Franse weekbladen speelbal

Meer dan de dagbladpers is de weekbladpers in Frankrijk een speelbal van geld en politiek. Er wordt bij overnames van grote nationale weekbladen meer gekeken naar politieke invloed dan naar journalistieke of economische overwegingen.

PARIJS, 1 NOV. Het Franse weekblad Le Point is verkocht aan een goede vriend van president Jacques Chirac, de warenhuismagnaat Pinault. Het nog grotere weekblad L'Express is niet verkocht aan het onafhankelijke dagblad Le Monde. Dat is de uitkomst van een tumultueuze poging tot uitverkoop bij het media- en reisconcern Havas.

'Een typisch Franse vermenging van genres'. Zo verklaart de hoofdredacteur van Le Monde vandaag wat hem is overkomen. Het trotse dagblad, dat vier jaar geleden op de rand van het faillissement balanceerde, zag donderdag een poging mislukken om L'Express, Frankrijks grootste nieuwsweekblad (oplage 550.000) over te nemen.

Het bod van 470 miljoen francs (157 miljoen gulden) was een stevig gebaar voor een krant die net uit de rode cijfers is. Een teken van herwonnen zelfvertrouwen en rentabiliteit, in de ogen van hoofdredacteur Colombani. Wat hij het meest opmerkelijk vond was dat de redactie van L'Express liever wilde worden overgenomen door “de politiek op de rechter vleugel van rechts staande wapenhandelaar Dassault” dan door zijn toonaangevende avondblad.

Meer dan de dagbladpers is de Franse weekbladpers een speelbal van geld en politiek, met de journalistiek als onzekere dienaar. De eigenaar van L'Express, Havas, moet de laatste tijd op last van haar grootste minderheidsaandeelhouder, de zeer machtige Générale des Eaux (CGE) vooral een imperium voor elektronische communicatie worden. CGE-baas Jean-Marie Messier zei gisteren in Londen dat hij niet de baas is bij Havas, maar dat Havas (dominant in Canal Plus Nethold) overigens veel te Frans en veel weinig in nieuwe media zit, en die achterstand op Reed Elsevier en Bertelsmann snel moet inhalen. Vandaar de verkoop van de twee papieren weekbladen.

Messier (40), ex-bankier en -topambtenaar en vertrouweling van oud-premier Edouard Balladur, is de grootste werkgever van Frankrijk: CGE heeft met al zijn dochterbedrijven in aannemerij, waterzuivering en -distributie, telefonie, kabel en nu steeds meer media 220.000 werknemers.

Hij zit in hoogwaardige technologie en dienstverlening waarbij meestal goede contacten met de overheid essentieel zijn voor een gevulde orderportefeuille. Vandaar de zorgvuldigheid bij het afstoten van twee toonaangevende weekbladen.

De hete adem van de politiek rond het verkoopproces werd de afgelopen week iets te opvallend. Eigendom en redactionele inmenging zijn niet synoniem, maar worden in Frankrijk wel verondersteld. Waarom anders zou minister van financiën en economie, Dominique Strauss-Kahn, vorige zondag de militaire vliegtuigbouwer Serge Dassault hebben opgebeld en afgeraden om L'Express te kopen voor 550 miljoen francs (183 miljoen gulden)?

Dassault heeft op allerlei manieren met de politiek te maken. Chiracs vader werkte bij het bedrijf, dat geeft een band die telt in Frankrijk. Actueler nog: de vliegtuigbouwer heeft een rol gekregen in de toekomstige industriële combinatie rond het defensie-elektronica-concern Thomson CSF, ten koste van Dassaults concurrent Matra. De linkse regering-Jospin vond het niet nodig dat Dassault ook nog eens een keer een invloedrijk medium in handen kreeg. Om zijn Rafale-jachtvliegtuigen aan de man te brengen.

Minister Strauss-Kahn prefereerde het bod van Le Monde, de krant staat positief tegenover het serieuze socialisme van Jospin en DSK. Messier kennelijk minder. Nadat Dassault zich uit de race had teruggetrokken gebruikte hij twee argumenten om toch maar van verkoop af te zien: het bod van Le Monde was te laag (hoewel 100 miljoen francs hoger dan wat Havas er twee jaar geleden voor betaalde) en de redactie van L'Express wilde Le Monde niet. Die 'angst voor Le Monde' was een pijnlijke teleurstelling voor de herboren krant. Messier liep een half miljard francs mis. Zijn vrienden in de huidige oppositie zullen hem er dankbaar voor zijn - een teken aan de wand voor het in 1953 door Jean-Jacques Servan-Schreiber ('Le défit Américain') opgerichte, onafhankelijke weekblad.

De weekbladen hebben een oplage van honderdduizenden en Le Monde zit ruim boven de 300.000. Eén Frans dagblad worstelt in eenzaamheid rond de 58.000: de communistische L'Humanité.