Sjef van Oekel in de architectuur

Kunst omdat het moet: H. Th. Wijdeveld. Plan the impossible!, morgen, TROS, Ned.2, 0.43-1.31u.

Tien jaar geleden overleed op 102-jarige leeftijd H.Th. Wijdeveld, de architect die een paar jaar eerder nog een boek had gepubliceerd met de optimistische titel 'Mijn eerste eeuw'. Het is reden voor de TROS om de documentaire, die Hank Onrust in 1975 maakte over de toen ook al oude architect, opnieuw uit te zenden.

'Plan the impossible!' is het motto van de documentaire en al heeft Wijdeveld ook heel bouwbare ontwerpen gemaakt, het is inderdaad de fantastische kant van zijn oeuvre die hem aantrekkelijk maakt. Zo stelde hij in 1944 voor om een 25 kilometer diepe schacht in de aarde te maken. “Dat is toch leuk!” roept Wijdeveld in de documentaire, nog steeds enthousiast over het ontwerp. Net zo aanstekelijk haalt hij herinneringen op aan een ander 'leuk' ontwerp, uit 1925, toen hij voorstelde om in het Amsterdamse Vondelpark een gigantisch Volkstheater te bouwen in de vorm van een kolossale vagina.

In de documentaire vertelt Wijdeveld, begeleid door de in de reportages uit de jaren zeventig onvermijdelijke muziek van Satie, de ene na de andere anekdote over zijn leven. Samen met oude beelden van onder meer zijn ontwerpen en gebouwen zorgt dit voor een globaal en chronologisch overzicht van Wijdevelds werk. Een pionier van de moderne architectuur kan hij niet worden genoemd, maar Wijdeveld wist als weinig anderen de Amsterdamse School te verzoenen met het Nieuwe Bouwen. Met zijn tijdschrift Wendingen, dat van 1918-1931 bestond en vaak was gewijd aan het werk van buitenlandse architecten als Erich Mendelsohn en Frank Lloyd Wright, heeft hij waarschijnlijk meer invloed gehad dan met zijn bouwwerken.

Hoe groot Wijdevelds invloed was in zijn hoedanigheid als leider van werkgemeenschappen die hij verschillende keren oprichtte, wordt niet duidelijk. Ex-leerlingen of anderen die hier een licht op zouden kunnen werpen, liet Onrust niet aan het woord. De documentaire steunt helemaal op Wijdeveld, die zich een begaafd acteur toont en met zijn dramatische uithalen vooral doet denken aan Sjef van Oekel. “Wat een herinneringen! Laat me gaan!” roept hij bijvoorbeeld gemaakt emotioneel uit, als hij op kasteel Haarzuilen de oorspronkelijke ontwerptekeningen voor de stallen ziet, die hij als 17-jarige voor zijn toenmalige werkgever Pierre Cuypers maakte.

Ook heel goed acteert Wijdeveld als hij uitleg geeft over zijn haat-liefde verhouding met Nederland: “Ik ben een emotioneel mens, ik hoor hier niet. Wat doe ik in dit land!” Wijdeveld zegt dit naar aanleiding van vragen van Onrust over Wijdevelds gedrag in de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog mocht Wijdeveld volgens eigen zeggen 'een half jaar niet schrijven', omdat een zuiveringscommissie meende dat hij nazi-sympathieën had gehad, een mening die niet wordt weersproken door de titel die Wijdeveld gaf aan een boek: De Nieuwe Orde. Maar hoe het nu precies zit met Wijdevelds oorlogsverleden blijft vaag. Het is het enige moment waarop Onrusts consequent volgehouden benadering om alleen Wijdeveld aan het woord te laten zich wreekt. De architect vertelt iets over een Duits-joodse muzikante die ondergedoken zat op de door hem ontworpen werkgemeenschap 'Elckerlyc' in Lage Vuursche. En ook zegt hij iets over een Duitse officier die er langs kwam om de mogelijkheden tot inkwartiering te onderzoeken en toen verzuchtte: 'Dieser verdammte Krieg.' Maar op de vraag 'u hebt toch moeilijkheden gekregen na de oorlog', komt Wijdeveld met een warrig betoog: “Alles wat ik zeg, alles wat ik spreek, alles wat ik leef, is de Nieuwe Orde.”