Vorstin verwatert in pan-Europese potpourri

ROTTERDAM, 31 OKT. Nationale symbolen horen niet op de ene Europese munt, de euro. Dat was afgelopen woensdag het oordeel van de Economische en Monetaire Commissie van het Europees Parlement. Daarmee ondergroef het EP een eerder besluit van de ministers van Financiën van de Europese Unie. Die waren het er begin 1996 al over eens geworden dat de euro-muntjes een Europese en een nationale zijde krijgen. “We saved the Queen”, zei de toenmalige Britse minister van financiën Clarke destijds. En Nederland ook.

Te fraudegevoelig, zo oordeelde de EP-commissie woensdag over de nationale varianten van de euromuntjes, en te omslachtig. Er zijn acht soorten euromunten in voorbereiding, van 1, 2, 5, 10, 20 en 50 eurocent en 1 en 2 euro. Als er straks elf landen met de muntunie meedoen, komen er vanaf 2002, wanneer de nationale munten worden vervangen door euromunten, 88 verschillende versies in omloop.

Nu is het vervalsen van gewone betaalmunten een omslachtige en dure onderneming, dus met de gevreesde muntfraude zal het wel meevallen. Op de achtergrond speelt een krachtiger argument. Nu er eindelijk Europees geld komt, getuigt het niet erg van het Europese ideaal als de beeldenaar toch nationaal blijft. Volgende week komt het voorstel van de EP-commissie plenair in stemming in het Europese Parlement. Als dat het voorstel steunt, zitten de ministers van Financiën met een probleem. Zij kunnen het alleen unaniem verwerpen.

In Nederland mort het volk al bij voorbaat. Volgens de inbel-lijn van het dagblad De Telegraaf wil tweederde van de lezers niet dat Koningin Beatrix van de euromunten verdwijnt. Hoewel niet representatief, geeft deze steekproef toch een duidelijk signaal: we willen met de vorstin blijven betalen.

Hoe houdbaar is 'Beatrix' in de praktijk? Met de muntunie breekt de tijd aan dat reizigers en toeristen met hun eigen geld op zak overal in Europa kunnen betalen. Na verloop van tijd komen er in Nederland dus Duitse, Belgische, of Franse euromunten via Zandvoort, de Keukenhof of het Leidseplein in omloop. Het tempo waarin dat gebeurt is onvoorspelbaar: er is geen enkele ervaring mee. Maar het laat zich raden dat vooral in landen als Spanje en Portugal met hun enorme instroom van toeristen een flinke overslag zal plaats hebben van buitenlandse euro's. Als er zo jaarlijks 3 procent van alle munten wordt vervangen door buitenlandse euro's dan heeft, volgens een eenvoudig model, in 2020 nog maar iets meer dan de helft van de munten in binnenlandse omloop het 'nationale' karakter. De rest bestaat uit Brandenburger Tor euro's, Arc de Triomphe euro's, of welk nationale karakteristiek andere EU-landen uiteindelijk voor hun eigen muntzijde zullen kiezen. Als de mobiliteit van Europeanen fors toeneemt, en elk jaar 7,5 procent van de euro's verwatert, dan wordt Koningin Beatrix al snel een zeldzaam verschijnsel in het Nederlandse muntbestand.

Verse euromunten zullen er nauwelijks worden gemaakt, dus van een toevoeging van nationale euro's in het nationale geldverkeer moet niet al te veel worden verwacht. Ten eerste zijn alle euro's gloednieuw, en hoeven voorlopig niet wegens slijtage te worden vervangen. Ten tweede komt de noodzakelijke groei van de chartale geldhoeveelheid straks misschien wel geheel voor rekening van het oprukkende elektronische geld.

Centrale banken die, zoals het er nu uitziet, de fysieke afhandeling van de euromunten in het geldverkeer zullen regelen, kunnen natuurlijk onderling hun ingenomen nationale euromunten met elkaar ruilen, en zo het nationale bestand schoon houden. Daarover zijn nog geen afspraken gemaakt, maar het zou leiden tot veel gesleep met euro's over de Europese landkaart. En het valt te bezien of de verschillende euromunten, die zo worden gemaakt dat automaten geen verschil zien, in telcentrales wel afdoende snel en eenvoudig van elkaar kunnen worden gescheiden.

Zo kan het gebeuren dat Europa al snel een potpourri wordt van verschillende euromuntjes, wanneer de nationale karakteristieken tegen de zin van het Europese Parlement, blijven bestaan. Maar het is misschien wel even pan-Europees om straks in een Berlijnse pub een cappucino af te rekenen met een van thuis meegebrachte Juan Carlos-versie van het 2 eurostuk.