Piet Rogie bekroond voor zijn hele choreografische oeuvre; Ik wil mensen zien, geen dansers

Choreograaf Piet Rogie ontving gisteren de Prins Bernhard Fonds Theaterprijs. Op een ideaal moment, want Rogie weet sinds kort pas goed wat hij altijd had willen zeggen.“Je moet helemaal niet proberen te begrijpen waar die bewegingen over gaan. Je moet kijken.”

Maandag a.s. wordt de documentaire 'Piet Rogie, het geheim van de denkende danser' van Jan Kelder uitgezonden. Ned.3, 23.22-0.22u.

“Kunnen vliegen is voor veel dansers de ultieme droom. De zwaartekracht opheffen. Maar als de mens kon vliegen zou hij niet meer dansen”.

Piet Rogie (Avelgem 1954) noemt zichzelf 'op en top een Belg' maar lijkt de Nederlandse drang tot relativeren aardig onder de knie te hebben. Sinds 1979 woont en werkt hij in Nederland waar hij als choreograaf 'met omtrekkende bewegingen' bouwde aan zijn nu met de Prins Bernhard Fonds Theaterprijs bekroonde oeuvre. Vanaf 1989 is Rogie artistiek leider van de Compagnie Peter Bulcaen. Die naam heeft overigens nogal eens voor verwarring gezorgd. “Nee het is geen romanfiguur, of mijn alter ego. Het is ook niet de naam van de grondlegger van de Belgische moderne dans. Bulcaen is de achternaam van mijn grootmoeder. En Peter, dat is het zwarte schaap in onze familie. Die twee heb ik willen samenvoegen, meer niet. Maar of dat, achteraf bezien, wel zo slim is geweest weet ik eigenlijk niet”.

Na afloop van een intensieve repetitie voor zijn nieuwe ballet Klavier in de bescheiden studio van Peter Bulcaen klopt prijswinnaar Rogie zichzelf niet op de borst: “Ach, een andere jury, een andere winnaar”. Voor het eerst werd de tweejaarlijkse oeuvreprijs toegekend aan iemand uit de danswereld, en Rogie lijkt nu wel enig recht te hebben een lange neus te maken naar bijvoorbeeld de Raad voor Cultuur. Vorig jaar bracht de raad een negatief advies over hem uit. In vier regeltjes heette het onder meer dat hij 'niets aan zichzelf toevoegde'.

“Met andere woorden: ik kon er maar beter mee stoppen. De mensen die daarover beslissen hollen altijd achter de ontwikkelingen aan. Maar ik ben niet rancuneus, hoewel deze prijs wel op een perfect moment komt.”

Ondanks de niet toegekende subsidie maakte Rogie in 1996 het duet Naast, naar eigen zeggen een van zijn beste baletten, en ontving hij de Choreografieprijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouw Directeuren. Afgemeten naar zaalbezetting en reactie van het publiek ziet Rogie ook een stijgende lijn in de waardering voor zijn werk.

“Ik heb al jaren een min of meer vaste groep bezoekers, maar die blijft groeien. Die mensen komen alleen terug als ze het mooi tot zeer mooi vinden. Daar ben ik natuurlijk heel gelukkig mee. Maar je moet je altijd blijven afvragen: wat sta ik hier nou te doen? Dans kan de wereld niet veranderen, maar wel 30 of 60 minuten lang iemands zenuwstelsel zo roeren dat hij geëmotioneerd wordt. Zolang ik door een voorstelling van een ander wordt geraakt durf ik het om te draaien. Ik heb de pretentie dat ik dat ook voor anderen kan betekenen. Mijn werk is niet gemaakt voor tien personen per avond, maar voor vierhonderd. Dat is geen hoogmoed maar heeft te maken met de wens te communiceren. Ik heb wat mede te delen. Als Hans van Manen zegt 'dans gaat alleen over dans' dan denk ik: maar dat is ook al een mededeling.”

Zure gezichten

Piet Rogie doorliep behalve de Koninklijke Balletschool van Antwerpen ook de Akademie voor Schone Kunsten te Gent. Als artistiek leider ontwerpt hij dan ook zelf de decors, het licht en de programmaboekjes.

“Ik beschouw mezelf als een klassiek choreograaf, die alles zelf doet. Daarom zal ik ook altijd ad hoc producties blijven maken. Artistiek leider van een grote dansgroep als het Nationaal Ballet zou ik nooit kunnen zijn. Alleen al de nalatenschap van je voorganger. Je bent aan handen en voeten gebonden. In een vast gezelschap moet iedereen aan het werk gezet worden, anders krijg je zure gezichten. Dat heeft consequenties voor de vormen die je kiest. Krijg je allemaal balletten voor twintig dansers. Dat is een zware prijs en die wil ik niet betalen. Daarvoor volg ik al te lang mijn eigen weg.”

De favoriete dansvorm van Rogie is nog altijd het duet. Is die keuze niet ingegeven door de geringe financiële armslag van Peter Bulcaen? “Het is waar dat het meeste geld naar salarissen voor de dansers gaat. Maar het duet blijft boeien, al moet je waken voor platgetreden paden. Je moet er iets meer mee doen dan zo'n eeuwig spel van aantrekken en afstoten. Kleren trek je aan en afstoten doe je met een rakettrap. Naast, dat ik danste met, of eigenlijk naast Johanna Laber, ging ook niet over liefde en erotiek, maar over vriendschap. Dat had ook veel met haar te maken. Ik werk heel graag met haar. Het is een kwestie van wederzijds vertrouwen. Met een andere danseres was het een heel andere voorstelling geworden. Zij begrijpt mij als choreograaf, ze weet wat ik denk.”

Dansen volgens Piet Rogie is denken volgens Piet Rogie. Dat die opvatting hem in veel recensies het imago van de 'dansende denker' opleverde lijkt Rogie niet te storen. “Het is voor mij een noodzaak te werken met mensen die denken tijdens het dansen. Op het podium wil ik mensen zien, geen dansers. Je moet jezelf niet uitschakelen maar alles wat je hebt meegemaakt laten zien. Wat ik eigenlijk wil is een symbiose. Een zo abstract mogelijk dansidioom enten op een volkomen menselijke uitvoering. Zoveel mogelijk zeggen met zo min mogelijk middelen.”

De wezenlijke bijdrage van een choreograaf aan de danskunst komt niet uit de lucht vallen. Rogie erkent dat zijn vroegere werk wel eens kracht miste. Pas de laatste jaren lijkt hij te zijn doorgedrongen tot de kern van de zaak. “Dat bedoel ik ook als ik zeg dat deze prijs op een perfect moment komt. Een aantal jaren terug wist ik nog niet precies wat ik wilde zeggen, ik was wel eens bang om serieus te zijn. Dan deed ik er maar wat grollen in. Maar als je niet durft te zeggen wat je wilt zeggen wordt het vaak juist zwaar, ga je verkeerd doseren. Dan kwam ik op met een emmertje op mijn kop of liet de voorstelling beginnen met een majorettecorps. Het nadeel daarvan is ook dat je dan direct 'clownesk' genoemd gaat worden. Choreografie is een vak. Pas toen ik dat bedacht snapte ik wat ik echt wilde zeggen, dat ik pure dans wilde maken. Pure dans ontstaat alleen op basis van muzikaliteit. Ik hoef niet zonodig meer een verhaal te vertellen. Muziek is de laatste jaren mijn belangrijkste inspiratiebron geworden”.

Kijken

Zoals in de hedendaagse muziek elke componist een geheel eigen muzikale taal ontwikkelt is het ook in de dans. Een goede choreograaf citeert alleen zichzelf, zegt Rogie. Moeten we het ontwikkelen van zo'n eigen taal zien als het uitvinden van nieuwe bewegingen? En hoe moet het publiek die dan kunnen begrijpen? “Je moet helemaal niet proberen te begrijpen waar die bewegingen over gaan. Je moet kijken. Wat zie je? Een vrouw tilt een been op, maakt een draai en neigt naar de grond. Dat is het. Dans is ook geen illustratie van de muziek. Hooguit krijgt een beweging betekenis in een hele reeks, of in combinatie met de muziek en het licht, dat ik altijd de 'extra danser' noem.”

Het gaat Rogie om het fileren. Tijdens de repetitie is hij net zolang aan het wegpellen tot de pure dans overblijft. “Dansen is vaak een vorm van versieren, dus verbergen. Ik wil juist minder versiering en meer 'naakte' dans. Weet je bijvoorbeeld wat de moeilijkste dingen voor een danser zijn? Lopen, staan en kijken. Ga maar eens staan voor een zaal vol publiek. Je staat in je blote kont. Met lopen precies zo. Goede dansers kunnen goed lopen.”

Nederlanders kunnen in het algemeen niet elegant lopen, zegt Rogie. “Dat vindt men hier niet nodig”. De afgelopen negentien jaar heeft hij de Nederlandse mentaliteit grondig bestudeerd en is tot de conclusie gekomen dat de Nederlanders ondoorgrondelijk zijn. Ze kunnen zich bijvoorbeeld beter uitdrukken dan Belgen, maar dat vind je, volgens Rogie, helemaal niet terug in de literatuur.

“Ik haak altijd af na twintig pagina's. Het is vaak zo pietluttig. En neem nou Mondriaan, een mooi voorbeeld van een echt grote Hollandse schilder. Maar op een gegeven moment is hij verzand in een dogma van rechte lijntjes. Het is een soort religie geworden. Als iemand de kromme uit zijn werk schrapt, haalt hij volgens mij het wezenlijke weg. Goede kunst is gedoseerde en gestileerde grilligheid. Ik wil het grillige van de menselijke aard met al zijn voor- en nadelen juist laten zien. Iemand die dat ook doet is Armando. Ik speel al jaren met de gedachte hem eens decors te laten maken voor Peter Bulcaen.”

Klagen

Met de honderdduizend gulden die verbonden zijn aan de Prins Bernhard Fonds Theaterprijs kan Rogie eindelijk zijn dansers eens goed betalen. “Goede dansers kosten geld. Dat zouden ze bij het verstrekken van subsidies ook wel eens mogen bedenken. Ze eisen hoogwaardige uitvoeringen, maar zien niet de financiële consequenties daarvan onder ogen. Aan de andere kant is het dansaanbod in Nederland heel erg groot. Laat ik het er maar op houden dat we niet mogen klagen, maar wel mogen mopperen.”

De nieuwe weg die Piet Rogie is ingeslagen is ook de jury van de Prins Bernhard Fonds Theaterprijs niet ontgaan. In het juryrapport wordt Rogie onder meer geroemd om de grote muzikaliteit van zijn choreografieën. Exemplarisch daarvoor is wellicht de titel van zijn nieuwste ballet, dat op 6 november in Rotterdam in première gaat. Klavier wordt gedanst op een aaneenschakeling van korte pianofragmenten van onder anderen Bach, Cage, Hindemith, Rihm, Mozart en Satie. “In de jaren zeventig is Satie helemaal doodgeknuppeld door choreografen. Ik vond het leuk om hem weer eens uit de kast te halen. Met die stukjes muziek ben ik gaan schuiven, tot ik een systeem had. Zo'n systeem moet je overigens wel weer zelf doorbreken, anders krijgt het publiek het door. Ze zitten natuurlijk niet te klokken, maar je moet ze laten gissen om de spanning te kunnen vasthouden. Daarom heb ik het doorsneden met delen uit een radio-interview met Arnold Schönberg uit 1948. Die man zegt dan bijvoorbeeld: 'eigenlijk ben ik maar een amateur'. Dat is een prachtige relativering voor zo'n complexe componist. Zo'n uitspraak plaats ik dan net voor of na een heel serieus gedeelte. Ik hoop alleen dat ze me nou niet meteen weer een clown gaan noemen”.