Nieuwe schoenen

Het Van Abbemuseum in Eindhoven beleeft zware tijden. Het museum wil nieuwbouw, maar krijgt die niet. De directie ligt voortdurend onder vuur van de Vereniging 'Behoud het Van Abbemuseum' en staf en collectie huizen in een oude Philips-kantine, een veel te kleine ruimte met te lage plafonds en benauwde hokken waar het verschrikkelijk galmt - je hoort er ieder woord op twintig meter.

Het valt ook niet mee om het de bezoeker in zo'n gebouw naar de zin te maken, en dat lijken die bezoekers te weten: in het 'Van Abbe entr'act' is het vaak beangstigend stil. Vooral voor de suppoosten moet dat geen pretje zijn; die vervelen zich te pletter in die rust. Maar daar hebben ze een oplossing voor gevonden.

Vorige week was ik in het Van Abbe om de tentoonstelling Sleeping Beauty te zien, een collectie-tentoonstelling met werk van onder meer El Lissitzky en Moholy-Nágy, van Jean-Marc Bustamante en Richard Long: bijna meditatieve kunst, waar je in stilte en afzondering naar moet kunnen kijken. Ik was benieuwd of dat zou lukken: bij twee vorige bezoeken hadden de suppoosten van het museum zich nogal luidruchtig getoond - voor een tentoonstelling als deze zou dat rampzalig zijn.

Bij het betreden van het museum gebeurde er iets grappigs: voor me uit liep een suppoost met nieuwe schoenen. Zijn zolen kraakten als het matras van een drieling en dat geluid was zalen ver te horen. Ik grinnikte: een klassieke museummisser, kan gebeuren, ook suppoosten hebben nieuwe schoenen nodig. Toen ik verder liep zag ik dat er vijf bezoekers en vier suppoosten waren. Twee daarvan hadden zich aan weerszijden van de centrale gang geposteerd. Ze waren druk in gesprek, hun stemmen galmden door het museum en mij leken ze niet op te merken. Toen ik dan ook vlak achter de ene ging staan om een werk van Miroslaw Balka te bekijken, denderde achter me het gesprek vrolijk door: over de kantine, over de ramen, over de toiletten en nog zo wat. Ik probeerde ze boos aan te kijken, maar ze waren zo druk in gesprek dat ze me niet zagen, en dus vluchtte ik maar naar het achterste gedeelte.

Daar werd ik echter opgewacht door suppoost nummer vier, die me aankeek met een lange, priemende blik - ik was de eerste in 'haar' deel en ze was duidelijk niet van plan haar prooi te laten ontsnappen. Snel schoot ik een zaaltje met foto's in, maar daar stond ze alweer, net naast de deur, met een blik die iedere trilling registreerde. Snel liep ik de zaal uit, rennend bijna, sloeg twee hoeken om, nam een stukje gang en schoot een andere zaal binnen. Eindelijk was ze weg en verdomd: daar lag een prachtige steenlijn van Richard Long. Rust daalde over me neer en tevreden tuurde ik naar de lijn die daar zo eenzaam lag - maar toen hoorde ik gekraak en zag ik haar net achter de deurpost wegschieten. Ik ben maar weggegaan.

Nog een kwartiertje heb ik door het museum gelopen. In het achterste gedeelte waakte Cerberus, in het voorste gedeelte galmden de stemmen van de gezelligheidsvereniging Van Abbe; daar tussendoor klonk schoengekraak. Toen ik weg ging waren er nog drie bezoekers over. Ze naderen hun doel, de suppoosten in Eindhoven: het hele museum voor zichzelf.