Komst van euro brengt gemeenten in tijdnood

Als de Nederlandse gemeenten zich nu niet voorbereiden op de komst van de gemeenschappelijke Europese munt, komen ze bij de invoering ervan zeker in tijdnood.

EINDHOVEN, 31 OKT. Niet alleen het bedrijfsleven zal gevolgen ondervinden van de invoering van de euro. Ook lokale overheden moeten zich voorbereiden op de komende gemeenschappelijke Europese eenheidsmunt. En daar kunnen zij niet vroeg genoeg mee beginnen, vindt de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).

De bank, waarbij de meeste Nederlandse gemeenten een rekening aanhouden, bekleedt het voorzitterschap van het overlegorgaan ELO, dat zich buigt over de gevolgen van de Economische en Monetaire Unie voor de lokale overheden. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg, de ministeries van Binnenlandse Zaken en Financiën, de Unie van Waterschappen en de Nederlandse Waterschapsbank zijn bij het overleg betrokken.

Het overlegorgaan organiseerde afgelopen maand een landelijke roadshow, waarbij honderden gemeenteambtenaren werden voorgelicht over hun taak bij de invoering van de euro. Na Amsterdam, Rotterdam, Arnhem en Zwolle, was onlangs als laatste Eindhoven aan de beurt.

In 1999 wordt de euro in het girale betalingsverkeer ingevoerd. Dan zullen de gemeenten er nog niet massaal op overgaan. Vrijwel al het gemeentelijke betalingsverkeer en de administratie zullen dus tot 2002 nog in guldens luiden. Pas als de euromunten en -biljetten daadwerkelijk worden geïntroduceerd, zullen de gemeenten ze gaan gebruiken.

Toch krijgen zij al eerder met de euro te maken. Met name bij leningen zullen de gemeenten rekening moeten houden met de Europese munt, omdat de financiële markten er al in 1999, wat het girale betalingsverkeer betreft, en masse op overgaan. En 2002 mag ver weg lijken - als nu geen voorbereidingen worden getroffen, zal de achterstand later te groot zijn, zegt John Holsberg van de BNG.

De reeks aanpassingen die de gemeenten zullen moeten doorvoeren lijkt eindeloos. Administratie, betalingen van rekeningen en salarissen, formulieren, regelgeving, boetes en gemeentebelastingen, voorlichting van de burger, parkeermeters en koffieautomaten; aan alles moet gedacht worden. “Van de 120.000 koffieautomaten in Nederland staan de meesten toch bij de overheid”, grapt Ruud ten Kroode van de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

Het omzetten van de organisatie van gulden op euro is geen kwestie van simpelweg “zoek en vervang”, benadrukt Ten Kroode. Neem de acceptgiro's die de burger regelmatig in de bus krijgt. Deze overschrijvingsopdrachten worden automatisch gelezen, en een pennestreek die van guldens euro's maakt, wordt niet door de machine herkend. De kaarten zullen dus opnieuw moeten worden gedrukt. Ten Kroode heeft twee tips voor de tweehonderd gemeenteambtenaren in de zaal. Zorg voor kritisch voorraadbeheer; laat geen exemplaren drukken die straks overbodig zijn. En zoek even uit wie bevoegd is acceptgiro's te drukken; een lokale drukker mag dat meestal niet en zal zo'n drukopdracht - met opslag - uitbesteden.

Ten Kroode onderstreept het belang van gelijktijdige aanpassingen. De bestanden in de gemeentelijke administratie hangen nauw samen. In het geval van een bouwaanvraag moet de aanneemsom worden ingevuld ten behoeve van het bouw- en het gebouwenregister, dat op zijn beurt de gegevens aanlevert voor de Onroerende Zaak Belasting. Als één onderdeel in euro's rekent, en het andere nog in guldens, kan de zaak in het honderd lopen. “Alles hangt met alles samen”, waarschuwt Ten Kroode.

De stuurgroep, die de lokale overheden begeleidt bij de overgang naar de euro, laat het niet bij de bijeenkomsten voor gemeenteambtenaren. De komende twee maanden organiseert ze voorlichtingsmiddagen voor de volkshuisvestingssector en overheidsbedrijven en -instellingen. Verder verspreidt het overlegorgaan het handboek Euro publieke sector, waarin nog eens kan worden nagelezen wat op de bijeenkomsten is gezegd.

De aanpassingsoperatie zal de gemeenten een flinke duit kosten. De landelijke overheid verbiedt afwenteling van de kosten op de burger. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten wil daarom dat het ministerie vanBinnenlandse Zaken, als beheerder van het Gemeentefonds, een deel van de kosten draagt. De kans daarop is echter klein. “Rekent U zich nog maar niet rijk”, houdt Holsberg van de Bank Nederlandse Gemeenten zijn gehoor voor.

Volgens Ten Kroode zijn alle inspanningen en kosten de moeite echter meer dan waard. “Vergeet niet dat dit een historische exercitie is. Wie zijn wij dat we dit allemaal mee mogen maken?” Holsberg hanteert een meer praktische benadering: “Het is een uitmuntende gelegenheid eens flink de stofkam door de organisatie te halen.”