Hollands Dagboek

Vandaag komt het miljoenste exemplaar van de maandelijkse Amsterdamse Daklozenkrant Z uit. Het eerste nummer verscheen in de zomer van 1995; de oplage is inmiddels gestegen tot 70.000. Een exemplaar kost twee gulden: één voor Z, één voor de verkoper. Deze week de belevenissen van Maurits en Joop, dakloze verkopers; Cecil, eens dakloos en nu bestuurslid van de Stichting Z; en journaliste Joke van Kampen, hoofdredacteur. Zij schreef hierover voor Uitgeverij Podium het boekje 'Van de Straat' dat vandaag verschijnt.

Woensdag 22 oktober

MAURITS: Onder de brug, schuin tegenover het sjieke hotel waar ik ooit eens werkte, word ik wakker. Het was koud. De wind waaide in mijn slaapzak in plaats van eroverheen. Een nieuwe dag begint. Door omstandigheden kan ik vandaag niet douchen. Mijn vaste inloopadres is helaas dicht. Dan maar naar de McDonald's op het Rokin. Koffie drinken. De vaste bezoekers waren allemaal aanwezig. De hamburgerketen is wat men noemt 'daklozen-vriendelijk'. Iedereen is welkom en 's morgens is daar het tweede kopje koffie gratis.

Nadat ik in een supermarkt brood en beleg gekocht had, ging ik naar de krant. Daar was iemand die alleen beleg had, dus werd het geruild tegen brood. Allebei wat, en zo help je elkaar. Vijf krantjes uitgeleend aan iemand die onduidelijke problemen had. Na een tijdje doelloos door de stad gelopen te hebben, ga ik richting V&D in de Kalverstraat, want daar is mijn vaste stek. Het marktkraampje aan de ene en ik aan de andere kant van de ingang. De kranten uit de rugtas halen en dan maar beginnen. Met een niet al te luide stem 'De daklozenkrant, de leukste krant van Nederland, koop en lees de daklozenkrant. De daklozenkrant slechts twee gulden.' Dat zijn mijn vaste kreten om de krant aan de man te brengen. Verder probeer ik oogcontact te krijgen met het winkelende publiek. Veel mensen hebben hem al ergens anders gekocht, want we zitten in het tweede gedeelte van de maand. Een jong meisje geeft me een knaak en zegt 'het boekje hou je maar'. Terwijl ze doorloopt kan ik nog net bedankt, merci zeggen.

De verkoop van de kranten verloopt moeizaam. Ik besluit, zodra ik genoeg geld heb, snel weer te verdwijnen. Twee agenten die hun ronde doen, groeten vriendelijk. Een paar oudere dames vragen waar het nieuwe winkelcentrum is en vriendelijk verwijs ik ze naar de overkant. 'Dank u wel, meneer'. In dit soort situaties vraag ik nooit of ze alstublieft een krantje willen kopen, want dan kun je wel eens negatieve reacties krijgen, zoals 'ik ben niet dakloos en heb die krant niet nodig', en zo is er nog een heel scala van negatieve opmerkingen die ik allemaal al een keer eerder gehoord heb. Een paar keer per dag gebeurt zoiets. Een gezin uit Vught koopt een krant omdat ze het een belangrijk project vinden.

Om 15.45 arriveert het draaiorgel en speelt gezellige muziek. Het meisje van de bewaking komt even een praatje maken en vraagt of ik met de extra koopavond blijf werken. Maar op koopavonden heb ik het niet zo. Nadat ik genoeg geld heb voor de dagelijkse gang van zaken, zoals de bagagekluis, koffie en eten, stop ik om ± 17.00 uur, en zoek de goedkope Chinees op voor een portie mihoen en ga vroeg slapen. Morgen is er weer een dag.

Donderdag

Nadat mijn luchtbed en slaapzak weer veilig opgeborgen zijn, met de tram naar de Munt om koffie te drinken en verder wakker worden bij de McDonald's. Verdiept in de sportkrant bemerk ik dat het al half elf geweest is. O jee. De tijd vergeten. Snel loop ik naar de Kloof, het inloophuis op de Kloveniersburgwal. De straat waarover ik loop, is mijn thuis. Mijn tweede thuis is de Kloof. Hier wordt iedereen gerespecteerd en in zijn waarde gelaten. Kortom, ik word niet als zwerver behandeld. Dat is voor mij de belangrijkste reden waarom ik nooit meer naar de geüniformeerde hulpverleners zal gaan.

Ik bel aan. De deur gaat open en ik word bij mijn naam welkom geheten. Bij de bar geef ik mij op voor de douche. Je bent nummer vijf, zegt de coördinatrice Margo. Ik kijk op de lijst en zie dat er bij elkaar twaalf man zijn voor kleding. Het systeem is simpel. Als ik ga douchen, wat een gulden kost, dan kan ik mijn kleding omruilen. Die wordt daarna gewassen en weer in de rekken gehangen. Ik heb van top tot teen schoon goed aan. Maar als ik aan de beurt ben, zijn de mooiste truien al weg. Ik kijk naar het rek en vind toch nog een nette trui. Maar door het schreeuwende tekort aan goede kleding kan ik geen mooie spijkerbroek vinden. Ruurd stelt voor om vanmiddag terug te komen, dan zal hij kijken wat hij kan doen.

Onder de warme douche word ik weer mens. Na nog wat gebabbeld te hebben, ga ik om 12 uur werken. Ik zit beter in mijn vel dan gisteren en om half een verkoop ik mijn eerste krantje. Ik begin aardig honger te krijgen. Nog een krantje verkopen dan kan ik wat te eten halen. Ineens staat Willem voor mij en geeft wat geld omdat ik hem ooit geholpen zou hebben. Ik kan het me niet herinneren. Hij is in opperbeste stemming en stelt zijn aanstaande bruid Annette aan mij voor. Ze zijn vandaag in ondertrouw gegaan en hopen snel van de straat af te zijn om samen een nieuw leven op te bouwen. Ze zien er beiden verzorgd uit en stralen van geluk. Ik hoop dat ze gauw een huisje vinden, want ze verdienen het. Nu snel naar bakker Bart even verderop om een Italiaanse bol te eten met extra rauwkost erop. Het doet me goed.

Daarna weer snel verder met werken. Het gaat moeizaam, al doe ik nog zo mijn best. Ik ga naar de Kloof voor een kopje koffie en een andere spijkerbroek. En snel weer aan het werk. Om half zes stop ik ermee. Ik tel mijn geld en zie dat ik nog vijf gulden over hou en besluit mezelf te trakteren op een bokbiertje bij de Haater, het kroegje waar ik tijdens Happy Hour voor ƒ 2,25 een bokje kan kopen. Een slaapmaatje komt binnen. Hij heeft zijn uitkering gevangen en trakteert me op een Hajenius-sigaar. Zo werd het toch nog een fijne dag.

Vrijdag

CECIL: 7.30 uur. Opstaan, douchen en eten maken voor mijn dochter Cheryl en haar naar school brengen. Daarna naar de Stichting Z aan de Korte Prinsengracht 91. Ik kom daar omstreeks tien uur alwaar ene Albert op mij wacht voor het gesprek dat ik met elke nieuwe verkoper heb. Bij dat gesprek ga ik na of hij wel in aanmerking komt om ons krantje te mogen verkopen. Onder het genot van een bakje koffie leg ik hem uit hoe het bij de Z werkt en vraag naar zijn verleden, waar hij slaapt, hoe hij dakloos is geraakt en waarom hij de Z krant wil verkopen. Albert heeft zoals vele andere verkopers, een verhaal waaruit een triest en bewogen verleden blijkt. En waarvan de inhoud vertrouwelijk is en blijft. Nadat ik hem weer moed heb ingesproken en succes heb toegewenst krijgt hij van de stichting tien gratis krantjes en een Z-tasje om te beginnen. Hierna krijg ik Salam te spreken, die ook wil gaan verkopen, en daarna Johan.

Om ± 16.00 uur naar Dennis, ook een Z-verkoper die een week geleden voor het eerst in 22 jaar een huis op zijn naam heeft gekregen. Hij vroeg mij om drie lichtpanelen voor hem te installeren. Daarna gauw naar huis om voor mijn dochter en mezelf te koken. Ja, zo kan een vrije dag ook weleens druk zijn.

Zaterdag

Lekker uitslapen en rustig aan doen. Wel voor 12.00 uur boodschappen halen en een cadeautje kopen, want m'n zus is jarig. Cheryl, mijn dochter van elf, heeft ook een leuk kaartje uitgezocht voor haar lievelingstante. Beide kanten van de envelop heeft ze versierd met tekeningetjes van slingers en ballonnen in prachtige kleuren. Om ± 14.30 uur vertrekken we van huis en gaan we naar het familiefeestje.

Neefje Egbert, oom Hein en tante Winifred zijn er ook al en ik ga even voor zo'n uurtje naar de Z-krant om nog de sfeer te proeven van koffie drinkende daklozen. Onderwijl houdt ons vrijwilligersteam zich bezig met het verkopen van de krant aan onze daklozen, administratieve werkzaamheden en het doen van de afwas. Om 16.30 uur worden de laatste krantjes verkocht en de verkoop wordt gesloten. Daarna zetten we alles gereed voor de volgende verkoopdag. Ik ga terug naar dat familiefeestje en blijf daar tot laat in de avond.

Zondag

JOOP: Ik word wakker in het Stoelenproject, een opvang voor daklozen, en denk bij mijn eigen 'waar ben ik?' Al snel realiseer ik het me en kleed me aan. Om acht uur verlaat ik het Stoelenproject en ga ik op pad om de kar van het duivenvoerproject op te halen, een project waarmee daklozen wat kunnen verdienen met de verkoop van duivenvoer op de Dam. De verkoop ging niet zo goed, de muziek op de Dam stond te hard. Na een paar uur verkopen ben ik toen maar een biertje gaan halen. Toen ik dat biertje gehaald had, kreeg ik een ingeving dat ik naar het Stoelenproject moest, maar toen was ik weer te laat en moest ik de nacht buiten slapen.

Maandag

Buiten geslapen, werd wakker. Een vrije dag van het duivenvoerproject. Ik ben een kopje koffie gaan drinken bij Z. Kreeg vervolgens ruzie met een andere verkoper, die liep te zeuren om een stukje zeep voor het toilet. Toen dacht ik bij m'n eigen 'ik zal hem maar geen dreun geven, want ik moet straks de verkopersvergadering voorzitten en dan schorsen ze me'. Toen was het inmiddels half twaalf. Ik ben dus geen krantjes gaan verkopen want de verkoop loopt altijd zo slecht aan het eind van de maand. Ik ben blij dat de krant in de toekomst eenmaal per twee weken uit gaat komen.

Om twaalf uur verkopersvergadering. Het was de eerste keer dat ik de vergadering moest voorzitten. Aan het begin had ik er een klein beetje moeite mee, want ik kreeg een droge keel. Gaandeweg ging het vanzelf. Na de vergadering heb ik nog mijn vrienden op de Dam bezocht. Tegenwoordig is het niet meer zo vrolijk als in de zomer. Kinderen zijn gelukkig altijd wel vrolijk en daar praat ik het meeste mee. Toen ben ik naar de Stoelen gegaan, waar ik goddank weer naar binnen mocht.

Dinsdag

JOKE: Een dag zoals er veel te veel zijn in mijn leven tegenwoordig. Trein naar Hilversum, werken, trein terug, direct naar Z, patatje, vergaderen.

De verkopersraad vergadert. De verkopersraad is een soort ondernemingsraad van Z. Het zijn vertegenwoordigers van de verkopers die zich bezighouden met alle zaken Z en de verkoop betreffende. De verkopersraad organiseert vergaderingen waar elke Z-verkoper welkom is, en brengt wensen, kritiek, problemen en voorstellen over naar het bestuur en de redactie. De penningmeester legt uit dat we iets moeten veranderen aan onze gewoonte om in de eerste week van de maand oude kranten om te wisselen voor nieuwe. De Z-verkopers zijn officieel kleine zelfstandigen en dienen dus volgens de belasting en de penningmeester zelf een zeker bedrijfsrisico te lopen: dus geen oude kranten meer inruilen voor nieuwe. Te veel kranten gekocht, dat is dan jammer.

Maar zoals gewoonlijk ligt het weer wat ingewikkelder. De eerste dagen van de maand verkoopt Z altijd heel goed, dus willen er veel mensen Z verkopen. Mensen die zichzelf niet zo erg vertrouwen met contant geld op zak kopen dus de laatste dagen van de maand kranten. Daar kun je tenslotte geen genotmiddelen meer voor aanschaffen. Op de eerste dag van de nieuwe maand ruilen ze die in. Zo weten ze zeker dat ze in het begin van de maand Z kunnen kopen en verkopen. Dan doen we het toch weer anders. De eerste week van de maand mogen er 25 oude kranten worden ingeruild. De verkopersraad benadrukt dat we er strenger op moeten toezien dat de regels worden nageleefd. De verkopers weten als geen ander dat vervelend gedrag van een verkoper direct consequenties heeft voor allemaal.

Na de verkopersraad vergadert het bestuur met de coördinatoren van distributie, administratie en de hoofdredactie. Maar de hoofdredacteur heeft het een beetje gehad en deserteert. Om iets te doen wat ik tegenwoordig veel te weinig doe: een genoeglijke avond met een oude vriend waarbij we alle roddels uit krantenland onder het genot van rijsttafel en bier uitvoerig doornemen.

Woensdag 30 oktober

De eerste cameraploeg alweer om halftien over de vloer. Het interview gaat over het boek, over het miljoenste exemplaar van Z en over de straatkranten van Rotterdam, Limburg en Utrecht die samen een nieuw blad gaan uitbrengen. De interviewer veronderstelt onmin tussen straatkranten en een toenemende commercialisering. Wat een onzin. Z is een Amsterdams magazine en dat willen we zo houden. Maar dat wil niet zeggen dat we niet goed samenwerken met anderen. Concurrentie misschien? Nee natuurlijk niet, want we verkopen in andere steden. Commercieel? We willen meer advertenties werven, ja, maar er is niks commercieels aan Z. We krijgen geen subsidie en bekostigen de krant en alles er omheen uit de opbrengst, maar de winst gaat linea recta naar projecten die aan daklozen ten goede komen.

De redactievergadering verloopt geanimeerd. Z heeft een trouwe redactie, vrijwel iedereen is al vanaf het begin erbij betrokken. Vanaf 1 januari gaat Z eenmaal per twee weken verschijnen en de voorbereidingen daarvan vergen tijd en overleg. En uiteraard moeten er nog een miljoen dingen geregeld worden voor de presentatie van het boek aanstaande zaterdag. Als de vergadering is afgelopen is het niet gedaan: er zijn nieuwe liefdes te bespreken, iemand moet examen doen, een ander heeft waarschijnlijk een nieuwe baan. Hoogste tijd voor het café.