Voorschotten, afstel en uitstel

Karel van de Woestijne: 'Altijd maar bijeenblijven'. Brieven aan C.A.J. van Dishoeck, 1903-1929. Bezorgd door Leo Jansen en Jan Robert. Letterkundig Museum/Bas Lubberhuizen, 272 blz. ƒ 39,50

Als deel 29 van de reeks Achter het Boek van het Letterkundig Museum verscheen de correspondentie tussen de vooraanstaande, symbolistische, Vlaamse dichter Karel van de Woestijne (1878-1929) en zijn Nederlandse uitgever C.A.J. van Dishoeck. Het is een opmerkelijke portret geworden van een coulante uitgever en een lastige schrijver. De twee hadden elkaar in 1899 tijdens een congres in Gent leren kennen; niet lang daarna ontstond een correspondentie die tot Van de Woestijne's dood zou duren. De briefwisseling is eenzijdig overgeleverd; er zijn praktisch geen brieven van de uitgever bewaard gebleven. Dat deze bij Van de Woestijne zoekraakten, past wel bij het beeld dat we van hem krijgen: een dromerige, niet punctuele veelverhuizer, met voornamelijk aandacht voor zichzelf.

Als een tegentoon ontbreekt, is dat altijd jammer voor de aantrekkelijkheid van een correspondentie. Maar door een goede inleiding, een verhelderende annotatie, en het opnemen van documenten zoals recensies en brieven aan derden kan de editeur proberen het gemis van de ontbrekende stem te compenseren. Dat lukt de bezorgers van dit boek aardig door hun ter zake zijnde inleiding en hun trefzekere annotatie.

De brieven zelf werken ook mee. Na een stroef en zakelijk begin, wordt de lectuur gaandeweg boeiender. De toon wordt iets persoonlijker en vertrouwelijker, en in de inhoud klinkt het 'leven' wat meer door - al heeft die werkelijkheid altijd betrekking op het werk. Zo acht Van de Woestijne het in 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, een goed moment voor een bloemlezing van zijn gedichten, want: 'er wordt thans meer gelezen dan in gewonen tijd'. Het mag duidelijk zijn, de brieven geven geen aanwijzingen voor de veel verkondigde opvatting dat de Eerste Wereldoorlog oorzaak was van de breuk (van sensualistisch en esthetisch naar mystisch-religieus) in Van de Woestijne's dichterlijk oeuvre.

Boeiend zijn ook de kwesties. Zoals die met het door Van Dishoeck uitgegeven tijdschrift Vlaanderen (1903-1907), waarvan Van de Woestijne de toegewijde maar ongeschikte secretaris was. Want netzomin als bij de totstandkoming van zijn bundels, slaagde hij erin de zaken rond het tijdschrift op tijd af te handelen. Mederedactielid August Vermeylen ergerde zich aan het getreuzel en de financiële wanboel, stapte aanvankelijk op, en aanvaardde vervolgens de leiding van het tijdschrift. Lang duurde die nieuwe situatie niet. Vlaanderen kwam tot een eind, omdat Van Dishoeck en de redactie het niet eens konden worden over de honoraria. Even was er nog sprake van een nieuw tijdschrift, maar daar had Van Dishoeck begrijpelijkerwijs geen zin meer in.

Goed beschouwd is het onbegrijpelijk dat het geduld van de uitgever met Van de Woestijne nooit echt opraakte. Voor twee zo uiteenlopende karakters als dat van de pragmatische Van Dishoeck en de grillige dichter moet als bindend element gegolden hebben wat de bezorgers signaleren: een gemeenschappelijke liefde voor de literatuur en voor het goed verzorgde boek. Van Dishoeck heeft het dichterschap van Van de Woestijne herkend en hem volledig aanvaard. Dus mét zijn grillen, zijn trouweloosheid (Van de Woestijne gaf ook elders werk uit), zijn te veronderstellen onbetrouwbaarheid (hij heeft verrassende eigen visies op de werkelijkheid), en zijn verregaande bemoeienis met typografie, papiersoort en omslagontwerp. En dan is er nog de vanzelfsprekendheid waarmee Van de Woestijne vroeg om luxe-edities, voorschotten, afstel, uitstel, extra recensie-exemplaren, en wat al niet. Er waren gelukkig ook momenten van inzicht. Al in 1905 schreef de dichter: '(...) hoe dankbaar ik ben om de moeite, de werkelijke toewijding waarmede U mijn Verzen omringt. Ik geloof dat ik nooit een uitgever hadde gevonden, die me evenveel recht zou hebben gelaten over de uiterlijke uitvoering van mijn werk.'

En wat kreeg Van Dishoeck ervoor terug? Uiteindelijk: een dichter van naam in zijn fonds, dat wel. Maar ook een auteur op wiens bundels hij soms bijna twee jaar moest wachten, zoals bij de prozabundel Janus met het dubbele voor-hoofd (1908), waarvoor het honorarium al lang betaald was. Het voortdurende oponthoud ontstond niet alleen door Van de Woestijne's bemoeienis met de uitvoering, maar vooral door zijn onzekerheid over het eindresultaat: hij bleef zijn teksten herschrijven. De schrijver F.V. Toussaint van Boelaere berichtte Van Dishoeck daarover: ' 'Ik ken Karel sedert ongeveer een kwart eeuws. Er is geen kerel waar je beter op de baan meê kunt, dan hij; maar je moet nooit aan zijn 'faiblesses' toegeven.' ' Van Dishoeck deed dat wel, zoals hij ook altijd Van de Woestijne's verzoeken om geld honoreerde. Omgekeerd is Van de Woestijne nogal eens laks in het beantwoorden van de brieven van zijn weldoener. En als hij wel schrijft, is het zelden zonder een van zijn drie vaste thema's, 1: Ik ben ziek (tien dagen, zes weken, heel den winter); 2: Ik heb geld nodig; en 3: De gecorrigeerde drukproeven komen er nu echt aan. (Zoals de dichter zelfs een keer belooft op 'de asch' van zijn voorvaderen). Wij begrijpen de wanhoop van de uitgever als hij in een van zijn weinige overgeleverde brieven aan Van de Woestijne schrijft: 'Ik heb nu alles gedaan, finantieel ook, wat ge wenscht en ik krijg zulk schrijven. 't Is droevig. Ik word er ziek van!'

Altijd maar bijeenblijven toont de moeilijke en langdurige ontstaansgeschiedenis van Van de Woestijne's oeuvre. Van plannen die soms niet, soms pas na jaren verwezenlijkt worden. Het is mede daarom van belang voor de verdere Van de Woestijne-studie. Mede-bezorger Leo Jansen heeft er voor zijn vorig jaar verschenen historisch-kritische editie van Wiekslag om de kim - Van de Woestijne's postuum verschenen magnum opus - al gretig gebruik van gemaakt. Het boek is ook een belangrijke bron voor de nog steeds niet verschenen biografie van Van de Woestijne. Maar voorlopig is het vooral een erkenning van het belang van de Bussumse uitgever C.A.J. van Dishoeck, in wie de dichter Van de Woestijne zijn trouwste en belangrijkste uitgever vond.

In der haast!! De gravin van Vlaanderen is dood!!!

Waarde vriend.

k heb de boeken gisteren in goede orde ontvangen. Het ziet er weêr heel mooi uit. Mijn hartelijken dank erover. - Voor de bestelling in het Ministerie doe ik natuurlijk mijn best. Maar welk is de verkoopprijs? Laat mij die omgaand weten, s.v.pl.; dan dien ik onmiddellijk het boek in.

Met onze hartelijkste groeten

Uw genegen

Karel van de Woestijne

De hond van naast de deur is verkouden: nu blaft ie een dubbele terts lager.