Minister van stilstaan

DE FILES TIJDENS de ochtend- en middagspits hebben op sommige dagen een lengte die de afstand tussen Roodeschool en Vaals overtreft. Driehonderdvijftig kilometer file is tamelijk gewoon - en het wordt met de dag erger. Mobiliteit betekent tegenwoordig langzaamrijdend en stilstaand verkeer.

Treinreizigers beklagen zich omdat de NS niet kan garanderen dat zevenentachtig procent van de treinen maximaal drie minuten vertraging heeft. Automobilisten klagen niet eens als ze anderhalf uur over een afstand van zestig kilometer snelweg doen en drie kwartier te laat komen.

Nederland moet van het kabinet aan het werk en doet dat in deeltijd, met tweeverdieners en een tweede autootje. Nederland spreidt de welvaart, verhuist naar nieuwbouwwijken in Vinex-locaties en staat op zondag in de file naar het pretpark. Nederland investeert in de infrastructuur en daardoor komen automobilisten midden in de nacht terecht in files met uitzicht op reclameborden die monter de vooruitgang bij de werkzaamheden aan de weg vermelden, en moeten treinreizigers rekening houden met ingezette bussen.

Annemarie Jorritsma, de VVD-minister van Verkeer en Waterstaat, kan daar ook weinig aan doen, zij is in ieder geval niet de enig verantwoordelijke voor de dagelijkse filestanden of vertragingen bij het spoor. Ze heeft te maken met een infrastructuur waarvan het geraamte teruggaat tot de vorige eeuw, een opeenstapeling van achterstallig onderhoud van vorige kabinetten en met de milieugevoeligheid van de Nederlandse politiek. Goed, overal wordt er nu gewerkt aan wegen, spoorlijnen en vliegvelden. Maar als tegemoetkoming aan het coalitiebelang van een groen imago heeft het kabinet ingestemd met miljardenverslindende aanpassingen die de Kamer eiste. Met dat geld had de milieu-overlast kunnen worden beperkt als het voor de oplossing van knelpunten en kleinschalig, snel openbaar vervoer had kunnen worden ingezet. Nu staat Nederland stil terwijl de CO2 wordt uitgestoten, verdwijnt het geld in de tunnels van de 'grote werken' en kan een metronet of een Randstad-rail niet worden aangelegd.

HET ANTWOORD van Jorritsma is een grote mond. Haar gewoonte om steevast een kloeke mening klaar te hebben, begint zich tegen haar te keren. Want met al die stellige uitspraken verdwijnen de files niet, wordt de geluidsoverlast bij Schiphol niet minder en rijden de treinen niet beter op schema. Natuurlijk, er gaan jaren overheen voordat een plan is uitgevoerd. Maar als de politieke woorden steeds verder afstaan van de dagelijks beleefde werkelijkheid, wordt een bewindspersoon ongeloofwaardig. Trouwens, met de elektronische snelweg die schoon, snel en filevrij is, lijkt de minister weinig affiniteit te hebben.

Ook al kent Jorritsma haar dossiers, op een aantal punten had ze het in drie jaar beter kunnen doen. Ze is niet handig in het sluiten van politieke compromissen over omstreden wegenprojecten. Ze weet geen perspectief te bieden voor de oplossing van de verkeersdrukte. Ze is enthousiast over de toelating van concurrentie in het openbaar vervoer, maar in de praktijk schiet het niet erg op. De NS zouden niet op het onzalige idee zijn gekomen om de spitsprijzen te verhogen, als er volop concurrentie op het spoor zou zijn toegelaten. Als het streek- en stadsvervoer schromelijk tekortschieten, dan moeten creatieve nieuwkomers de verstarde monopolisten kunnen aanpakken. Als de overlast van Schiphol zich niet aan de afgesproken contouren houdt, helpen strengere geluidsnormen voor vliegtuigen en belasting op kerosine meer dan een gedoogbeleid onder druk van de luchtvaartlobby.

DE MINISTER van Verkeer en Waterstaat heeft een ondankbare portefeuille: de zittende minister krijgt de schuld van de problemen en de opvolger de lof voor de opheffing van knelpunten. Jorritsma heeft er nog wat problemen bij. Ze moet haar plannen inpassen in de voorkeuren van andere ministers die met ruimtelijke ordening, economie en vervoer te maken hebben. Verder moet haar beleid het opnemen tegen maatschappelijke ontwikkelingen waarop ze geen invloed heeft zoals banengroei, tweeverdieners, nieuwbouwwijken, weidewinkels, kantorenparken en welvaartsstijging. Toch zou een minister op dit departement het begin van een politieke visie op al die uitdagingen moeten tonen. Dat is bij Jorritsma niet het geval.