Noord-Irak strijdtoneel voor Koerden en Turken

Na een jaar van betrekkelijke rust is de situatie in de overwegend door Koerden bewoonde autonome enclave in Noord-Irak opnieuw explosief. Iedereen vecht er met iedereen.

ANKARA, 31 OKT. Sinds meer dan twee weken zijn de rivaliserende Iraaks-Koerdische partijen in Noord-Irak, de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Jalal Talabani en de Koerdische Democratische Partij (KDP) van Masoud Barzani, opnieuw met elkaar in gevecht. Zeker 800 peshmerga's (Koerdische strijders) hebben daarbij inmiddels het leven verloren. Daarnaast zijn er nu 8.000 Turkse militairen min of meer permanent in het gebied gestationeerd. Het Turkse leger vecht tegen de Koerdische Arbeiders Partij (PKK), die Noord-Irak zowel als uitvalsbasis gebruikt voor aanvallen op militaire en burgerdoelen in het Turkse zuidoosten, als er voedsel- en wapendepots en mobiele kampen opzet.

In hun strijd tegen de PKK hebben de Turkse militairen de volledige steun van de KDP, die het noordelijke deel van de enclave controleert. In ruil daarvoor bombardeert het Turkse leger doelen in het door de PUK gecontroleerde zuiden van Noord-Irak. Hulporganisaties van de Verenigde Naties onderstrepen dat de distributie van voedsel (in het kader van het olie voor voedsel-akkoord tussen Irak en de VN) in bepaalde delen van de enclave ernstig wordt gehinderd. Bovendien moeten de ruim een miljoen inwoners van de administratieve hoofdstad van Noord-Irak, Arbil, het regelmatig zonder elektriciteit stellen. Het aantal vluchtelingen als gevolg van de interne gevechten groeit.

In Washington, Londen en Ankara, de drie sponsors van het vredesproces in Noord-Irak, wordt sterke druk uitgeoefend op zowel de KDP als de PUK een eind te maken aan de gevechten - voorlopig zonder resultaat. De KDP eist dat de PUK zich uit de gebieden terugtrekt die de groep recentelijk heeft veroverd.

Het al jaren van tijd tot tijd oplaaiende interne conflict in Noord-Irak dreigde in het zomer van het vorig jaar uit te groeien tot een regionaal conflict, toen de KDP de hulp inriep van het Iraakse leger bij de herovering van de hoofdstad Arbil. De PUK, die door Iran wordt gesteund, werd vervolgens uit vrijwel geheel Noord-Irak verdreven. In oktober sloegen de peshmerga's van de PUK verrassend terug, waarna ze op Arbil na vrijwel hun oude posities weer in handen kregen. In een reactie op de Iraakse rol bij de herovering van Arbil voerden de VS vorig jaar september raketaanvallen uit op Zuid-Irak.

De KDP en de PUK kwamen in Ankara uiteindelijk een bestendiging van hun oude staakt-het-vuren overeen. Daarbij werd niet alleen een demarcatielijn vastgesteld, maar ook een lokale waarnemersmacht ingesteld die het bestand vanuit Arbil moest controleren. Over andere gevoelige punten als de demilitarisering van Arbil, de verdeling van de tolheffingen over alle partijen in Noord-Irak en nieuwe verkiezingen bestaat ondanks talloze vergaderingen in de afgelopen maanden nog steeds geen overeenstemming. De status quo is in het voordeel van de KDP, die de douanegelden nu vrijwel volledig opstrijkt.

De indruk is dat de de PUK de afgelopen maanden militair weer is versterkt met hulp van Iran, dat op die manier de invloed van zowel Turkije als de VS in de regio poogt tegen te gaan. De Iraakse Koerden hielden al enkele weken rekening met een nieuwe krachtmeting tussen de beide partijen, die de PUK enig wisselgeld zou kunnen verschaffen.

Tot nu toe zijn de pesmergha's van Talabani er echter niet geslaagd om door te stoten naar KDP-gebied. Dat houdt mede verband met het verbond tussen de KDP en het Turkse leger. Hoewel het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken volhoudt dat de luchtaanvallen in de afgelopen week op PUK-doelen in feite waren gericht tegen de aanwezigheid van de PKK in deze streek, meldden Turkse media dat er een verband bestaat tussen de bombardementen en het feit dat de PUK inmiddels over door Iran geleverde Grad-raketten beschikt. De KDP zou Ankara onder druk hebben gezet: òf deze raketten, die een ernstige bedreiging vormen voor de KDP, worden onschadelijk gemaakt, òf de KDP roept opnieuw de hulp in van Bagdad. Een KDP-woordvoerder in de Turkse hoofdstad wil dit gedeeltelijk bevestigen. “We hebben nadrukkelijk laten weten”, aldus Safeen Dizayee, “dat we tot andere opties zouden besluiten als de PUK er niet toe werd gedwongen om zich uit de KDP-gebieden terug te trekken die het recentelijk heeft veroverd”. Barham Salih, de vertegenwoordiger van de PUK in de VS, beschuldigt Turkije ervan “nu aan het conflict deel te nemen, terwijl Ankara voorheen een sponsor was van het vredesproces”. Anderen wijzen erop dat dat niet zo verwonderlijk is omdat de PKK zich vrijwel geheel heeft teruggetrokken op door de PUK gecontroleerd gebied in Noord-Irak. De Turkse Koerden vechten zelfs zij aan zij met de peshmerga's van Talabani in de strijd tegen de KDP. Van Iran zouden zowel de PUK als de PKK steun krijgen.

De VS houden het er voorlopig op dat de Turkse invloed in Noord-Irak slechts tot doel heeft om de PKK te bestrijden. Hiermee wordt verbloemd hoe tegenstrijdig feitelijk de belangen van de twee NAVO-partners zijn in deze regio. Ankara heeft in de strijd tegen de de eigen Turks-Koerdische separatisten vooral belang bij stabiliteit in Noord-Irak. De PKK opereert op grote schaal vanuit de Iraakse grensstreek, zonder dat de KDP daar voldoende tegen optreedt. Ankara is ervan overtuigd dat hierin ook geen verandering komt zolang de Koerden in Noord-Irak het voor het zeggen hebben. Turkije zou dan ook het liefst zien dat het bewind in Bagdad de controle over de Koerdische regio weer overneemt. Zolang daarvoor internationaal geen draagvlak bestaat, worden de Turkse militairen in de strijd tegen de PKK gedwongen om zich permament in Noord-Irak op te houden, zo denkt Ankara.

Washington zit op een andere toer. Enerzijds willen de Amerikanen het bestaande machtsevenwicht in de regio handhaven, waardoor de soevereiniteit van Irak gehandhaafd moet blijven. Tot vorig jaar jaar gebruikten de VS Noord-Irak echter ook als springplank om de Iraakse leider Saddam Hussein uit het zadel te wippen. Daar kwam een abrupt een einde aan toen hun dekmantel, het Iraakse Nationale Congres (INC), een paraplu van Iraakse oppositiegroeperingen, uit de enclave weg moest wegens de kortstondige verbintenis tussen de KDP en Bagdad vorig jaar augustus. Uit angst voor de lange arm van de Iraakse veiligheidsdienst waren de Amerikanen gedwongen om duizenden Iraakse medewerkers uit de enclave te evacueren.

De indruk is dat Turkije en de VS elkaar nu noodgedwongen halfweg tegemoet komen. Ankara houdt Bagdad voorlopig uit Noord-Irak. De VS geven Turkije in ruil daarvoor de vrije hand in de Iraakse enclave in de strijd tegen de PKK. Datzelfde mandaat heeft Turkije inmiddels ook van Europa. De aanvankelijk sympathie voor de Iraakse Koerden in de Europese hoofdsteden is de laatste jaren omgeslagen in irritatie over de ongebreidelde machtszucht van de leiders Barzani en Talabani, waaraan de Iraaks-Koerdische bevolking wordt opgeofferd.