Rotjetoe?

Een recept voor oud-Hollandse melanzaanappel. Op z'n Frans. Heel eenvoudig.

Je gooit de aubergine met tomaten en ui en nog wat in de pan, steekt het vuur eronder aan en een half uur later is het klaar. Je ziet niet meer precies wat wat was, het is echt een ratjetoe geworden.

De lekkerste ratjetoe krijg je door heel zorgvuldig te werk te gaan.

Om te beginnen een halve aubergine wassen en zonder te schillen in blokjes snijden. Met een halve courgette hetzelfde doen. Zout erop strooien. Daardoor trekt er wat water uit zodat ze tijdens het stoven ook steviger blijven.

Nu een groene paprika, dat is ingewikkelder. De allerbuitenste schil moet er af en dat gaat het beste boven een open gasvlam. Brandweerman of vrouw in de familie? Dan vraag je of die dat karweitje kan opknappen. Paprika aan een vork en ronddraaien boven de vlam tot hij helemaal zwart is geblakerd. Met een mes al dat zwart eraf raspen, zaden eruit halen en de rest in stukken snijden.

Op dat moment ook een grote kop echt lekkere olijfolie in een stoofpan, een pan met een dikke bodem, gieten. Gas aan. Twee uien in ringen snijden en nog een keer door de helft. In de olie. Roeren met de houten lepel.

Als de uien zacht zijn de paprika, aubergine en courgette erbij doen. Deksel op de pan en tien minuten op klein vuur laten stoven. Vier gewassen tomaten in stukken snijden en er ook bij gooien, samen met een klein gesneden teen knoflook en een enkel takje thijm (of roosmarijn of een ander kruid uit het zuiden) plus een laurierblad en zwarte peper. Roeren en met het deksel half op de de pan nog dertig minuten laten doorpruttelen. Hap nemen om te weten of er genoeg zout en peper in zit en opeten met knapperig stokbrood.

Heb je alles goed gedaan dan proef je dat ook en mag je het gerust zijn eigen echte Franse naam ratatouille weer terug geven. Maar ratjetoe klinkt toch iets leuker. Probeer het maar eens op z'n Rotterdams of Roozendaals.