Effectenbeurs is de pendant van de bingo-avond

De beursgekte van deze week met het Azië-Europa-Amerika domino-effect heeft niets te maken met mondiale verschuivingen in de economische verhoudingen, maar alles met trouw volgersgedrag. Volgens Kees Koedijk en Arjen van Witteloostuijn is kuddegedrag de aandelenhandelaren alles behalve vreemd.

De beurs is altijd nieuws. De beurs is het enige instituut dat elke dag het journaal haalt, ongeacht de feitelijke nieuwswaarde van de gebeurtenissen van de dag, met mededelingen die tot twee cijfers achter de komma nauwkeurig zijn. De afgelopen week was de aandacht echter groter dan anders. Deze keer leek er dan ook werkelijk iets te gebeuren: een mondiale crisis.

Op de voorpagina van deze krant van afgelopen woensdag werd zelfs melding gemaakt van de koersstijging van 6,46 procent op de beurs van Mongolië, terwijl CNN op de dag des onheils voortdurend de Dow-Jonesklok linksboven op het televisiescherm liet meetikken. Het wachten is op beursnieuws uit Andorra en een 24-uurs-beurszender.

Opvallend is het duale karakter van het nieuws over de beurs. Aan de ene kant wordt deze instelling beschreven als een rationeel-economisch fenomeen. De centrale vraag daarbij is in welke mate koersbewegingen 'fundamentele' economische ontwikkelingen dan wel 'noodzakelijke correcties' van over- of onderwaarderingen weerspiegelen. Aan de andere kant valt een steeds sterkere personificatie van de beurs te bespeuren. Er worden voortdurend emotioneel-menselijke gedragingen en eigenschappen aan toegedicht: paniekerig, afwachtend, optimistisch, nerveus, zelfverzekerd. Deze vermenselijking van de beurs is terecht, en wel omdat de dagelijkse, wekelijkse en jaarlijkse koersbewegingen vooral worden gedicteerd door een, inmiddels mondiale, massapsychologie.

Deze observatie bevat niets nieuws. In de jaren 1634 tot 1637 werden de bewoners van Holland bij voorbeeld geconfontreerd met een tulpenbollenmanie. In het boek A random walk down Wall Street (1991) geeft Buron Malkiel een fraaie beschrijving van deze turbulente periode in de vaderlandse geschiedenis. Nadat een Weense hoogleraar in 1593 een verzameling bijzondere plantenbollen in Leiden had achtergelaten, ontstond langzamerhand een ware tulpenmanie. De Hollandse speculanten begonnen in toenemende mate grote sommen geld te beleggen in uitzonderlijke tulpenbollenvarianten. Na verloop van tijd ontstond er zelfs een levendige handel in tulpenbollentermijnopties.

Met de economische waarde van tulpenbollen hadden de resulterende prijsstijgingen niets van doen. De tulpenbollenmarkt werd gedreven door prijsverwachtingen. Tijdens de tulpenbollhausse was het niet ongewoon persoonlijke eigendommen te verzilveren ten behoeve van investeringen in tulpenbollen. In de maand januari van het jaar 1637 vertoonden de tulpenbollenprijzen een twintigvoudige stijging, terwijl in de daaropvolgende februarimaand de koersen nog sneller weer in elkaar zakten. Uiteindelijk is de tulpenbollenmarkt volledig ingestort, met een nationale en langdurige depressie als gevolg, ondanks bezwerende uitlatingen van Haagse ministers.

De stap van tulpenbollen naar aandelen is verrassend klein. De psychologie van de aandelenhandel is in 1936 prachtig geïllustreerd door John Maynard Keynes aan de hand een wedstrijd die de vorm had van het taxeren van de schoonheid van honderd gezichten. De winnaar van de wedstrijd zou degene zijn die met zijn of haar keuze het dichtst het groepsgemiddelde naderde. Hiervoor was het nodig om verwachtingen te vormen omtrent het gemiddelde schoonheidsideaal van de andere deelnemers. De persoonlijke criteria zijn in zo'n geval irrelevant. De winnende taxatie is gebaseerd op een correcte verwachting van de gemiddelde verwachtingen van de anderen.

Op de beurs is het niet anders. De succesvolle beurshandelaar is in staat de verwachtingen van collegahandelaren te verslaan. De succesvolle beurshandelaar weet een koper te vinden die ten onrechte een koersstijging verwacht, of een verkoper die ten onrechte een koersdaling in het verschiet ziet. Keynes was zelf een bijzonder succesvolle beursspeculant omdat hij begreep dat beurshandel in feite bestaat bij de gratie van uiteenlopende verwachtingen. Dat wil zeggen: wat werkelijk wordt verhandeld, zijn verwachtingsverschillen.

Twee fenomenenen kunnen het psychologische karakter van de beurs illustreren: de invloed van mededelingen door autoriteiten en de mondiale verspreiding van locale crises. Wanneer Nederlandsche Bank-Wellink kucht, is Robeco-Van Duijn in paniek. Toespraken van de Amerikaanse president Bill Clinton of bankdirecteur Alan Greenspan worden telkens weer met spanning tegemoet gezien. Beide autoriteiten hebben dan ook direct na het uitbreken van de crisis op Wall Street sussende toespraken de ether ingezonden door erop te wijzen dat de Amerikaanse economie sterker is dan ooit. Met dergelijke uitspraken pogen de autoriteiten de verwachtingen van aandelenhandelaren gunstig te beïnvloeden. Aandelenhandelaren zijn niet alleen uiterst gevoelig voor de uitlatingen van autoriteiten, maar daarnaast ook voor de gedragingen van elkaar. Kuddegedrag is de aandelenhandelaren alles behalve vreemd.

Het Azië-Europa-Amerika-domino-effect heeft niets te maken met mondiale verschuivingen in fundamenteel-economische verhoudingen, maar alles met trouw volgersgedrag. De koersval in Hongkong heeft een negatieve invloed op de verwachtingen op Wall Street. De resulterende daling van de Dow Jones komt na 24 uur via Europa weer terug in Hongkong. Et cetera. Het schijnt dat alleen de beurs van Caïro zich aanvankelijk aan de grote turbulentie heeft weten te onttrekken.

Het resultaat van de mondiale volgersepidemie is dat het voor beleggers steeds moeilijker wordt om zich te beschermen tegen grote en plotselinge koersbewegingen die waar dan ook in de wereld zijn ingezet.

Bij zoveel turbulentie lijkt het erop alsof de beurs een eigen leven leidt dat nauwelijks in verbinding staat met de echte economie. Niemand gelooft toch dat de waarde van de beursgenoteerde ondernemingen met dezelfde sprong is gestegen als de aandelenkoersen. Dat zou immers betekenen dat de waarde van ondernemend Nederland binnen een jaar met 70 procent is gestegen.

Daarnaast is het moeilijk vol te houden dat de verminderde economische gezondheid van de Aziatische tijgers ook tot beurscrises in florerende Westerse economieën aanleiding moet geven. Vlak voordat op het Damrak paniek uitbrak, heeft het CBS nota bene bekend gemaakt dat het met beursgenoteerd Nederland beter gaat dan ooit, met een winststijging van 63 procent in de eerste helft van 1997 voor de beurs-NV's.

Ten gevolge van de snelle verspreiding van beurskoersen via moderne communicatietechnologieën zijn de gebeurtenissen op de beursvloer in Tokio belangrijker geworden dan het nationale nieuws over de vaderlandse economie.

De prachtige rationeel-economische verklaringen die na elke onverwachte beursbeweging door een lange rij van 'analisten' worden geventileerd, zijn slechts voorspelbare economische rationalisaties achteraf van onvoorspelbare psychologische processen. Het taxeren van de verwachtingen van de verwachtingen van de verwachtingen van de ... - daar gaat het uiteindelijk om.

Dit indrukwekkende spel der verwachtingen is het uitvergrote pendant van de populaire bingo-avond of het Rad van Fortuin. Geen wonder dat de populariteit van het beursjournaal de uitzendingen van de Postcodeloterij naar de kroon steekt. Mark Twain heeft gelijk: “October. This is one of the peculiarly dangerous months to speculate in stocks. The others are July, January, September, April, November. May, March, June, December, August and February.”

    • Kees Koedijk