Christus op een helmkam; In 400 liepen in Limburg nog hoge Romeinse officieren rond

DE RECENTE vondst van een Romeinse helm in Limburg bewijst dat het nuttig is contact te onderhouden met lieden die met de metaaldetector op zoek gaan naar archeologisch metaal. Die activiteit is niet bij de wet verboden. Wel begaat een detectorzoeker een overtreding als hij een schop in de grond steekt. De Monumentenwet behoudt opgravingsbevoegdheid voor aan universiteiten, gemeenten en rijksdiensten.

Hiermee is de zaak niet goed geregeld. De echte 'stropers', die er niet voor terugdeinzen opgravingen te vernielen, kunnen nauwelijks worden aangepakt. Aan de andere kant miskent de wet het belang van de serieuzere detectorzoekers. Zonder hun activiteiten zouden veel belangrijke voorwerpen - het Romeinse militaire diploma van Elst bijvoorbeeld - nooit aan het licht zijn gekomen. Archeologen met realiteitszin zullen daarom proberen een goede verstandhouding op te bouwen met deze groep. Drs. J. Prins van de VU in Amsterdam onderhoudt al jaren zo'n relatie met een aantal detectorzoekers uit de Kempen. Twee van hen sloegen hun vleugels uit naar Limburg en vonden op een plek, die zorgvuldig geheim wordt gehouden, fragmenten van een prachtige helm uit de Laat-Romeinse tijd. Ze meldden zich daarmee bij Prins.

Het blijken heel bijzondere fragmenten. Op de kam van de helm, gemaakt tussen 350 en 400 na Chr., is een insigne bevestigd geweest. Daarop staan de Griekse letters X en P (Chi en Rho), de eerste letters van de naam Christus. Dit monogram heeft een grote rol gespeeld in de geschiedenis van het christendom. Op een nacht in oktober 312 kreeg keizer Constantijn de Grote (307-337) tijdens een droom voorgeschreven, dat hij zijn leger onder dit teken moest inzetten tegen rivaal Maxentius. Constantijn overwon en droeg de christenen sindsdien een warm hart toe. Hij liet ook munten en medaillons slaan waarop het chi-rho-teken in zijn kroon staat afgebeeld.

De vondst van dit helm-insigne is een unicum. Prins: “Maar het is niet het enige, allervroegste christelijke dat we hebben. Uit het Laat-Romeinse grafveld van Nijmegen is al een haarpin met zo'n chi-rho-teken te voorschijn gekomen. Verder is er wat blikbeslag en vierde-eeuwse Noord-Franse terra sigillata (aardewerk) gevonden waarop christelijke symbooltjes als kruisjes en duifjes staan afgebeeld. En nu is er dan die helm. We hebben wat aanwijzingen dat de vindplaats uit het einde van de vierde, begin vijfde eeuw dateert. Uit de literatuur kunnen we het wel opmaken, maar bijzonder is dat deze vondst nu ook áántoont dat hier dan nog hoge Romeinse officieren rondlopen. Het monogram duidt erop dat de helm door een christen werd gedragen.”

Bij elkaar genomen lijkt dit al meer op een trend waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat het christendom tegen het einde van de vierde eeuw in onze streken vaste grond onder de voeten had. Niets is echter zeker in de archeologie. Prins: “Het kan ook heel goed zijn dat een Romeins legerofficier, en niet een geringe, de helm aan zijn zoon of kleinzoon heeft gegeven. Misschien was het wel een Germaans stamhoofd die met de helm rondliep. Helmen en zwaarden waren in de Germaanse wereld onderscheidingstekenen van koning-, van opperhoofdschap. Daar waren die mensen totaal mee verbonden.”

In deze ideologie vielen belangrijke lieden ook bijna helemaal samen met hun wapenuitrusting, zegt Prins. “Oude Germaanse woorden voor hoofdman betekenen in feite 'helm-man'. Nu blijken teruggevonden helmen vaak in een waterige omgeving te zijn achtergelaten. De beroemde helm uit de Peel bijvoorbeeld in een moeras. Vreemd is dat niet. In de Germaanse religie was water de toegang tot de bovennatuurlijke wereld. Het kan daarom goed zijn dat een aantal helmen ritueel werd gedeponeerd. Denk in dit verband eens aan de latere sage van koning Arthur. Zijn zwaard Excalibur móest aan de goden van het meer worden teruggegeven. Ook bij de Limburgse helm kan rituele deponering het geval zijn geweest. Want vóórdat het terrein waarop de fragmenten zijn gevonden werd geëgaliseerd bevond zich daar een ven. Zo lijken we hier dan op het breukvlak te zitten tussen de heidense gedachtenwereld en de christelijke. We denken daar heel sterk aan.”

De fragmenten zijn inmiddels onderworpen aan een zogenoemde EDX-analyse. Daarmee is achterhaald dat de helm van ijzer werd gemaakt, is overtrokken met zilver en voorzien van een vergulde, koperen kam. De constructie getuigt van een hoge graad van vakmanschap van de barbaricarii, de makers. Wat de onderzoekers nog voor raadsels stelt is de vorm van het insigne. Een van de mogelijkheden is een gestileerde vorm van het lichaam van Christus. Een ander vraagteken vormt het materiaal waarvan het chi-rho-teken werd gemaakt: zilverchloride. Dat blijft achter bij de raffinage van gouderts. Waarom een afvalproduct voor het meest in het oog springende en kenmerkende deel van de helm? De fragmenten van de helm zullen binnenkort waarschijnlijk in het Maastrichtste Bonnefanten Museum worden tentoongesteld.

    • Theo Holleman