Het Tineke-model

HOE TINEKE WEER hoop in de harten van de armen en verdrukten denkt te brengen. Zo valt kernachtig samen te vatten de heldenrol van de socialistische voorvrouw, staatssecretaris Tineke Netelenbos, beschreven in het blad Uitleg:

“In verloederde wijken waar voor veel mensen een uitzichtloze situatie bestaat, waar men de draad van de samenleving niet meer kan oppakken, de ene generatie de werkloosheid aan de andere doorgeeft, waar de bewoners zich in armoede bevinden; in zulke buurten kan de school als centrum van de buurt een sterke functie vervullen, doordat je de school en andere welzijnsinstellingen laat samenwerken. Via zo'n instituut kan je weer hoop in het leven van de bevolking brengen.”

Waarom maakt dit soort taal mij razend? Omdat wat hier als oplossing wordt aangedragen al decennia lang gedaan wordt en geen zier heeft bijgedragen aan het doorbreken van de hier geschetste patroon in de in het algemeen overwegend zwarte achterstandswijken.

Enige tijd geleden nam ik deel aan een radiodiscussie met een aardige mevrouw die racisme bestreed. Het was een programma waarbij luisteraars kunnen meepraten. De antiracistische mevrouw wilde ouders verplichten hun kinderen in de buurt op school te doen. De allochtone luisteraars die belden, vertelden allen zonder uitzondering dat zij daar tegenstander van waren, dat zij zelf of hun kinderen hun meer dan gemiddelde schoolopleiding hadden te danken aan het gemengde onderwijs dat zij hadden gevolgd, dat zij bewust hadden gekozen voor de school buiten de eigen buurt.

Ik heb altijd gedacht dat de Tineke-aanpak om allochtonen te verheffen via zwarte scholen met ondersteuning van het welzijnswerk zou eindigen zodra het ontbreken van resultaten duidelijk zou zijn. Helaas heeft dit niemand de ogen geopend. Vervolgens was mijn hoop gevestigd op de geslaagde immigranten zoals Z. Arslan, onderwijsmedewerker van Forum, het landelijk instituut voor multiculturele ontwikkeling. In een gesprek met de Volkskrant van 27 september signaleert hij dat de helft van alle allochtone leerlingen geconcentreerd zit op 6 procent van de scholen. Als we zwarte scholen niet witwassen, is zijn overtuiging, zet de segregatie in de samenleving zich voort. Arslan is niet de eerste allochtone voorman die zich in deze zin uitlaat, maar ook de eigen stem van de allochtonen vermag het niet de ideologen van het buurthuisconcept te vermurwen.

Gelukkig gloort er hoop. Die is gevestigd op een drijfveer die, zoals het CDA terecht stelt, amoreel is, namelijk de markt. In de Verenigde Staten is het inmiddels zo ver. In het zoeken naar stille arbeidsreserves zijn vrouwen en ouderen uitputtend gemobiliseerd. De enige reserve die nog rest is te vinden in de zwarte getto's, waar, in de woorden van de staatssecretaris, in verloederde wijken voor veel mensen een uitzichtloze situatie bestaat. In die wijken heeft het buurthuiswerk plaats moeten maken voor managers in pakken die scholen afrekenen op hun resultaten en directeuren vervangen wanneer zij onder de maat blijven. Leerlingen die onvoldoende werken, moeten in de zomermaanden verplicht naar school. Mr. Vallas, de projectleider van een dergelijk grootscheeps project in Chicago in een gesprek met de New York Times: “Children need to know early in their lives that there are consequences, positive and negative, for their actions. It's a disgrace to let them slide, to believe they can't archieve. They can. And we don't want to lose any of them.” Met dit laatste komt de aap van de markt uit de mouw, maar, zou ik de staatssecretaris willen vragen, so what?

    • Leo Prick