X-benen

Op school deden we veel aan sport. In de winter was er lacrosse, een soort hockey op schouderhoogte, een gewelddadig en gevaarlijk spel. Omdat iedereen moest meedoen werd ik doelverdediger, met helm, borst- en beenbeschermers, zoals het Michelin-mannetje. Er was ook netball, een soort korfbal, en daarbij viel een keer een bal precies op de brug van mijn bril, die heel netjes in twee volkomen gelijke halve brillen brak. Zo had ik meteen een goed excuus om geen lacrosse meer te spelen: ik zei dat ik bang was dat mijn bril weer kapot zou gaan.

In de zomer was het minder erg: tennis, slagbal en zwemmen. Hoe ouder ik werd hoe makkelijker om niet mee te hoeven doen, om off games te zijn, niet te kunnen sporten. Je moest een brief van je moeder hebben maar dat was geen probleem. Wie off games was moest wel naar buiten: we wandelden rond de sportvelden, roddelden en keken naar de echte fanatiekelingen.

Een daarvan heette Peggy; later kwam ze terug als sportlerares, wat we een grote nederlaag voor haar vonden. Een andere was Elspeth, zij had merkwaardig dunne benen, echte X-benen, maar ze kon het hardste rennen van de hele school. Toen ik nog, met bril, in het doel stond was ik echt bang voor haar: als ze plotseling uit de mist opdoemde met die rare benen had ik de neiging er vandoor te gaan.

In mijn schooltijd werd er twee keer een schoolfoto gemaakt; het waren mooie zwart-wit foto's, bijna een meter breed, genomen op de tennisbaan met een speciaal langzaam draaiend fototoestel. Er werd gezegd dat iemand wel eens heel hard achterom rende en zo twee keer op de foto kwam. Elspeth had het zeker kunnen doen, maar op de oude foto's in de gang, die ik vaak heb bekeken, staat zij maar één keer.