Nare week voor staatssecretarissen

Voor we overgaan tot de orde van de dag, zal eerst even het volgende citaat van staatssecretaris Schmitz van Justitie voor het nageslacht moeten worden vastgelegd. “Hier is dus iets gebeurd, dat niet had mogen gemoeten.”

Het was moeilijk de beelden van de stoethaspelende staatssecretaris in navrantheid te overtreffen, maar toch lukte het - en nog wel door archiefbeelden die 32 jaar oud waren.

Nova liet zien hoe de meester-oplichter Friedrich Weinreb in 1965 geïnterviewd werd door de journalist Dick Houwaart.

“Professor”, zei Houwaart tegen de man die geen echte professor was, “zoudt u ons dat fantastische verhaal uit de oorlog eens willen vertellen?”

Uit de eerbied waarmee Houwaart die zin uitsprak, kon je opmaken dat hij het woord 'fantastische' niet in de zin van 'verzonnen' gebruikte. Dat bleek trouwens ook uit het slot van het interview waarin Houwaart vroeg: “Bent u slachtoffer van de niet-rechtsstaat?”

“Zeker”, antwoordde Weinreb zonder blikken of blozen, “en van een psychische aberratie in het Nederlandse volk. Ik was een bliksemafleider, er moest een zondebok gevonden worden, en dat is meestal degene die het niet gedaan heeft, anders ben je geen zondebok.”

Nova interviewde de Leidse historica Regina Grüter, die deze week promoveerde op een proefschrift over Weinreb met de titel Een fantast schrijft geschiedenis. Daarin toont zij aan dat Weinreb ook na de oorlog vrolijk was doorgegaan met zijn afpersingspraktijken: ditmaal was niet, zoals in de oorlog, zijn joodse medeburger het slachtoffer, maar het ministerie van Buitenlandse Zaken.

“Hij was een ziekelijke fantast”, zei Grüter, “een manipulator die een grote rol wilde spelen (...) Hij heeft zijn hele leven gefantaseerd, hij kon het niet anders.”

Sommigen hebben Weinreb na de oorlog meteen doorzien. W.F. Hermans is er nog beroemder door geworden, maar er wordt wel eens vergeten dat een andere belangrijke schrijver hem was voorgegaan. Al in 1950 schreef Abel Herzberg in Onderdrukking en Verzet: '...dat hij (Weinreb) uit winstbejag gehandeld heeft... is onwaarschijnlijk. Want wat is geld? Macht! Maar hij bezat meer macht dan voor geld was te krijgen..... Weinreb was machtiger dan de rijken. Als hij desondanks geld aannam, was dat bij wijze van gunst'... 'Hier deed zich voor hem - een man met zijn afkomst! - de mogelijkheid voor om belangrijk te zijn, zich te doen gelden, meer te zijn dan een ander.''

Deze typering werd in 1976 overgenomen door de onderzoekers van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. “Als geheel staat voor ons vast”, schreven zij, “dat de bevrediging van zijn eigen behoeften aan macht, geld en lust Weinreb tot zijn lijst-bedrog heeft gebracht.” Het had, volgens de rapporteurs, zeventig mensen het leven gekost.

Als hij je vader is geweest, hoe rationaliseer je dan zijn daden? In Nova deed mevrouw Milgram, dochter van Weinreb, het desgevraagd als volgt: “Hij gaf de mensen een perspectief in de geest van die tijd... Hij was zeker een fantast: hij beleefde twee werkelijkheden en kon ze toch uit elkaar houden.”

Ook kwam een van de vrouwen aan het woord die door Weinreb seksueel misbruikt zijn. “Hij was pervers en sadistisch”, vertelde mevrouw Kwakkelstein. Hij had gezegd dat ze kanker had en genezen kon worden als ze 32 (!) maal bij hem terugkwam. “Als je nu weggaat, domme vrouw”, had hij haar nageroepen, “dan ben je ten dode opgeschreven.”

“Ik geloof die vrouwen nog steeds niet”, zei in Nova meneer Lahuis, oud-ambtenaar van de reclassering en nog altijd zeer geïmponeerd door Weinrebs charisma.

Daarmee zijn we bij een andere staatssecretaris beland voor wie het geen leuke week is. Aad Nuis heeft het immers, samen met Renate Rubinstein, altijd voor Weinreb opgenomen. In 1979 noemde hij in zijn boek Het monster in de huiskamer het rapport van het RIOD over Weinreb 'onbesuisde laster'.

Nuis zal liever zijn tong afbijten dan ooit toegeven 'dat hier iets is gebeurd dat niet had mogen gemoeten'.