James Bond met een boordje

Arturo Pérez-Reverte: Het trommelvel. Uit het Spaans vertaald door Jean Schalekamp. De Prom, 365 blz. ƒ 49,50

Misschien moet je katholiek zijn om zonder illusies te kunnen schrijven over het cynisme van de Roomse Kerk en toch de bekoring te voelen van haar bestaan. In Het trommelvel, de meest recente roman van de Spaanse schrijver Arturo Pérez-Reverte, komt het Vaticaan er in ieder geval niet fraai af. Het is een nest van intriges en machtsconflicten, met kille strategie uitgevochten door de diverse theologische en kerkpolitieke stromingen die in de Vaticaanse politiek de dienst uitmaken. In dat wespennest beweegt Lorenzo Quart, hoofdpersoon van Het trommelvel dat in Spanje twee jaar geleden met tienduizenden tegelijk over de toonbank ging, zich als een vis in het water. Hij is geestelijke, maar verder heeft hij het meeste weg van een James Bond met een boordje en zonder damesgezelschap.

Als agent van het Vaticaanse Instituto per le Opere Esteriore (in de wandelgangen bekend als 'Gods linkerhand') knapt Quart klusjes op waar de Vaticaanse diplomatie zich liever niet mee afgeeft. Bemiddeling bij de overgave van Noriega aan de Amerikanen en tactisch laveren met een Kroatische kardinaal heeft hij al op zijn conduite staat staan, net als de liquidatie van lastig geworden Latijns-Amerikaanse priesterarbeiders. Zijn missie in Het trommelvel is iets minder hemelbestormend: het opsporen van een hacker die de Vaticaanse computers bestookt met noodkreten voor een met sloop bedreigde kerk in Sevilla. Het kerkgebouw zelf lijkt inmiddels aan het moorden te zijn geslagen: bij de voorbereidende werkzaamheden zijn al twee onverklaarbare gevallen.

Quart is een hard-boiled soldaat in het schaakspel van hogere politiek en hij weet dat. Hij voert orders uit, en dat is heel iets anders dan het betonen van christelijke naastenliefde. Het humanisme van G.K. Chestertons Father Brown is hem vreemd, maar Chesterton was dan ook een bekeerling en die plegen het geloof nogal serieus te nemen. Pérez-Reverte beschrijft Quarts bijna militaire opvatting van zijn eigen priesterschap met het onverholen genoegen van de geboren katholiek. Ook de verdedigers van de kerk (een oude hertogin, haar ravissante dochter) legt hij nauwelijks religieuze overwegingen in de mond. Zelfs voor de boerse pastoor die bijna het hele boek Quarts tegendeel lijkt te zijn is het geloof geen hoofdzaak. Niet of God bestaat is voor hem belangrijk, maar of de mis wordt opgedragen en de stervenden hun Heilig Oliesel en daarmee hun troost krijgen.

Uiteindelijk begrijpen de twee paters elkaar dan ook volkomen. Daarom helpt Quart de pastoor de kerk te behouden, tegen de uitdrukkelijke opdracht van zijn superieuren in. Hij wint er, kortstondig, toch nog zijn damesgezelschap mee, maar hij bekeert zich niet, zoals een protestanter auteur of een bekeerling - overtuigd van het primaat van het geweten - zou hebben geschreven. Hij blijft de soldaat die hij was, in dienst van de Kerk die ook op haar beurt haar bestaansreden heeft in haar louter uitwendige duurzaamheid. Alleen Rome is eeuwig.

Waarschijnlijk heeft Pérez-Reverte zich bij het schrijven van dit boek niet steeds door dergelijke kerkelijke en theologische beslommeringen laten leiden, al wijdt hij een paar mooie bladzijden aan kerk, ambt en eeuwigheid. Hij is nu eenmaal geen diepgravend schrijver, eerder een auteur die op knappe wijze gebruik weet te maken van de sfeer en eigenaardigheden van de omgeving waarin hij zijn boeken laat spelen. In Het paneel van Vlaanderen was dat de wereld van het schaakspel en de Renaissancekunst, in De club Dumas die van het feuilleton, de semiotiek en de bibliofilie, en in de nog niet vertaalde Schermmeester die van de negentiende-eeuwse burgerlijke roman en de schermkunst.

In De club Dumas lukte dat het beste, omdat het onderwerp van het boek (de avonturenromans van Dumas) zich in de aard en vorm van Pérez-Reverte's eigen boek weerspiegelde. Die hoogte bereikt Het trommelvel niet, en dan worden ook de zwakke kanten van Pérez-Reverte's schrijverschap des te hinderlijker: zijn sjabloon-achtige personages, zijn plots die aan het einde altijd wat teleurstellen en zijn overvloedig gebruik van cliffhangers: het afbreken van de handeling op het spannendste moment om de aandacht van de lezer vast te houden.

Bijzonder is het boek niettemin omdat het tussen de regels door een spoedcursus geeft in praktisch katholicisme, dat voor buitenstaanders zo vaak een ondoordringbaar raadsel blijft. Niemand is, aan de andere kant, gedwongen zich aan die lessen iets gelegen te laten liggen. Ondanks zijn feilen en een zekere oppervlakkigheid rolt het verhaal onweerstaanbaar naar zijn einde toe. Maar ook de oppervlakte, zo heeft het katholicisme altijd gemeend, maakt zalig.