Crisis stelt gezag Aziatische politici op de proef

De beursturbulenties van de afgelopen tijd illustreren dat de Zuidoost-Aziatische wondereconomieën in werkelijkheid kwetsbaar zijn. Remedies treffen de bestaande machtssystemen in het hart. De politieke heersers reageren daarom met tegenzin.

SINGAPORE, 1 NOV. Azië heeft eindelijk de ware schuldige gevonden voor het eigen economische verval: de verantwoordelijke politici treft geen blaam, nee, de Wereld heeft het gedaan.

De jongste verklaring voor de crisis in Azië kwam deze week van Chavalit Yongchaiyudh, de veelgeplaagde premier van Thailand. Hij wees naar de recordval van de aandelenkoersen op Wall Street die koersdalingen op vrijwel alle beurzen in de wereld veroorzaakte. Zie je wel, zei Chavalit, de economische ellende beperkt zich niet tot Thailand, het is een mondiaal fenomeen.

De woorden van Chavalit passen prima in de blame game die Aziatische politici, de Maleisische premier Mahathir Mohamad voorop, al maanden spelen in een poging een zondebok voor de aanhoudende crisis in hun regio te vinden. Maar het is frappant, zelfs bijna lachwekkend, dat uitgerekend Chavalit deze woorden sprak, want Thailand wordt alom gezien als de aanstichter van de crisis.

Sinds de Thaise regering begin juli de nationale munt, de baht, devalueerde, zakten de koersen van valuta en aandelen in de rest van Zuidoost-Azië in. Een paar weken geleden werd ook de rest van het continent besmet. Nu, al twee weken lang, is de beurs van Hongkong - de ultieme graadmeter voor Aziës economische gezondheid - bezig met een symbolische bungee jump: de koersen kelderen, stijgen daarna even om vervolgens weer te dalen. Beleggers blijken alleen op heel korte termijn nog wat vertrouwen in de Aziatische economieën te hebben, want niemand durft zijn aandelen veel langer dan een dag vast te houden.

Voorlopig lijkt de rek uit het 'Aziatische wonder', zoals de Wereldbank begin jaren negentig de indrukwekkende groei typeerde van acht Aziatische economieën: Japan, de vier 'tijgers' Hongkong, Taiwan, Zuid-Korea en Singapore, China en de drie tijgerwelpen Indonesië, Maleisië en Thailand. Economen en politicologen wijzen er op dat de verantwoordelijke Aziatische politici nu vooral bij zichzelf te rade moeten. Alleen snel en hard ingrijpen in het bestaande systeem helpt, is de overtuiging van de deskundigen. “Het is net als met antibiotica. Als je alleen de helft van de dosis slikt, wordt het probleem in de toekomst alleen maar erger”, waarschuwde Jusuf Wanandi, voorzitter van het Centrum voor Strategische en Internationale Studies in Jakarta deze week.

De vraag is of Chavalit, Mahathir en hun Aziatische ambtgenoten wel klaar zijn voor een korte, pijnlijke kuur waarbij zij hun eigen machtssysteem moeten ontmantelen en een abrupt einde komt aan een politiek waarin nepotisme en corruptie een cruciale rol spelen. De speurtocht naar een non-Aziatische zondebok voor de huidige malaise lijkt op uitstel van eigen executie, maar naarmate de inmiddels vier maanden oude crisis langer aanhoudt, neemt de politieke druk om in te grijpen toe.

“De politieke wil is er bij de meesten wel. Maar dat is nu niet voldoende. Het gaat erom of deze leiders het politieke gezag en de expertise hebben om die pijnlijke maatregelen ook daadwerkelijk door te voeren”, meent Lee Tsao Yuan, directeur van Singapore's Instituut voor Politieke Studies. Volgens haar hangt daarbij een hoop af van naderende verkiezingen die in landen als Indonesië, Thailand en de Filippijnen voor volgend jaar op de kalender staan. “Elke politicus wil verkiezingen winnen. Dus waarom zou men dan juist nu allerlei weliswaar noodzakelijke, maar zeer impopulaire maatregelen willen nemen die veel stemmen kunnen kosten”, vraagt Lee zich bezorgd af.

In Thailand wordt premier Chavalit daarom vanuit zijn regeringscoalitie geadviseerd de datum van de verkiezingen zo lang mogelijk geheim te houden. Als buitenlandse investeerders nu al weten dat er in januari 1998 verkiezingen komen, zullen zij immers hun investeringsplannen tot die verkiezingen in hun bureaula houden terwijl juist nu hun geld nodig is, is de gedachte. “Alsof die investeerders hun geld nu wel in Thailand zullen steken”, zegt een Westerse diplomaat verontwaardigd.

De Thaise politici lijken het van alle Aziaten het zwaarst te hebben. Nergens is de chaos groter dan in Bangkok. Analisten verwachten dat het Thailand zeker drie jaar zal kosten tot de crisis onder controle is. De verstrengeling van politieke en economische belangen compliceert de aanpak van de Thaise problemen in ernstige mate.

Dat verschijnsel, dat ook in Indonesië en Maleisië sterk speelt, komt volgens analisten onder meer door de relatief lage salarissen die politici krijgen uitbetaald. De beloningstructuur van politici in veel Aziatische landen heeft geen gelijke tred gehouden met de snel groeiende salarissen van het bedrijfsleven.

Om die reden heeft een grote groep goed opgeleide, talentvolle mannen en vrouwen de afgelopen jaren de Thaise politiek verruild voor een veel beter betaalde baan in de financiële wereld of het bedrijfsleven. Dat had, naast het verlies van veel talent, ook tot gevolg dat de carrières van de blijvende politici korter werden en er minder ervaren mensen op hoge, verantwoordelijke posten kwamen te zitten. Daardoor zit in Thailand nu een overheidsbureaucratie die voor een groot deel het talent ontbeert om deze grote crisis te bezweren.

Om dergelijke risico's te ontlopen betaalt Singapore zijn ministers al jaren net zo goed als de topmensen van banken en grote ondernemingen in de stadstaat. Zo verdient premier Goh Chok Tong een jaarsalaris van 901.400 Singapore dollar (ruim 1,1 miljoen gulden). Behalve behoud van politiek talent hebben deze hoge salarissen ook nog een ander effect, zo is de overtuiging van de Singaporezen. Ze houden de corruptie buiten de politiek.

Toch ontkwam ook Singapore niet aan de crisis. Het voelde, als groot-investeerder in de regio, de pijn bij de buurlanden en zag zich gedwongen zijn dure munt te devalueren. Maar de klap in Singapore is aanmerkelijk minder hard aangekomen dan die in Thailand, Maleisië of Indonesië.

Singapore bood zich deze week al aan als medefinancier van een reddingspakket waarover het Internationale Monetaire Fonds (IMF) met Indonesië onderhandelt. Goh en consorten geven het goede voorbeeld: ze doen alleen mee als Indonesië zich houdt aan de strenge eisen van het IMF. Daaronder vallen onder meer afschaffing van ambitieuze projecten waarbij in veel gevallen vrienden of familieleden van politici betrokken zijn.

“Dat wordt de grote testcase voor de rest van Azië. Als Indonesië de eisen van het IMF accepteert, zal het vertrouwen in de Aziatische politiek stijgen en zul je een stabilisering van de financiële onrust zien”, meent Lee Tsao Yuan. Dat vertrouwen zal meteen gereflecteerd worden op de beurzen. En zodra die weer stabiel zijn, kan Chavalit de schuld ook niet meer aan de Wereld geven.

    • Max Christern