Amsterdam elke dag veel scholieren kwijt

Spijbelaars verpesten niet alleen hun eigen toekomstkansen, maar vormen ook een probleem op straat. In Amsterdam blijken dagelijks duizenden kinderen de school niet te bezoeken.

AMSTERDAM, 1 NOV. Rasta heet Rasta omdat zijn vader stoned was toen hij hem zestien jaar geleden inschreef bij de gemeente. Rasta draagt een bomberjack en trekt voortdurend gekke gezichten. Hij wil cabaretier worden of kapper, of in elk geval iets artistieks. Maar voorlopig moet hij verplicht naar school. En daar kan hij niet tegen. Leraren hebben 'de pik' op hem, klasgenoten noemen hem 'Duo Penotti' naar de wit-bruine chocoladepasta, en hij slaapt altijd dwars door de wekker heen. Rasta is een keiharde spijbelaar.

Hij is eén van de ruim 2.800 leerplichtigen van tussen de tien en zestien jaar in Amsterdam die dagelijks niet op school verschijnen. Het gaat in totaal om negen procent van deze leeftijdsgroep. De eén is ziek of zijn leraar is ziek, de ander is gezond maar krijgt een brief van zijn moeder dat hij ziek is, en de meesten spijbelen. Chronisch schoolverzuim, zoals het heet, leidt tot schooluitval en daar heeft wethouder Van der Aa (Onderwijs), genoeg van. In Amsterdam verlaat 37 procent van de leerlingen school zonder diploma, van de zwakste groep - Turkse en Marokkaanse leerlingen - heeft 52 procent geen diploma. Landelijk ligt dat percentage op 33 procent.

Bovendien is van drieduizend leerplichtige Amsterdamse kinderen - twee hele middelbare scholen - onbekend op welke school ze momenteel zitten en dus óf ze wel op school zitten. Dat blijkt, nu Van der Aa het sterk vervuilde Amsterdamse leerplichtbestand de afgelopen maanden heeft laten opschonen. “Een aantal zal tussen scholen zitten of nog niet op school zijn ingeschreven, maar dat moeten we uitzoeken”, aldus Van der Aa.

Oorzaken voor spijbelen en schooluitval zijn eenvoudig aan te wijzen: slechte cijfers, pesten, te weinig uitdagingen of teveel wisselingen van school. En dan zijn er oorzaken thuis: echtscheiding, ziekte, verwaarlozing of gewoon ruzie tussen kind en ouders.

Zo begon Rasta's spijbel-loopbaan vorig jaar in de derde klas van de IVBO, waar hij Elektro wilde volgen, maar naar het 'eenvoudige' Metaal werd gestuurd. Door de ziekte van Pfeiffer raakte hij eraan gewend om alleen halve dagen naar school te gaan. Daarna kon hij zich niet meer aan het regime onderwerpen. Zijn klasgenoten riepen rancuneus: 'waarom hij wel en wij niet?', als hij weer drie uur te laat kwam. Voor de Kerstvakantie hield hij ermee op.

Oplossingen voor spijbelgedrag zijn moeilijker te vinden. Van der Aa deed onlangs zijn laatste zet in zijn vierjarige beleid tegen schooluitval: dagelijks moeten scholen bij eén centraal punt melden wie er 'ongeoorloofd' verzuimt, zodat het opgeschoonde leerplichtbestand ook schoon blijft. Volgens de wet is 'ongeoorloofd' het drie dagen afwezig zijn of maandelijks een achtste deel van de lessen missen, zonder geldige reden. Leerplicht-ambtenaren moeten dan onmiddellijk contact opnemen met de school en met ouders. Scholen die een leerling wegsturen, moeten ook twee maanden lang 'actief' naar een vervangende school zoeken.

De ergste spijbelaars, die onhandelbaar werden op school, komen terecht bij de daghulp-centra van het Pedagogisch Psychologisch Instituut (PPI). Elke dag leren ze hier vooral ander gedrag aan, zegt S. ten Brink. Zich inhouden, iemand groeten, tot tien tellen als ze agressief worden. “Ze leren ook dat ze wel degelijk iets kunnen. Ze denken: ik moet toch ergens heen, dan liever hier naar toe. De regels zijn eenvoudig en duidelijk, dat hebben ze nodig.”

Rasta en zijn tegenpool, A. (14), bezoeken allebei de PPI. Rasta wil anderen altijd een plezier doen, maar wordt wel eens agressief. A. is verlegen en is vooral met zichzelf bezig. Ze heeft rood geverfd haar en donker opgemaakte ogen. Ze wil vooral schilderen en kan dat ook goed. “Ik ben hoogbegaafd, daardoor had ik problemen op school. Mij best dat iedereen in een keurslijf wil leven, maar dring mij dat keurslijf niet op.” Vorig jaar verliet ze de tweede klas van het gymnasium, omdat ze 'niet in het systeem paste'.

A. wil voorlopig op de PPI blijven om 'structuur te krijgen' en vervolgens naar de kunstacademie. Ook zonder diploma wordt ze wel aangenomen, hoopt ze. Rasta en A. - uitvallers uit het laagste en het hoogste onderwijstype - zijn ervan overtuigd dat ze goed terechtkomen in de samenleving. De leerplicht beschouwen ze hooguit als een lastige bijkomstigheid.

Om de hoek bewijzen zes jongeren van een jaar of veertien ' s middags dat de leerplicht meer is dan dat: behalve dat de wet onderwijs voor iedereen garandeert, wordt ook voorkomen dat kinderen de hele dag op straat rondhangen. Bij curiositeitenzaak 't Winkeltje gooit eén van hen plotseling een glas kapot, uit balorigheid. De eigenares rent boos naar buiten, raapt de scherven op en beschuldigt hen van vernieling. De dader loopt, al ontkennend, op haar af. De groep verzamelt zich om haar heen, waarop zij besluit naar binnen te gaan. Ze is nog niet uit beeld of de jongen rent terug en gooit weer een glas kapot. De confrontatie herhaalt zich. De sfeer wordt steeds grimmiger, totdat een voorbijganger ingrijpt.

Minister Ritzen (Onderwijs) is ook bezorgd over spijbelen en uitval, zo schreef hij onlangs in Trouw: “Schooluitval beschouwen we als eén van de Achilleshielen van het functioneren van onze samenleving (..) schooluitval begint vaak met chronisch spijbelen.” In 1995 wilde het kabinet nog spijbelopvangprojecten per augustus 1998 opheffen, omdat scholen de spijbelaars “zelf binnenboord moeten houden”, aldus staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) destijds.

De decennia lange 'bestuurlijke verwaarlozing' van spijbelen, zoals Van der Aa het noemt, leidde in Amsterdam onder andere tot een tekort aan leerplicht-

ambtenaren. Gevolg is dat de 23 leerplichtambtenaren (die samen 19.6 banen bezetten) de aanpak van schoolverzuim nauwelijks aankunnen, nu het een politieke prioriteit is. In stadsdelen zoals Zuid-Oost zijn twee voltijds leerplichtambtenaren verantwoordelijk voor zo'n 16.000 leerplichtige kinderen, terwijl de landelijke norm 1 op 5.000 kinderen is. Ze zijn beiden overspannen. Hun vervanger, F. Kroder, schakelt nu de politie in voor de aanpak van hardnekkige spijbelaars.

“Langzaamaan begrijpt iedereen dat schooluitval meedogenloos terugslaat op de samenleving”, zegt J. Backers van de Vereniging van Leerplichtambtenaren. “Een recept voor werklozen en criminelen. Ongediplomeerde jongeren krijgen wel werk, omdat ze goedkoop zijn, maar daarna zijn ze uitgerangeerd. Als je geen onderwijs hebt genoten, ben je ook moeilijk omschoolbaar.”

Het verzuim begint steeds vaker op basisscholen en moet dus ook daar al worden aangepakt, vindt Backers. “Leraren kennen de ouders daar goed en gedogen het soms als die hun kinderen elke woensdagochtend thuishouden 'omdat het toch maar een halve dag is'. Of als een moeder wegens haar kater de wekker niet hoort. Op de grootschalige middelbare school, raakt zo'n kind dan in de problemen.” Ouders die hun kinderen lange tijd meenemen met vakantie naar het land van herkomst, zijn volgens Backers makkelijk aan te pakken, omdat een boete behoorlijk afschrikt. “Ik zie ook dat de derde generatie van allochtone ouders veel meer waarde hechten aan scholing dan hun ouders.”

In verband met hun privacy zijn Rasta en A. in dit artikel niet met hun volledige naam genoemd.