Het kapitaal wordt bang

Heilzaam, nuttig, gezond, weldadig of zegenrijk. Die vertaling geeft het woordenboek van het Engelse salutary. De president van de Amerikaanse centrale banken, Alan Greenspan, noemde de forse correctie op de internationale aandelenbeurzen op woensdagavond een “salutary event”, en bracht daarmee weer wat kalmte terug in de dealingrooms, waar vanaf maandag met de klok mee over de aardbol de koersen van aandelen naar beneden waren gestuurd.

Zegenrijk, heilzaam of zelfs nuttig was de beurscorrectie misschien wel voor de Westerse beurzen. Dat de economie van de VS “fundamenteel gezond” is, werd gistermiddag nog eens onderstreept door verse gegevens over het bruto binnenlands produkt in het derde kwartaal. Dat is niet alleen flink gegroeid, met 3,5 procent op kwartaalbasis, de bijbehorende inflatie-index gaf ook nog de kleinste stijging te zien in vijf jaar.

Alles wel dus in het Westen. Maar daarbuiten dreigt een veel ernstiger ontwikkeling dan de simpele koude douche waarvan Londen, Frankfurt en New York bij nader inzien ook zelf wel vonden dat zij hem nodig hadden. De financiële crisis in Azië, en de schokgolf die deze week over de globe trok, kan bij financiers en beleggers zorgen voor een radicale ommekeer in hun risico-perceptie. De slachtoffers daarvan vallen in de gebieden buiten de harde Atlantische kern.

Het risico-spook maakte deze week geen onderscheid tussen bedrijven en overheden, en tussen lengte- en breedtegraden. Op dinsdag kelderden aandelen in Hongkong met 18,8 procent. Op dezelfde dag schoot de rente op kortlopend Russisch schuldpapier van 19 procent naar 27 procent. In Argentinië en Brazlië doken dollar-obligaties omlaag, waardoor het renteverschil met de Verenigde Staten in twee dagen tijd in een onvoorstelbaar tempo verdubbelde naar tegen de zeven procent. Zelfs binnen Europa maakte het spook oude reflexen los. Het renteverschil tussen Italië en Duitsland wordt geacht vrijwel dicht te lopen als in mei volgend jaar de muntunie wordt beklonken. Zo sterk is het geloof in Italiaanse deelname aan de EMU dat zelfs een diepgaande regeringscrisis drie weken geleden niet zorgde voor een oplopend renteverschil tussen Duitsland en Italië. Maar deze week klaarde de bijna-krach dat karwei met gemak: het renteverschil liep op van 0,5 procent naar 0,7 procent.

Wat opvalt is dat de financiële markten in het Westen al weer wat zijn teruggeveerd van de klap van maandag en dinsdag. In de 'opkomende markten' van Azië, Latijns-Amerika en Oost-Europa is dat veel minder het geval. Daar bleven de beurskoersen de rest van de week per saldo dalen, bleven de rentes hoog, en bleven de valuta's onder druk.

Dat kan niet zonder gevolgen blijven voor een categorie landen die zich de laatste jaren sterk heeft verlaten op instromend kapitaal. Volgens gegevens van het Internationale Monetaire Fonds, gaven de opkomende markten in 1996 voor 101 miljard dollar aan obligatieleningen uit - veertien maal zoveel als in 1990 - en was dit bedrag in het eerste kwartaal van dit jaar al weer 28 miljard dollar. Er werd in 1996 voor 16 miljard dollar aan aandelen op de markt gebracht - vijftien maal zoveel als in 1990. Aan (gesyndiceerde) bankleningen ging er 79 miljard dollar naar de opkomende markten (driemaal zoveel als in 1996), en aan andere kortetermijnleningen ging er nog eens ruim 30 miljard naartoe. Gegevens over het eerste kwartaal gaven aan dat het tempo van kapitaalverstrekking gelijk is gebleven, en zelf licht is gestegen.

Wat gebeurt er als hier abrupt een eind aan komt? Deze week regende het uit- en afstel van geplande emissies van aandelen en obligaties. Argentinië maakte maandag bekend zich voor de rest van het jaar terug te trekken van de internationale obligatiemarkt, en de verwachting is dat andere opkomende landen dat voorbeeld volgen.

Zo tekent zich een ommezwaai af in de risicoperceptie van Westerse banken en beleggingsinstellingen, die er toe kan leiden dat de kapitaalmarkt voor opkomende landen tijdelijk opdroogt. Landen met grote schuldposities hoeven normliter niet in problemen te komen. Maar als zij hun leningen plots niet meer kunnen verversen, komen zij dat wel. Het is alsof de bank plots de rekening courant-krediet van een kleine ondernemer opzegt. Zijn zaak kan nog zo goed draaien, maar het opdrogen van krediet overleeft hij niet.

Dat werpt een ander licht op de besmetting van de Azië-crisis. Die springt niet zozeer rechtstreeks van de ene 'emerging market' naar de andere. Hij keert telkens terug naar de navel van de financiële wereld, in Londen en New York, om van daar uit een andere verre markt aan te tasten. De globale risico-perceptie speelt daar een hoofdrol in. Een opleving van extreem risicomijdend gedrag is daarbij even schadelijk als het exreem risicozoekend gedrag van banken en beleggers dat het Zuidoost-Azië om te beginnen mogelijk heeft gemaakt in de problemen te komen.

    • Maarten Schinkel