Alitalia eist forse schadevergoeding van failliet Fokker

ROME / ROTTERDAM, 1 NOV. Alitalia eist van Fokker een schadevergoeding van 338 miljoen gulden. Dat blijkt uit het overzicht dat de curatoren van Fokker hebben gemaakt van alle vorderingen van schuldeisers op de failliete vliegtuigbouwer. Dat overzicht wordt maandag gepubliceerd.

Alitalia was in september 1995, vier maanden voor Fokkers einde, de laatste grote klant. De Italianen bestelden vijftien Fokker 70's en namen een optie op nog eens vijftien. Ze wilden daarmee op de nieuwe lijnen tussen Florence en Parijs, Milaan en München, Rome en Nice gaan vliegen. De vorige president van Alitalia, Schisano, vertrouwde er in september 1995 al niet zo erg op dat de vliegtuigen geleverd zouden worden. Iedereen wist dat het slecht ging met Fokker. Dasa, toen nog de meerderheidsaandeelhouder, had net drie miljard gulden gevraagd aan de Nederlandse overheid. Jürgen Schrempp, voorzitter van Dasa's moeder Daimler-Benz, reisde zelf naar Rome om Schisano ervan te overtuigen dat Alitalia de toestellen echt zou krijgen. Hij gaf een garantie van 200 miljoen dollar als Fokker de toezegging niet nakwam. Hij gaf ook een niet met een bedrag ingevulde garantie als Fokker geen service en onderhoud zou kunnen blijven verlenen.

Die reis van Schrempp naar Rome haalde toen de kranten, maar om een andere reden. Het was die keer dat hij 's avonds onderaan de Spaanse Trappen door de politie uit de fontein werd gevist en opgebracht. Hij was dronken, hij had willen gaan zwemmen met zijn assistente en zijn secretaresse.

Pag.19: Schrempp rekende zachte leaseprijs

Alitalia had verder ook een mooie deal aan de Fokker 70's. Schrempp maakte de leaseprijs af op 175 duizend dollar per vliegtuig per maand. Om Fokker er nog wat aan te laten verdienen had het zeker twee ton moeten zijn.

In het voorjaar van 1996, Fokker was net failliet, zeiden de curatoren tegen de Italianen dat de levering werd stopgezet. Vijf toestellen hadden ze gekregen. De zesde was al klaar, maar die bleef op Schiphol-Oost. “Wij zeiden”, zegt de huidige president van Alitalia, Cereti, “dat Fokker zijn vliegtuigen moest terugnemen. Hoe kunnen wij regionale service verlenen met vijf toestellen?”

Kwam het Alitalia misschien ook wel goed uit dat de order kon worden afgezegd? Het was een flinke bezuiniging.

“Wij hebben de curatoren gesmeekt om ons die andere tien ook te leveren,” zegt Cereti. “Please, zeiden we. We willen ze hebben.”

Fokker produceerde na het faillissement langer dan een jaar lang door, maar de toestellen werden alleen cash verkocht. Er werden geen leasecontracten meer afgesloten.

Vroeger was Cereti de president van de Italiaanse vliegtuigbouwer Alenia, die samen met het Franse Aérospatiale de ATR42 en de ATR72 bouwde: grote concurrenten van de Fokker 50. Maar er speelt, zegt Cereti, bij hem geen enkel ressentiment mee. Hij geeft hoog op van de kwaliteit van de Fokker-vliegtuigen. Hij had vorig jaar, toen het besluit om de vijf Fokker 70's terug te brengen nog niet gevallen was, wel klachten over Fokker Services en Fokker Product Support. De dienstverlening ging achteruit, de prijzen werden verhoogd. Alitalia maakte zich zorgen of de Fokkers wel konden blijven vliegen. (Net als andere luchtvaartmaatschappijen, bleek vorige week uit een brief met klachten over de service van Fokker aan Stork, de nieuwe eigenaar van Fokker Services en Product Support.) Zouden ze wel door de veiligheidscontroles blijven komen? Als hij zich de moeilijkheden voorstelt die dat had kunnen opleveren, zegt Cereti, is hij blij dat hij van de vliegtuigen af is.

    • Jannetje Koelewijn
    • Marc Leijendekker