zijn enthousiast ontvangen. Na zes jaar was hij toe aan een vaste aanstelling. “Ik wilde graag langere tijd met eenzelfde groep kunnen werken. Maar in Nederland kun je als klassiek georiënteerd choreograaf je brood niet verdienen, tenzij je aan een groot gezelschap verbonden bent en daar is op dit moment geen plaats voor mij. Bij de moderne dans ligt het anders. Daar kun je eigen projecten opzetten, waarvoor je vervolgens subsidie krijgt. Klassieke dans leent zich niet voor het creëren van eigen groepjes, want er zijn niet genoeg loslopende, klassiek getrainde dansers die de spitzentechniek beheersen. De goeden zitten of in het buitenland, of bij de grotere gezelschappen als het Nationale Ballet, Introdans en Scapino.”

Ted Brandsen begon pas op 19-jarige leeftijd te dansen. Na het gymnasium studeerde hij een jaar onder meer Engelse literatuurgeschiedenis, sociologie en toneel aan het Hamilton College in de staat New York, maar raakte daar in de ban van het ballet. Terug in Nederland begon hij zijn opleiding bij de Scapino Ballet-academie en werd nog voor het eindexamen geëngageerd door Het Nationale Ballet. Tien jaar danste bij dit gezelschap en werkte hij mee aan choreografieën. In 1991 besloot hij zich geheel aan de choreografie te wijden, op freelance basis. Zijn eerste grote balletten hadden meteen succes. Bekende werken van hem zijn Four Sections, Crossing the Border, Bach Moves en Blue Field, die hij maakte voor het Nationale Ballet, maar die ook door andere gezelschappen zijn overgenomen. Voor Introdans maakte hij Parcours en Tryst. Verder werkte hij onder meer voor het Nationale Ballet van Portugal, het Ballet-Theâtre de Bordeaux, het Staatsballet in Istanbul en het inmiddels opgeheven Djazzex.

Brandsen wordt door critici geprezen als een bekwaam en intelligent vakman wiens balletten opvallen door de heldere opbouw, het fraaie lijnenspel en de subtiele bewegingen. Hij baseert zich op de klassieke ballettechniek, maar combineert die met de losheid van de moderne dans.

Het had voor de hand gelegen dat hij zijn carrière had voortgezet bij het Nationale Ballet, waarvoor hij zoveel werk heeft gedaan. Brandsen: “Ik blijf wel opdrachten doen voor het Nationale Ballet, maar er is een andere situatie dan in de jaren zeventig en tachtig. Het ballet beleefde toen een 'boom', het was 'in', er gebeurde veel en er kwamen steeds nieuwe sterren aan het firmament. Er gebeurt nog steeds veel, maar de ontwikkelingen zijn minder spectaculair dan toen. Het Nationale Ballet had vroeger de 'gouden driehoek' met Rudi van Dantzig, Hans van Manen en Toer van Schaijk. Daarvan is alleen Van Schaijk overgebleven. Voor een vaste huischoreograaf erbij is geen plaats meer .”

Volgens Bransen is er vooral bij de jonge generatie een afname in de publieke belangstelling. “Ze denken dat het theater van pappa moeilijk en ouderwets is en willen iets dat meer aansluit op deze tijd. Ik denk dat gezelschappen daar in de publiciteit niet goed op inspelen. Je moet duidelijk maken dat het interessant is om naar een dansvoorstelling te gaan. Dat de fysieke inspanning en de lichaamspoëzie het juist spannend maken, als je je ervoor openstelt. Maar ik realiseer me dat dat niet makkelijk is. Ballet is nu eenmaal een kunstvorm die nooit het bereik zal hebben van een Spielberg-film. Dat moet je accepteren, maar het is wel de bedoeling dat je voor volle zalen danst.”

    • Gerda Telgenhof