Deja vu (45)

Judokenners discussiëren vaak over de vraag wie van de twee de beste was, Wim Ruska of Anton Geesink. Beiden waren wereldkampioen en olympisch kampioen.

In een onderling gevecht hebben ze nooit kunnen uitmaken wie de beste was. Geesink was groter en langer, misschien was Ruska sterker. Geesink was de gaande kampioen, Ruska was de komende. Geesink zei eens: 'Willem zijn grote inspiratie is dat hij mij altijd op mijn sodemieter heeft willen geven.' Ruska joeg altijd op Geesink. Het stak hem dat hij altijd met hem werd vergeleken. Daarom had hij hem graag eens op een belangrijk toernooi verslagen. Alleen op de training stonden ze tegenover elkaar. Eén keer kon Geesink hem niet uit de weg gaan. Op de EK van 1967 moesten ze in de halve finale alle categorieën tegen elkaar vechten. Geesink wilde nog één keer kampioen worden. Hij ging naar de ploegleiding en zei dat naar Japanse tradities de leerling (Ruska) zijn leraar (Geesink) moet laten winnen. Maar de coach ging er niet op in. En zo stonden ze tegenover elkaar. Van krachtsverschil was geen sprake. De scheidsrechters wezen Geesink als winnaar aan. Ruska was de morele winnaar. Geesink was bang voor hem geweest. Nu was hij voor niemand bang meer. Hij werd tweemaal wereldkampioen en tweemaal olympisch kampioen. Ruska was niet als Geesink, maar wel net als Geesink een groot kampioen.