Handel domineert relatie VS en China

De Verenigde Staten en China schoeien hun onderlinge verhouding op een nieuwe leest, zo bleek deze week tijdens de topontmoeting tussen president Clinton en zijn Chinese ambtsgenoot Jiang. Die verandering is volgens Willem van Kemenade vooral ingegeven door economische overwegingen.

Het was een topontmoeting met sobere verwachtingen en beperkte concrete resultaten, maar toch was zij van immense symbolische, psychologische en historische betekenis.

Een contract met Boeing voor nog eens 50 vliegtuigen, een overeenkomst die Amerikaanse bedrijven toestaat kerncentrales aan China te leveren en intensivering van de strijd tegen internationale misdaad en drugshandel zijn geen overtuigende pronkstukken voor een top tussen de gevestigde en de opkomende supermacht. Maar wat de top zo belangrijk maakt, is dat Amerika en China na acht jaar bitterheid, confrontatie en vijandigheid officieel het punt hebben bereikt om zakelijk, respectvol en constructief met elkaar om te gaan. Volgend jaar zal Clinton naar China reizen voor een nieuwe top.

Geen van beide mogendheden heeft essentiële concessies gedaan. De agenda van conflictpunten geldt vrijwel onverminderd: de mensenrechten, Taiwan, Tibet, Chinese wapenproliferatie in de Derde Wereld, kwalijke handelspraktijken, schending van intellectuele eigendomsrechten, enzovoort. De hoofdstroom in Amerika heeft ten aanzien van de eerste twee punten, die China's soevereiniteit betreffen, besloten de Chinese gevoeligheden wat meer te ontzien. En China heeft ten aanzien van de laatste punten een flexibeler houding ingenomen.

De mensenrechten zijn de meest luid omstreden kwestie tijdens de top geweest. Luid vanwege de vele demonstraties die Jiang overal te wachten stonden, en omstreden omdat een vraag over China's ernstigste schending van de mensenrechten - de bloedige repressie van demonstranten in 1989 - tot een woordenwisseling tussen de twee presidenten leidde die van hun gezamenlijke persconferentie een 'openbaar debat' maakte.

Jiang zei dat deze onderdrukking China de stabiliteit had gegeven die hervormingen en openingen naar de wereld mogelijk hadden gemaakt. Clinton onderbrak hem en zei dat China in vele opzichten het historische gelijk aan zijn kant had, maar dat het in dit opzicht historisch fout zat. Vijf jaar geleden, tijdens zijn eerste verkiezingscampagne betitelde Clinton de Chinese leiders als tirannen die hij hard zou aanpakken. Nu stond hij oog in oog met China's nieuwe topleider en kritiseerde hem in mildere, maar even zwaarwichtige termen. Jiang zei daarover later met een brede glimlach, in het enige interview dat hij tijdens zijn bezoek gaf, dat zoiets “tussen goede vrienden” moet kunnen.

Jiang was orthodox in al zijn uitspraken. Hij bevestigde dat zijn geloof in het communisme onverminderd is en dat hij marxist is, maar voegde eraan toe dat Marx een goede sociale wetenschapper was maar gebrek aan praktijk had. Met andere woorden: China's “socialistische markteconomie” is de nieuwste praktische, creatieve toepassing van het marxisme.

Amerikaanse commentatoren hameren er op dat Jiang telkens de verkeerde dingen zegt. Een leider van een groot, dictatoriaal land in overgang, die in het openbaar voortdurend berouw en nuance toont, versnelt alleen maar - zoals Gorbatsjov - zijn eigen ondergang, en die van zijn land.

Populariteit zal Jiang niet verwerven. Als hij er maar in slaagt zijn imago en dat van China wat gunstiger, humaner te maken. Jiangs vrouw - een simpel, fragiel, ouderwets grootmoedertje, in alle opzichten de antithese van Hillary Clinton - helpt deze boodschap van zachtaardigheid over te brengen.

Tot dusver is er ondanks alle demonstraties niets misgegaan. Het contact tussen de twee leiders, die elkaar vier keer eerder (Seattle, Moskou, New York, Manila) hebben ontmoet, is nu wat vlotter en spontaner. Jiang heeft duidelijk moeite gedaan zijn gebrekkige Engels te verbeteren. Net als wijlen Deng Xiaoping heeft hij een zoon die een doctorsgraad van een Amerikaanse universiteit heeft.

Van beslissende betekenis is of Jiang erin slaagt een nieuwe historische dimensie aan de wisselvallige geschiedenis van de Chinees-Amerikaanse betrekkingen toe te voegen. De handdruk in 1972 tussen president Richard Nixon en voorzitter Mao veranderde de wereldperceptie van China op slag en baande de weg voor de Amerikaanse overwinning in de Koude Oorlog. De foto van Deng Xiaoping met een enorme cowboy-hoed tijdens een Rodeo in Texas in 1979 symboliseerde het begin van China's transformatie van een revolutionair naar een economisch-reformistisch land.

Kan Jiang ook zo'n mijlpaal plaatsen? Na zijn redelijk succesvolle verblijf in Washington is hij in New York vernederd door de weigering van gouverneur George Pataki en burgemeester Rudy Giuliana om hem te ontmoeten - diplomatie in brutale New Yorker stijl. En op de Harvard Universiteit in Boston wacht hem een vijandige ontvangst, wanneer hij daar een toespraak zal houden. Hij wil echter per se gaan, hetgeen aanvaarding van Amerikaanse waarden en methoden impliceert.

Wat de symbolische en historische erfenis van het bezoek ook zal zijn, er zijn goede werkrelaties op intergouvernementeel niveau gelegd die kunnen voorkomen dat er de komende jaren dezelfde venijnige conflicten over netelige kwesties zullen uitbreken als in het nabije verleden.

In de eerste plaats is er Taiwan. Het dieptepunt in de Chinees-Amerikaanse betrekkingen inzake Taiwan was de Amerikaanse toestemming voor een onofficieel bezoek van president Lee Teng-hui aan de Cornell Universiteit in juni 1995. Herhaaldelijk voerde China toen militaire manoeuvres en proeven met raketten uit rondom Taiwan. Dat werd gezien als het begin van een campagne van pressie, blokkade en intimidatie om Taiwan op de knieën te dwingen.

Na de verschijning van twee Amerikaanse vliegdekschepen in maart 1996 is China echter tot de status quo ante teruggekeerd. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft onlangs openlijk verklaard dat de reis van Lee Teng-hui een fout is geweest. China is opnieuw bereid geduld te oefenen met het oog op vreedzame hereniging, mits Amerika zijn steun voor Taiwan niet opvoert en Taiwan zich niet onafhankelijk verklaart. De VS en Taiwan beseffen beide dat ontspannen onderlinge betrekkingen de beste veiligheidsgarantie voor Taiwan zijn.

In de tweede plaats is er Tibet. Voor de Amerikaanse regering is Tibet primair een kwestie van mensenrechten. Jiang heeft China's staat van dienst in Tibet verdedigd door de onderdrukking van de Tibetaanse opstand in 1959 te vergelijken met de emancipatie van de Amerikaanse slaven. Deze absurde analogie heeft nieuwe stromen van protest in Amerika opgeroepen. De Amerikaanse regering wenst tevens een dialoog tussen Peking en de Dalai Lama. Activisten, onder wie Hollywood-acteurs, steunen de Tibetaanse onafhankelijkheid. China verwacht nu dat de kwestie-Tibet pas na de dood van de Dalai Lama (61) kan worden opgelost. De Dalai Lama zei onlangs op televisie in de Larry King Show dat hij niet wist of hij opgevolgd zou worden en of het volk dit instituut nog wenste.

Ten derde, de verspreiding van en de controle op wapens. Op deze gebieden is China overwegend coöperatief en heeft het een aantal multilaterale overeenkomsten ondertekend. Washington eist stopzetting van Chinese raketleveranties aan landen als Iran, Irak, Pakistan, Libië en Noord-Korea. En China is coöperatief in het voorkomen dat Noord-Korea een kernmacht wordt. Het heeft ook de garantie gegeven dat het geen nucleaire technologie (meer) aan Iran zal leveren, in ruil voor Amerikaanse leveranties van nucleaire technologie.

Verder is er op het gebied van de handel wel enige vooruitgang geboekt, maar in onvoldoende mate, zodat de VS de spoedige toetreding van China tot de wereldhandelsorganisatie WTO zal blijven dwarsbomen.

Ten slotte hebben de Chinezen op het gevoelige gebied van de mensenrechten een gebaar gemaakt. Zo zullen ze een delegatie Amerikaanse religieuze leiders verwelkomen. Verder zal Amerika China helpen bij de verbetering van de Chinese rechtsorde, met name in de vorm van opleiding van advocaten, officieren van justitie en rechters. Er wordt op meer gehoopt, maar garanties zijn er niet. De demonstraties, de kille ontvangst voor een groep Congresleden en de eloquente woorden van Clinton zullen wellicht hun uitwerking op de Chinese leiders hebben en de weg banen naar een effectieve dialoog. Australië en Canada hebben een bilaterale mensenrechtencommissie. Met de Amerikanen willen de Chinezen daar vooralsnog niet aan beginnen vanwege het confronterende karakter van de Amerikaanse kritiek. In de VS wordt nu in toenemende mate aanvaard dat andere methodes moeten worden beproefd om China tot verbetering van de mensenrechtensituatie te bewegen. In Nederland heeft dit besef nog slechts beperkt ingang gevonden.

Rest de vraag of de 'normalisering' van de betrekkingen primair is ingegeven door politieke, strategische en humanitaire factoren. Waarschijnlijker is dat economische en commerciële factoren bepalend zijn geweest, direct en indirect. China is nu in de meest kritieke fase van zijn economisch hervormingsproces beland.

De staat zal zich de komende jaren terugtrekken uit meer dan 300.000 staatsbedrijven en deze grotendeels privatiseren, overigens zonder het zo te noemen. Miljoenen mensen zullen hun banen verliezen en lang niet allen zullen omgeschoold kunnen worden voor nieuwe banen. China gaat een periode van sociale en, onvermijdelijk, ook politieke onrust tegemoet. Tegen deze achtergrond kan China zich geen wisselvallige, slechte betrekkingen met een oppermachtig land als Amerika permitteren. Amerikaanse pressie en vijandigheid veroorzaken een psychologische hoogspanning in China die crises zullen oproepen en versnellen.

Daarbij komt nog het grote economische belang dat China bij een expansie van Amerikaanse investeringen heeft. Het Amerikaanse aandeel in de buitenlandse investeringen in China bedraagt slechts 9,65 procent, terwijl de Chinese export naar de VS 17,68 procent van de totale export en Chinese import uit de VS slechts 11,65 procent van de totale import bedraagt. Het grote Amerikaanse bedrijfsleven, waaronder Boeing, AT&T, IBM, de auto-industrie, Westinghouse, General Electric, hebben Clinton ertoe gedreven een gunstige wijziging in die cijfers te brengen en de mensenrechten-obsessie van zijn beginjaren te relativeren.