De erosie van het Amerikaanse nationale belang; Wat ons scheidt

'Een wereldwijde zegepraal van de democratie zou voor de VS wel eens zeer verontrustende gevolgen kunnen hebben.' De politicoloog Samuel P. Huntington, overmorgen in Nederland, ziet het nationale belang van zijn land in gevaar gebracht door het einde van de Koude Oorlog. En door de sociale en demografische veranderingen in de Amerikaanse samenleving. 'Het buitenlands beleid wordt beheerst door commerciële en etnische belangen.'

Dit is een verkorte versie van het artikel dat de politicoloog Samuel Huntington schreef voor het jubileumnummer van Foreign Affairs. Zijn boek 'The Clash of Civilizations' verschijnt volgende week bij uitg. Anthos onder de titel 'Botsende beschavingen'. Hij spreekt maandag 3 nov. om 20u op een avond van het John Adams Institute, waar ook oud-premier Ruud Lubbers aan deelneemt, in de Oude Lutherse Kerk aan het Spui in Amsterdam. Inl. tel. 020 624 7280.

De indringendste vraag naar de rol van de Amerikanen in de wereld van na de Koude Oorlog is afkomstig van Rabbit Angstrom, de zwaarbeproefde hoofdpersoon uit de romans van John Updike: “Wat heeft het zonder de Koude Oorlog nog voor zin een Amerikaan te zijn?” Als er in de buitenwereld geen verwerpelijke 'ander' meer is, geen Rijk van het Kwaad dat die beginselen bedreigt - tja, wat betekent het dan nog om Amerikaan te zijn? En waar blijven dan de nationale belangen van de Verenigde Staten?

Tijdens de Koude Oorlog hebben de VS in hun buitenlandse beleid tal van doelen nagestreefd, maar het ene, allesoverheersende oogmerk was de inperking van en overwinning op het communisme. Die prioriteit heeft veertig jaar lang vrijwel alle belangrijke Amerikaanse initiatieven in het buitenland, en vele in het binnenland, gerechtvaardigd: de economische steun aan Griekenland en Turkije, het Marshall-plan, de NAVO, de Koreaanse oorlog, de atoomwapens en strategische raketten, de buitenlandse hulp, de spionage-operaties, de vermindering van protectionistische maatregelen, het ruimtevaartprogramma, de Alliance for Progress voor hulp aan Latijns Amerika, de militaire bondgenootschappen met Japan en Korea, de steun aan Israel, de militaire acties in het buitenland, een ongekend groot militair apparaat, de oorlog in Vietnam, de toenadering tot China, en de steun aan de Afghaanse mujahedeen en aan andere anti-communistische opstandige bewegingen. Zonder de Koude Oorlog verliezen dergelijke omvangrijke programma's en initiatieven hun reden van bestaan.

Doordat de democratie en de markteconomie in grote delen van de wereld ingang hebben gevonden, ontbreekt het de VS aan één land of één dreiging waartegen zij zich overtuigend kunnen opwerpen. Saddam Hussein stelt als tegenspeler domweg te weinig voor. Het islamitisch fundamentalisme is te vaag en geografisch gezien te ver weg. China is te ondoorgrondelijk en zijn potentiële dreiging ligt te ver in de toekomst. In hoeverre zal, bij ontstentenis van concurrerende ideologieën, het Amerikaanse credo zijn aantrekkingskracht en vitaliteit behouden en aanhangers blijven vinden? Mocht het tot een wereldwijde zegepraal van de democratie komen, dan zou dat voor de VS wel eens zeer traumatische en verontrustende gevolgen kunnen hebben.

Deze ontwrichting wordt versterkt door de interactie van twee trends in de Amerikaanse samenleving: veranderingen van de aantallen migranten en de landen waar zij vandaan komen en de opkomst van de cultus van het multiculturalisme.

De immigratie, de legale zowel als de illegale, is spectaculair toegenomen na de wijziging van de immigratiewetgeving in 1965. Samen met het hoge geboortecijfer van bepaalde groepen immigranten brengt de jongste immigratiegolf, grotendeels uit Latijns Amerika en Azië, veranderingen teweeg in de raciale, religieuze en etnische samenstelling van de VS. Halverwege de volgende eeuw, zo stelt het Volkstellingsbureau, zal de groep blanken van niet-Latijns-Amerikaanse afkomst zijn geslonken van ruim driekwart van de bevolking naar iets meer dan de helft. Een kwart van de inwoners van de VS zal dan van Latijns-Amerikaanse origine zijn, veertien procent zwart en acht procent afkomstig uit Azië of het gebied rond de Grote Oceaan. Ook de verdeling van de godsdiensten verschuift: de moslims zouden de leden van de Protestant Episcopal Church al in aantal overtreffen.

In het verleden hield assimilatie een stilzwijgende overeenkomst in, waarbij de migranten als gelijkwaardige leden van de nationale gemeenschap werden onthaald. Zij werden aangemoedigd het staatsburgerschap te verwerven, mits zij het Engels als landstaal aanvaardden en het Amerikaanse credo (vrijheid, gelijkheid, democratie, weinig overheidsbemoeienis en particulier ondernemerschap) en het protestantse arbeidsethos onderschreven. Thuis en in hun plaatselijke gemeenschappen konden zij zo etnisch zijn als ze maar wilden. De immigratie vernieuwde de Amerikaanse samenleving; de assimilatie bewaarde de Amerikaanse cultuur.

Tot voor kort kwamen groepen migranten naar de VS omdat zij immigratie zagen als een kans Amerikaan te worden. Vroeger voelden ze zich gediscrimineerd als zij niet de gelegenheid kregen op te gaan in de algemene cultuur. Tegenwoordig lijkt het erop dat sommige groepen zich gediscrimineerd voelen als zij niet de gelegenheid krijgen om zich afzijdig te houden.

De ideologieën van multiculturalisme en verscheidenheid versterken en legitimeren deze ontwikkelingen. Zij loochenen het bestaan van een gemeenschappelijke cultuur in de VS, zij verwerpen de assimilatie en zij bevorderen het primaat van raciale, etnische en andere subnationele identiteiten en groeperingen. Zij tasten bovendien een essentieel element van het Amerikaanse credo aan: zij vervangen de rechten van individuen door de rechten van groepen, die hoofdzakelijk worden afgebakend op grond van ras, volk, geslacht en seksuele voorkeur. In de jaren negentig heeft de regering-Clinton de bevordering van de diversiteit tot een van haar voornaamste doelen gemaakt.

Dit alles staat in schril contrast tot het verleden. De grondleggers van de staat zagen de verscheidenheid als een probleem. Vandaar de wapenspreuk van de natie: E pluribus unum, uit velen één. Latere politieke leiders, die eveneens beducht waren voor de gevaren van de raciale, regionale, etnische, economische en culturele verscheidenheid, vatten de bevordering van de nationale eenheid op als hun voornaamste taak. Bill Clinton daarentegen is vrijwel zeker de eerste president die meer naar verscheidenheid streeft dan naar eenheid. Door deze begunstiging van op volk en ras gebaseerde identiteiten worden recente immigranten minder aangespoord om te integreren in de Amerikaanse cultuur. Zo worden etnische identiteiten belangrijker dan de nationale identiteit.

Als de VS waarlijk multicultureel worden, zijn de Amerikaanse identiteit en eenheid afhankelijk van de consensus over een politieke ideologie. De toewijding van de Amerikanen aan universele waarden als vrijheid en gelijkheid is voor hen altijd een rijke bron van nationale kracht geweest, maar wanneer de natie geen gemeenschappelijke cultuur meer bezit, vormen die beginselen nog slechts een wankele basis voor nationale eenheid.

In de meeste landen bestaat nauwelijks verband tussen ideologie en nationale identiteit. China heeft de ondergang van vele dynastieën overleefd en zal ook de ondergang van het communisme overleven. Maar zouden de VS het einde van hun politieke ideologie kunnen overleven? Het lot van de Sovjet-Unie biedt een ontnuchterend voorbeeld. Beide landen ontleenden hun identiteit in aanzienlijke mate aan een ideologie. Maar ideologie is waarschijnlijk een veel wankelere basis voor eenheid, dan een diep in de geschiedenis gewortelde nationale cultuur. Als het multiculturalisme de overhand krijgt, zouden de VS wel eens bij de Sovjet-Unie op de mestvaalt van de geschiedenis kunnen belanden.

Een nationaal belang is een gemeenschappelijke waarde die alle, of althans de meeste, Amerikanen aangaat. In het nationale belang gaan veiligheid en zakelijke belangen samen met morele en ethische aspecten. Het militaire optreden tegen Saddam Hussein werd als een nationaal belang beschouwd omdat hij de betrouwbare en goedkope toegang tot de olie uit de Golf bedreigde èn omdat hij een roofzuchtige dictator was die botweg een ander land had ingelijfd. Tijdens de Koude Oorlog zag men de Sovjet-Unie en het communisme als een bedreiging voor zowel de Amerikaanse veiligheid als de Amerikaanse waarden. Zo vielen de eisen van de machtspolitiek en die van de ethiek gelukkig samen.

Men hoort dikwijls beweren dat Amerikaanse 'leiding' nodig zou zijn om de wereldproblemen aan te pakken. Vaak is dat het geval. Maar de roep om leiding gaat voorbij aan de vraag wat die leiding dan zou moeten doen en berust op de veronderstelling dat de zorgen van de wereld tevens de zorgen van de VS zijn. Vaak is dat niet het geval. Dat er op vele plaatsen in de wereld misstanden heersen, is betreurenswaardig, maar betekent nog niet dat de VS die allemaal moeten rechtzetten.

Het gebrek aan nationale belangen die op brede steun kunnen rekenen, betekent niet dat het land vervalt in isolationisme. De VS blijven betrokken bij de wereld, maar die betrokkenheid richt zich tegenwoordig meer op commerciële en etnische dan op nationale belangen. De instellingen en capaciteiten - op politiek, militair, economisch en spionagegebied - die ten tijde van de Koude Oorlog zijn opgebouwd ten behoeve van grootse nationale doelstellingen, worden thans op slinkse wijze bijgesteld om beperkte, zelfs niet-nationale oogmerken te dienen.

De regering-Clinton bedrijft bij voorkeur 'handelsdiplomatie': ze maakt de bevordering van de Amerikaanse export tot hoofddoel van het buitenlandse beleid. Prestaties op commercieel terrein zijn een zwaarwegend criterium geworden waarnaar de verdiensten van de ambassadeurs van de Verenigde Staten worden beoordeeld. De handelspolitiek heeft de overhand gekregen op andere motieven, zoals de rechten van de mens, democratisering, bondgenootschapsbanden, handhaving van het machtsevenwicht en toezicht op de uitvoer van technologie.

Hetzelfde geldt voor de bevordering van etnische belangen. Steun aan afzonderlijke bedrijven en industrieën mag dan niet over een breed front de welvaart ten goede komen, ze dient wel degelijk de belangen van Amerikanen. Etnische groepen zetten zich daarentegen in voor de belangen van mensen en groepen buiten de VS. Boeing probeert vliegtuigen te verkopen, en het Pools-Amerikaanse Congres probeert steun te werven voor Polen - alleen: van de eerstgenoemde profiteren bewoners van Seattle, van de laatstgenoemde bewoners van Oost-Europa.

De groeiende rol van etnische groepen bij het bepalen van het buitenlandse beleid van de VS wordt versterkt door de recente immigratiegolven en door de pleidooien voor diversiteit en multiculturalisme. De toegenomen rijkdom van de etnische gemeenschappen, gevoegd bij de spectaculaire vooruitgang in communicatie en transport, maakt het de etnische groepen bovendien steeds gemakkelijker contact te onderhouden met hun moederland. Deze groepen transformeren zich van culturele gemeenschappen binnen de grenzen van een staat, tot diaspora's die deze grenzen te buiten gaan. Diaspora's die van bepaalde staten uitgaan, identificeren zich steeds sterker met de belangen van hun moederland. Aangezien de VS het hoogste immigratiecijfer ter wereld kennen, worden zij het sterkst geraakt door de verschuivingen van assimilatie naar verscheidenheid en van etnische groep naar diaspora.

Tijdens de Koude Oorlog pleegden immigranten en vluchtelingen uit communistische landen doorgaans op politieke en ideologische gronden fel verzet tegen het bewind in hun moederland. Zij steunden met raad en daad het anti-communistische beleid van de VS. Nu worden de regeringen in die landen door hun diasporagemeenschap in de VS juist gesteund.

Diaspora's bieden hun moederland groot profijt. Economisch welvarende diaspora's verschaffen hun moederland aanzienlijke financiële steun; zo sturen de Amerikaanse joden jaarlijks wel een miljard dollar naar Israel. Armeense Amerikanen sturen zo veel geld naar Armenië dat dat land wel 'het Israel van de Kaukasus' wordt genoemd. De diaspora's leveren het moederland specialistische vaardigheden, rekruten en soms ook politieke leiders. Vaak oefenen zij druk uit op het moederland om zich nationalistischer en assertiever op te stellen jegens buurlanden.

Bovenal kunnen diaspora-gemeenschappen het beleid van hun gastheerland beïnvloeden en de middelen en invloed van dat land aanwenden ten behoeve van hun moederland. In onze tijd neemt hun aantal snel toe, zijn ze actiever, zich sterker van hun identiteit bewust en hebben ze meer politieke invloed. De laatste jaren hebben diaspora's sterk invloed uitgeoefend op het Amerikaanse beleid jegens Griekenland en Turkije, de Kaukasus, de erkenning van Macedonië, steun aan Kroatië, sancties tegen Zuid-Afrika, steun aan zwart Afrika, interventie in Haïti, de uitbreiding van de NAVO, sancties tegen Cuba, het conflict in Noord-Ierland, en de betrekkingen tussen Israel en zijn buurlanden. Soms valt beleid op basis van een diaspora samen met bredere nationale belangen, maar even zo vaak gaat het ten koste van bredere belangen en van de Amerikaanse betrekkingen met aloude bondgenoten.

De vervanging van nationale belangen door commerciële en etnische belangen weerspiegelt de 'verbinnenlandsing' van het buitenlandse beleid. Binnenlands-politieke overwegingen en belangen hebben altijd, onvermijdelijk en met recht, invloed gehad op het buitenlandse beleid. Maar de vroegere opvatting dat buitenlands en binnenlands beleid verschillende zaken zijn, is nu niet meer houdbaar. Voor een juist begrip van het Amerikaanse buitenlandse beleid dient men niet de belangen van de VS als land in een wereld van concurrerende staten te onderzoeken, maar de interactie van economische en etnische belangen in de Amerikaanse binnenlandse politiek. Die laatste is, zeker de laatste jaren, een voortreffelijke indicator gebleken van komende standpunten in het buitenlandse beleid. Buitenlands beleid, in de zin van optreden dat de belangen van de VS als collectief in relatie tot andere collectieven moet bevorderen, verdwijnt langzaam maar zeker.

De instellingen, middelen en invloed die tijdens de Koude Oorlog tot stand zijn gebracht om de nationale belangen te dienen, worden nu ingezet om heel bepaalde commerciële en etnische belangen te dienen. De regering-Clinton werkt deze ontwikkelingen in de hand, maar hun wortels liggen in veranderende opvattingen over de Amerikaanse nationale identiteit.

Om het gevoel van nationale identiteit nieuw leven in te blazen, zou het nodig zijn de cultus van diversiteit en multiculturalisme die nu in de Verenigde Staten heerst, tegen te gaan. Dat zou waarschijnlijk zowel immigratiebeperkingen meebrengen als nieuwe 'amerikanisatieprogramma's' om de assimilatie van immigranten te bevorderen. Gezien de mate waarin wij thans allen multiculturalisten zijn, zal het een tijd duren voordat de jongste, de natie ondermijnende tendenties zijn gekeerd.

Het Amerikaanse publiek zou zich achter nieuwe nationale belangen moeten scharen, die voorrang zouden krijgen boven commerciële en etnische overwegingen. Op dit moment is een meerderheid van het Amerikaanse publiek niet bereid ruime middelen te reserveren om Amerika's bondgenoten te verdedigen, de rechten van de mens en democratisering te ondersteunen of de ontwikkeling van de Derde Wereld te bevorderen. De formulering van dergelijke brede doelstellingen door regeringsfunctionarissen heeft dan ook weinig effect. Het buitenlandse beleid van de VS komt nu neer op holle frasen en de aftocht blazen. Buitenlandse staatslieden hebben geleerd verklaringen van onze regering over algemene beleidsdoelstellingen niet meer au sérieux te nemen - maar de daden van de regering op het gebied van handels- en etnische belangen vatten ze zeer ernstig op.

Nationale terughoudendheid is het nationale belang, en dat lijkt ook het enige belang te zijn dat het Amerikaanse volk op dit punt in zijn geschiedenis bereid is te steunen. De topfunctionarissen die het buitenlandse beleid uitstippelen, zouden er waarschijnlijk goed aan doen hun energie te besteden aan het opstellen van plannen om de Amerikaanse betrokkenheid bij de wereld te verkleinen op een manier die eventuele toekomstige nationale belangen veiligstelt.

Eens zal er een dag komen waarop een combinatie van een bedreiging met een morele uitdaging de Amerikanen opnieuw zal dwingen aanzienlijke middelen vrij te maken voor de verdediging van de nationale belangen. Terughoudend optreden kan het de VS gemakkelijker maken om een meer positieve rol op zich te nemen wanneer het moment komt om hun nationale identiteit te vernieuwen en als natie doelen na te streven waarvoor de Amerikanen bereid zijn hun levens, hun bezittingen en de eer van het land in de waagschaal te stellen.