De toon, niet de woorden; Violist Paul Robertson over de fysieke waarde van muziek

Muziek dient om de non-verbale menselijke werkelijkheid te structureren. Violist Paul Robertson verkent al jaren de neurologische wetenschap.

DE EERSTE VIOLIST VAN HET Britse Medici Quartet is een nadenkende muzikant. “Toen ik vijftien jaar was raakte ik geïnteresseerd in psychologie, om mezelf als muzikant te begrijpen”, zegt Paul Robertson aan zijn ontbijt in een Amsterdams hotel. “Want ik wilde weten waarom ik mijn jeugd opgaf om te oefenen op de viool. Dat is een interessante obsessie, niet? En belangrijker: ik wilde weten waarom ik mezelf in de muziek volkomen kende. Als ik muziek maakte begreep ik mijzelf en mijn relatie met de buitenwereld volkomen, terwijl dat dat gevoel van samenhang buiten de muziek veel minder is. Veel musici hebben dat.”

Inmiddels is de violist, die al meer dan twintig jaar in het Medici Quartet speelt, visiting professor of music and psychiatry aan de Londens Kingston University. En binnenkort geeft hij een cursus in Oxford. Gisteren gaf Robertson in het Academisch Medisch Centrum, een lezing en een concert. “Ik heb geen wetenschappelijke achtergrond”, zegt hij vrolijk, 'maar nu ik allerlei titels van universiteiten krijg, ben ik gelegitimeerd.”

Robertson draagt de gedachte uit dat muziek een non-verbale uitdrukking is van emotie, een structuring van het innerlijk leven. “Natuurlijk kan niet iedereen op het hoogste niveau musiceren, maar iedereen is door de evolutie begiftigd met muzikale gaven. De muziekbeleving is de ervaring van onszelf, op een non-verbaal niveau. Vrijwel het hele leven is non-verbaal. Wij mensen praten wat af, maar dat gekwetter is slechts een kleine toplaagje van een enorme ijsberg. Die ijsberg bevat heel wat meer muziek dan woorden.”

De muzikale patronen zijn volgens Robertson niet willekeurig, maar nauw verbonden met de aard van het menselijke zenuwstelsel. Hij hecht veel waarde aan een onderzoek dat de neurobioloog Marc Tramo deed aan de Harvard Medical School, waaruit bleek dat door het luisteren naar harmonieuze akkoorden regelmatige patronen in de hersencellen ontstaan. Terwijl het luisteren naar dissonanten juist onregelmatige vuurpatronen van de synapsen opriep. En een belangrijk argument voor de centrale - maar in de westerse cultuur verwaarloosde - rol van muziek in het menselijk leven, vindt Robertson in de 'baby-taal' die ouders over de hele wereld met hun kleine kinderen spreken. Die bestaat meer uit muziek dan uit verbale taal. “Het gehoor is het belangrijkste zintuig voor een embryo in de baarmoeder en onze gevoeligheid voor toonhoogte is een van de allereerste vaardigheden die een mens ontwikkelt.” De singsong-achtige communicatie tussen moeder en kind ontwikkelt zich vervolgens in twee richtingen. Als de prosodie overheerst en de meer emotionele informatie wordt overgedragen, ontstaat het zingen. En als de nadruk komt op informatie van een meer letterlijke, verbale aard, wordt het gewone spraak, met woorden. Het menselijk bestaan lijkt een muzikaliteit te eisen, zegt hij. “Bijvoorbeeld bij mensen met de ziekte van Alzheimer is de muzikale respons vrijwel zonder uitzondering de laatste vaardigheid. Mensen herkennen altijd nog melodieën uit hun jeugd.”

Robertson functioneert in feite als vertegenwoordiger van een groep cognitiewetenschappers en neurologen die zich de laatste jaren steeds meer met de intrigerende vraag naar de functie van muziek in het menselijk zielenleven bezig houden. Het onderzoek staat nog in de kinderschoenen. Maar als musicus kan Robertson er vrijer mee omgaan dan veel wetenschappers. “De neuropsychiater Peter Fenwick, met wie ik in de jaren tachtig veel samenwerkte, ging vroeger niet mee als ik lezingen gaf. Hij was bang door zijn vakgenoten afgeschoten te worden wegens te vèrgaande speculaties. Onze huidige cultuur is gevormd en geïnspireerd door de taal van de wetenschap, niet door kunst. We zijn erg verbaal en visueel ingesteld. De paradox is dat al het nieuwe onderzoek alleen maar kon beginnen omdat muziek zo naar de rand is gedrukt, ook in het onderwijs. Dat is treurig. Vroeger waren de connecties vanzelfsprekender. Er is nog zo veel te onderzoeken. Onlangs bleek in Zwitserland dat scholieren die in plaats van twee schoollessen per week muziekles kregen, betere cijfers haalden.”

Muziek als emotionale communicatie is nogal een problematisch idee. Want wat is de 'inhoud' van een symfonie van Brahms? Is muziek niet veel meer een intellectueel spel met complexe patronen?

Robertson: “Ja, muziek is ook een intellectueel spel, maar er is meer aan de hand. Het gaat om de basis. Ook bij klassieke muziek is de basis een lichamelijke vorm van non-verbale communicatie. Muziek heeft nauw te maken met ons fysieke voelen, met onze emoties. Lichamelijkheid en emoties zijn compleet onscheidbaar, we kunnen geen emotie beleven zonder bijbehorende lichamelijke verandering. En wat nu wat bepaalt is onmogelijk te zeggen. Die lichamelijkheid dragen we over. Ik ben er van overtuigd dat we via muziek onze gevoelens definiëren en concentreren. Dat is het belang van muziek, en waarom ieder mens het moet doen. Muziek is het mooiste en meest complete systeem dat we hebben om ons emotionele leven te beschrijven, in te voelen en te beïnvloeden. En die kracht dankt het aan de verbinding met fysiologische en neurologische systemen en reacties, die pas de laatste tijd wetenschappelijk onderzocht worden.

“Er is prachtig onderzoek gedaan door de nogal excentrieke concertpianist en neurofysioloog Manfred Clynes. Zijn uitgangspunt is dat het onmogelijk is om een emotie los te koppelen van de bijbehorende fysiologische verandering. Op grond daarvan ontwikkelde hij een heel elegant en simpel experiment. Met een kleine knop die gevoelig is voor aanraking, op en neer en van voor naar achter mat hij de onwillekeurige bewegingen van een vingertop van een passieve hand, tijdens de beleving van een emotie. Hij vond door alle culturen heen dat we op het niveau van de spierbewegingen op dezelfde manier gevoelens beleven. Treurnis, vreugde: het had overal hetzelfde effect. Als je naar de hersenchemie zou kijken, vind je ook telkens het zelfde. En eigenlijk weten we dat ook wel: de bewegingen bij vreugde zijn over de hele wereld ongeveer het zelfde.

“Vervolgens ging Clynes - hij was tenslotte begonnen als pianist - kijken wat het verband was tussen deze fundamentele fysiologische veranderingen en de bewegingen van muziekuitvoeringen. Hij heeft een computerprogramma gemaakt, Superconductor, dat op grond daarvan heel subtiele veranderingen in het tempo maakt: van de ene noot ten opzichte van een andere, per groep noten enzovoorts. Het is een beetje mysterieus, maar zo heeft hij mathematisch de onderliggende vingerafdruk, de gevoelsmatige afdruk in mijn opvatting, van componisten vastgesteld. De ritmische afwijking die nodig is om Mozart mooi te laten klinken is weer anders dan voor Brahms. Vooral hoe hij er aan komt, vind ik interessant. Want die ritmische stempels per componist kan iedereen wel vinden die er gevoelig voor is. Het werkt ook in popmuziek met de stijl van verschillende drummers en gitaristen. Als je een eenvoudig antwoord wilt op de vraag naar de inhoud van Brahms, dan kom je met die vingerafdruk een heel eind. En het gaat verder: ik ben er van overtuigd dat componisten om fysieke redenen telkens weer op dezelfde tempi komen. Beethoven bijvoorbeeld - ik sta erg dicht bij Beethoven, en dat is een angstaanjagende plek zo kan ik je verzekeren - gebruikt heel vaak zijn snelle wandeltempo of het tempo van zijn hartslag en ademhaling terwijl hij mediteerde. Je kunt het gewoon horen, het is er.”

Is het niet een nogal negentiende-eeuws, romantisch ideaal: de muziek als gestolde emotie? Voordien was muziek toch veel minder gericht op expressie van emotie?

“ Okay, ten eerste zijn onze taal en ons begrip natuurlijk gevormd door onze cultuur. In pre-romantische gevoeligheden werd de uitdrukking van emotie anders opgevat, niet zo sterk vanuit het ego naar buiten toe. Maar muziek blijft uitdrukking van lichamelijke emotie. Want wat als muziek niet zou aanhaken op lichamelijke systemen, waarom zouden mensen het dan zo graag doen? De muzikale taal is bepaald door de cultuur. Net als Engels en Chinees allebei een verbale taal zijn, en toch behoorlijk verschillen.

“Muziek bestaat uit verschillende niveaus. Op het diepste niveau liggen de fundamentele respons-mechanismen die universeel menselijk zijn. Alle muziek over de hele wereld heeft te maken met de ritmes van het lichaam, de neurologische vuurpatronen van de synapsen en de relaties tussen het ene lichamelijke ritme met het andere. Het wetenschappelijk onderzoek is amper begonnen, maar zijn al genoeg aanwijzingen dat onze gevoeligheid voor toonhoogte te maken heeft met hoe onze moeder met ons gecommuniceerd heeft in de vroegste jeugd. Diana Deutsch van de Universiteit van Californië, San Diego, ontdekte bijvoorbeeld dat de interpretatie van sommige notencombinaties afhing van de plaats waar de proefpersonen Engels hadden geleerd. Dat is de basis. Toen de oude Grieken de mathematische verhoudingen van de muzikale intervallen ontdekten, ontdekten ze in feite een deel van onze innerlijke neurologie. En dat is niet beperkt tot mensen. We weten dat ook andere zoogdieren harmonische intervallen prettig vinden. Voor mensen wordt dat natuurlijk veel complexer dan voor dieren: wij bouwen daarop verder. Maar zonder dat fundamentele systeem van lichamelijke respons kan muziek niet bestaan.”

Het is een ervaringsfeit dat katten wel van Beethoven houden maar niet van Schönberg. Maar is die ervaring dan voor zo'n kat ook een structurering van emotie?

“Nee, al maakt hij wel een stemmingsverandering door. Het is niet zo dat een kat de subtiliteit van de muzikale inhoud kan vatten. Daarin zijn mensen nu eenmaal beter begaafd in dan poezen. Het gaat om het niveau in de hiërarchie. Ik schaam me niks om toe te geven dat alle muziek en onze waardering ervoor rust op dat dierlijk niveau van respons. Daarin ligt ook precies het probleem met eigentijdse, atonale musiek. Als je te ver weg gaat van onze fundamentele, lichamelijke responses, dan verlies je de directe respons. Dat blijkt ook uit hersenscans. Muzikaal ongeoefende luisteraars vertonen bij tonale muziek een prachtige reactie in de rechterhersenhelft, waar de emotionele centra zetelen. Bij atonale muziek gebeurt er niks, je krijgt slechts een opflikkering in de linkser hersenhelft. Er is geen twijfel aan dat we allemaal neurologisch zijn ontworpen om bepaalde combinaties van geluid te waarderen die - niet erg verrassend - de basale muzikale taal zijn. Het feit dat we deze muzikale taal uitbreiden naar een ander domein is precies wat menselijke wezens slimmer maakt dan katten. Door onze muzikale training, met het visuele aspect in het notenschrift, wordt steeds meer van de informatie door de linker hersenhelft verwerkt. Op die manier is onze muzikale taal ontwikkeld en is die voor een deel ook losgeraakt van deze fundamentele respons. De beloningen worden meer intellectueel. Op die manier verandert je smaak: meer aritmisch, meer dissonant. En zo heeft sommige eigentijdse muziek helemaal geen connectie meer met de neurologische fundamenten.”

Goede muziek houdt verband met die neurologische basis, en slechte niet?

“Dan zouden we dus alleen maar naar rockbands mogen luisteren? Het is een hiërarchie. In de westerse klassieke muziek staat er een enorm opbouw op, maar inderdaad: alle muziek is gebaseerd op deze principes, daar gaat het om. De popmuziek drijft er zelfs op: mensen gaan erdoor bewegen, dansen en zelfs de liefde bedrijven. De muzikale uitwerking en liedteksten zijn verder niet erg intellectueel. De populaire muziek gaat over de zaken van het leven. Het zijn therapeutische verhalen. En het feit dat het in een coherent patroon wordt gegoten draagt erg bij tot het gevoel van veiligheid bij mensen. Ze kunnen externaliseren wat anders een intern probleem zou zijn en ze herkennen dat andere mensen er ook op reageren. Ze kunnen dat delen.

“In extreme situaties wordt muziek zelfs erg belangrijk. Vrienden van mij werkten in Bosnië, in Srebrenica. In de meest demonische situatie: bombardementen, geen voedsel, riskeerden mensen de sluipschutters om te gaan luisteren naar een orkestje in een ondergrondse parkeergarage. Je kunt niet ontkennen dat dat het emotionele communicatie was. De gevoel van gemeenschap dat muziek opwekte was zo belangrijk dat mensen hun leven er voor waagden.”

Mensen luisteren meer naar muziek dan ooit te voren, met overal radio's en stereo-installaties. Wat betekent dat?

“Wat de muziek betreft, leven we in een heel rare cultuur. Het alom tegenwoordig gebruik van muziek - de muzak - vind ik erg gevaarlijk. Omdat het consumentisme is: als iets goed is dan moeten we er kennelijk helemaal mee volproppen, zonder nadenken. Het is gevaarlijk omdat muziek onze stemming verandert. Het heeft voortdurend invloed op ons lichaam en onze geest, of we er nu bewust van zijn of niet. Als dat niet zo was, zou muziek niet veel zo nut hebben in de reclame- en de filmwereld. Music sells the product. British Rail gebruikt verschillende soorten muziek om de snelheid te beïnvloeden waarmee mensen door de stations lopen. Heel handig. Verder vind ik in de klassieke muziek de strenge scheiding tussen musici en publiek ongezond. Het ontmoedigt veel mensen om zelf muziek te maken, omdat ze denken dat het nooit goed genoeg zal zijn.