Levende legende van de lichte muziek; Paul McCartney (1942)

Barry Miles: Paul McCartney: Many years from now. Secker & Warburg, 654 blz. ƒ 60,30

Hij heeft meer dan 100 miljoen singletjes verkocht, zijn muren zijn behangen met ten minste zestig gouden langspeelplaten, hij is volgens het Guinness Book of Records de meest succesvolle componist en muzikant aller tijden in het populaire genre, hij is vijf maal onderscheiden met de prestigieuze Ivor Novello Award, hij kreeg een eredoctoraat van de Universiteit van Sussex, hij hield met 184.000 betalende bezoekers het grootste popconcert ooit (april 1990, Maracana Stadion te Rio de Janeiro), hij is recordhouder van de snelste kaartverkoop in de muziekgeschiedenis (20.000 plaatsen gingen te Sydney in 8 minuten van de hand), hij ontving de Chileense Orde van Verdienste en de Zweedse Polar Muziek Onderscheiding (de 'Nobelprijs voor toonkunst'), hij werd geridderd door de koningin van Groot-Brittannië, en hij is componist van het meest gedraaide liedje in de historie van de menselijke beschaving ('Yesterday' was tot nu toe meer dan 6 miljoen maal op de radio te horen en werd meer dan 2200 maal opgenomen door andere artiesten). Hij is ook - en ondanks al het andere toch vooral - ex-Beatle.

Wie dacht dat alles over het leven en werk van Paul McCartney, nu ook tenminste zo'n zes miljoen maal, is verteld, heeft gelijk, maar dat is geen reden om daar niet nog eens 654 bladzijden aan toe te voegen. Barry Miles heeft met zijn recent verschenen Paul McCartney. Many years from now getracht de 'definitieve' levensschets te schrijven van de nu 55-jarige levende legende van de lichte muziek - net zoals onder meer Chris Welch met zijn Paul McCartney, the definitive biography uit 1984, Chris Salewicz met zijn McCartney, the biography uit 1986, Chet Flippo met zijn McCartney, the biography in 1988, Geoffrey Giuliano met zijn Blackbird, the life and times of Paul McCartney uit 1991, Ross Benson met zijn Paul McCartney; behind the myth uit 1992, Ray Coleman met zijn McCartney, Yesterday and Today uit 1995 dat probeerden.

Miles

De nieuwste 'definitieve' biograaf ('usually known simply as Miles', zoals hij niet nalaat enkele malen over zichzelf te melden) kent McCartney al sinds het midden van de jaren zestig, toen hij geïnvolveerd was in het destijds fameuze Britse undergroundblad International Times, met hulp van McCartney de Indica boekhandel annex galerie oprichtte (waar John Lennon en Yoko Ono elkaar voor het eerst zouden ontmoeten), en daarna baas werd van Zapple, het experimentele label voor platen met gesproken woord dat onder de paraplu van het Apple-imperium van The Beatles opereerde. Vijf jaar is Miles bezig geweest met dit project, en zijn oude vriend McCartney gunde hem 'honderden uren exclusieve interviews'.

Het levensverhaal van James Paul McCartney is zo bekend dat men het met een gerust hart voor de zesmiljoenste maal kan lezen zonder dat het verveelt. Hij werd geboren op 18 juni 1942 te Liverpool - vijf maanden nadat de zware bombardementen door de Duitsers daar waren opgehouden - in een arm lower-middle class gezin met enige aspiraties. Van de negentig leerlingen van zijn lagere school was Paul een van de vier wier cijfers goed genoeg waren om toegelaten te worden tot de Liverpool Institute, de beste grammar school van de stad. Daar leerde hij in 1954 George Harrison kennen, een jongen uit zijn buurt die één jaar jonger was, maar de ontluikende liefde voor rock'n'roll deelde. Hoe meer de jongens hoorden over en vooral van The Crew Cuts (hun liedje 'Sh-Boom' was de eerste r & r-hit in Engeland), Bill Haley en Elvis Presley, des te minder aandacht was er voor het (gratis) onderwijs. Maar in tegenstelling tot hun Amerikaanse idolen groeiden zij wel op in een omgeving waar Shakespeare, Chaucer, Lewis Carroll en andere klassiekers ten minste af en toe werden genoemd.

McCartney was gegrepen door de nieuwe horizonten die de Engelse literatuur bood (nu nog kent hij enkele regels van Chaucer), en er bestaat een schoolschrift van Harrison waar in de kantlijn van een pagina vol kunsthistorisch verantwoorde korinthische kapitelen allerlei elektrische gitaren zijn getekend. Dit is van betekenis wil men de latere culturele expansie van de Beatles begrijpen. Net zoals overigens het feit dat er buiten nog 11.000 gaslantaarns in de straten van Liverpool brandden en het huisvuil werd opgehaald met paard-en-wagen.

Naast het Liverpool Institute stond the Liverpool College of Art, waar John Winston Lennon een reputatie als wildeman zou opbouwen, maar ook als de leider van de skiffle groep The Quarry Men. Op 6 juli 1957, acht maanden nadat zijn moeder plotseling was overleden aan borstkanker, ontmoette Paul deze iets oudere en bijziende kunststudent met zijn tochtlatten en improvisatietalent (waarmee hij maskeerde dat hij de woorden van de liedjes niet kon onthouden). Korte tijd later werd Paul lid van The Quarry Men, en op zijn aandringen liet John na enige maanden ook de net vijftien geworden George Harrison toe (omdat die foutloos 'Raunchy' op zijn gitaar kon spelen).

De rest is geschiedenis: de drie aan rock'n'roll verslaafde teenagers ploeterden vanaf de diepste diepten van het muzikale leven in Liverpool (meer dan driehonderd bands om de vele tientallen danslokalen en clubs te bespelen) via ontelbare optredens, soms voor niet meer dan achttien man, zoals in de Queen's Hall te Aldershot in december 1960, naar de hoogste hoogten van de populaire cultuur. In 1962 kwam een platencontract, een nieuwe drummer (Ringo Starr, de beste van Liverpool - want hij had een auto), en een verschijnsel dat Beatlemania zou gaan heten. De muziek van de Beatles - een zonderling vernieuwende melange van traditionele elementen uit zwarte rythm and blues, rock'n'roll, danshal-beat en vaudeville - en de iconografie van de Beatles werd synoniem voor een tijdperk; het tijdperk waaraan uiteindelijk alles wat Paul McCartney sindsdien heeft gedaan, heeft gecomponeerd en heeft gezegd wordt afgemeten.

Over de Beatles en over McCartney zijn honderden boeken geschreven, en nog steeds gaat er geen jaar voorbij of er komt meer bij. In Engeland bestaat zelfs een uitgeverij die alleen maar (dure en chique) boeken over de Beatles uitgeeft (ieder jaar één of twee), en daarvan kan bestaan. En tegenwoordig zijn op het Internet vele honderden sites te vinden over deze popgroep die meer dan een kwart eeuw geleden ophield te bestaan (het schijnt dat The Beatles zich mogen verheugen in bijna 200.000 vermeldingen op het World Wide Web).

Men moet dus goed beslagen ten ijs komen wil men aan het best beschreven, frequentst becommentarieerde en meest scrupuleus bestudeerde culturele verschijnsel van na de oorlog nog iets toe te kunnen voegen. Wat dat betreft is Miles' Paul McCartney; Many years from now in meer dan een opzicht teleurstellend. Niet omdat het levensverhaal van McCartney zo saai is dat men het niet voor de zesmiljoenste keer ademloos kan lezen. Niet omdat er nauwelijks wordt ingegaan op de grensverleggende rol van McCartney als basgitarist (bij The Beatles speelde bijna vanaf het begin de bas mee - of tegen - de melodielijn in plaats van louter het ritme te ondersteunen). Niet omdat er een boekhoudersachtige benadering is van het componistenwerk van Lennon en McCartney ('dit liedje is 30 procent John en 70 procent Paul'). Niet omdat de zonderlinge muzikale kracht van de Beatles als groep onbesproken en onbegrepen blijft (men zou uit deze biografie kunnen opmaken dat het een combo was dat vooral McCartney-songs speelde). Niet omdat het leven van McCartney ook in dit boek weer zo'n beetje ophoudt in 1970 toen de Beatles uit elkaar gingen. Niet omdat omdat Miles tot de verbijstering van althans deze lezer volstrekt niet ingaat op het intrigerende en succesvolle recente Anthology-project waarmee de overgebleven drie ex-Beatles hun eigen muzikale geschiedenis vastlegden (volgend jaar verschijnt trouwens een - schijnbaar zeer openhartige - boek-editie van de Anthology, geautoriseerd door de Fab Three).

Revisionistische invalshoek

Teleurstellend is deze biografie waarschijnlijk vooral omdat het zo nadrukkelijk de in de McCartney-geschiedschrijving al enigszins platgetreden revisionistische invalshoek hanteert. Deze historiografische school beklemtoont dat McCartney in feite de grote avant-gardist en bohémien van The Beatles was, meer nog dan Lennon. Hij was het die naar Stockhausen luisterde, die experimenteerde met achterstevoren gedraaide geluidsbanden, die naar films van Antonioni ging en die rondhing met de hippe kunstenaars van zijn tijd. Het moge waar zijn, maar het is al eerder en vaker gezegd.

Toegegeven, sinds de scheiding van de Beatles, en vooral sinds de dood van John Lennon in 1980, heeft McCartney moeten opboksen tegen het imago van enigszins wattige, burgerlijke liedjesmaker, die zonder het rebelse en artistieke genie van Lennon verviel tot het componeren van muzak. McCartney gold in de pophistorie bij vele would-be rockers als niet helemaal politiek correct. Daarbij leed hij aan het verschrikkelijke feit dat hij een levende, gelukkige en succesvolle poplegende was, in een branche waarin de vroegtijdige dood onder ranzige omstandigheden voor status, reputatie en aanzien zorgt. Dat Lennon de vijf jaren voor zijn gewelddadige dood vooral doorbracht met macrameeën, taarten bakken en borduren hoort men inderdaad slechts zelden in kringen van rock'n'roll-adepten. Maar ik weet niet of dat genoeg reden is voor McCartney om zo vaak en met zoveel nadruk te laten optekenen dat hij al in het midden van de jaren zestig Magrittes verzamelde, toen Lennon zich stierlijk zat te vervelen in zijn landhuis. En het is zeker de vraag of het genoeg reden is voor Barry Miles ('known as Miles') om de overgebleven lijders aan Beatlemania te tracteren op 654 pagina's die zij toch niet kunnen laten liggen, maar waarin nauwelijks een nieuwtje staat.