Minister weet niet hoeveel agenten er op straat lopen

DEN HAAG, 31 OKT. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) kan niet meten hoeveel agenten zich op straat bevinden. De bewindsman schrijft dit in een gisteren verzonden brief aan de Tweede Kamer. De Kamer dringt al geruime tijd aan op meer duidelijkheid over 'de hoeveelheid blauw op straat'.

Het kabinet beloofde deze regereerperiode 3.700 agenten op straat te zullen brengen. Daarnaast zou het een voorgenomen bezuiniging van duizend agenten, genomen door het vorige kabinet, ongedaan maken.

Dijkstal kan nu niet aangeven of dit aantal werkelijk wordt gehaald. Daartoe zou het departement een permanente analyse van de individuele dienstrooster van de korpsen moeten maken, aldus de bewindsman. Bovendien bestaan onder de korpsen verschillende definities van het begrip 'blauw op straat'.

In zijn brief wijst Dijkstal erop dat hieronder niet alleen agenten in uniform op straat vallen. “Veel niet-geüniformeerde politiemensen zijn daadwerkelijk 'op straat', zoals rechercheurs en technische specialisten”, aldus Dijkstal in zijn brief.

Eerder deze maand werd bekend dat in Nederland geen gedetailleerd, landelijk overzicht van geweld in het openbaar bestaat, als gevolg van de verschillende computersystemen die politiekorpsen hanteren bij de registratie van misdrijven. De overheid kan daardoor nauwelijks op grond van betrouwbare gegevens effectieve maatregelen nemen.

Wel verwacht het ministerie van Binnenlandse Zaken aan het eind van het jaar te kunnen aangeven hoeveel mensen daadwerkelijk bij de regionale politiekorpsen werken. Dat gebeurt met hulp van een nieuw informatiesysteem. De Tweede Kamer had het departement eerder gevraagd aan te geven of het kabinet de beloofde 3.700 agenten op straat kan waarmaken. Maandag behandelt de Kamer de politiebegroting.