Muntunie verdeelt Tories steeds meer

LONDEN, 31 OKT. De verdeeldheid over de Economische en Monetaire Unie (EMU) die de Britse Conservatieve regering vijf jaar lang heeft achtervolgd, steekt opnieuw de kop op. Een aantal Conservatieve parlementariërs voorspelt dat een scheuring van de partij dit keer niet meer te vermijden is.

Ex-vice-premier Michael Heseltine opende gisteren de aanval op het officiële partijstandpunt dat toetreding tot de monetaire unie de komende tien jaar moet worden uitgesloten. “De Europese munt komt er. De enige vraag is wanneer Groot-Brittannië zal meedoen, want meedoen zullen we. Hoe langer we verzuimen het Britse volk de waarheid te vertellen over de Britse verhouding tot Europa, hoe schadelijker het zal zijn voor het nationale belang”, verklaarde het voormalige politieke kopstuk in een gesprek met de BBC. Hij voegde er nog aan toe dat als de Conservatieven de volgende verkiezingen ingaan met de belofte om het pond te redden, ze het hele Britse bedrijfsleven tegenover zich zullen vinden. “Geen aantrekkelijke positie” voor Tories, zei Heseltine. Eerder deze week had de Conservatieve ex-minister van Financiën Kenneth Clarke al laten weten dat hij een Conservatieve campagne voor toetreding tot de monetaire unie zou steunen als in deze regeerperiode aan de vereiste economische voorwaarden wordt voldaan. Zowel Clarke als Heseltine hebben zich aangesloten bij de Conservatieve Mainstream, een groep van Conservatieve parlementariërs die in principe vóór een Europese munt is. Heseltine is gisteren tot voorzitter benoemd.

Het Conservatieve Lagerhuislid Peter Temple-Morris bevestigde gisteren dat hij had overwogen om over te lopen naar Labour. Met premier Blair heeft hij daarover de afgelopen weken twee gesprekken gevoerd. Uiteindelijk besloot hij om Heseltine en Clarke te steunen in hun strijd binnen de Conservatieve partij.

William Hague, de leider van de Conservatieven, zei gisteren dat hij zijn vijandige houding tegenover de monetaire unie niet laat varen onder druk van “een stel gepensioneerde ministers”. Volgens Hague vertegenwoordigen ze niet meer dan “een kleine minderheid” binnen de partij.