Harteloos Nederland

Karlijn Stoffels: Stiefland. Querido, 128 blz. ƒ 24,90

Hoe ziet Nederland eruit vanuit de ogen van een (illegale) immigrant? We doen de laatste jaren allerlei pogingen om ons dat voor te stellen, om elkaar en onszelf de ogen te openen voor de vaak beschamende omstandigheden waarin mensen gebracht worden in een land dat zo rijk is, en zo tevreden met zichzelf. In kinderboeken traden al lange tijd Turkse, Marokkaanse en Surinaamse klasgenootjes op, de 'zwerfjongere' is als thema regelrecht in de mode, maar een boek dat zo duidelijk het gevoel van onveiligheid aan de orde stelt als Stiefland van Karlijn Stoffels las ik nog niet eerder.

Het 'stiefland' uit de titel is Nederland, en je moet je er iets bij voorstellen als de boze stiefmoeder uit sprookjes - gemeen, haar eigen kinderen voortrekkend, loerend op een kans om het stiefkind te pakken te nemen.

Bij Rasjid, kortweg Sjid, in de klas zit maar één Nederlandse jongen, de rest komt van overal vandaan. En niet al die leerlingen hebben een verblijfsvergunning, al weten ze dat over het algemeen niet van elkaar. En overal loert de vreemdelingenpolitie om ze bij de eerste de beste aanleiding het land uit te zetten.

Stoffels beschrijft Nederland als een jungle, als een harteloos en gruwelijk land voor buitenlandse kinderen. Ze heeft geprobeerd om dat niet op een larmoyante manier te doen, om een zeker hardheid te stellen tegenover het ongeluk dat ze beschrijft. Hoofdpersoon Rasjid, in Parijs geboren, is dan ook een brutaal, snel, harde grappen makend gozertje, die graag doet alsof zijn klasgenootjes regelrecht uit het oerwoud komen. “Ik kan ook nog dammen,' zegt hij vriendelijk. 'Ach ja,' zeg ik. 'Met witte en zwarte kiezelsteentjes. Heb je ze bij je?' ' Iedereen in zijn klas reageert trouwens voortdurend zo. Dat ruwe jongerentaaltje is vaak geestig, maar het pakt ook wel eens een beetje verkeerd uit. Zo spreekt Rasjid over 'zo'n kloffie' - dat klinkt niet zo erg hedendaags. Ook de tuttige bewering 'het volgend weekend al maakten we samen de stad onveilig' komt meer uit de volwassen pen dan uit de pubermond, evenals: 'Er zullen wel klasgenoten in het café zitten'. De hardheid kan ook omgekeerd sentimenteel uitpakken, bij voorbeeld in deze opeenvolging: 'Als er visite kwam zouden we een uitstekende beurt maken, vond ik.' Nieuwe alinea: 'Er kwam geen visite.' Modern schrijven.

Stiefland heeft vaart, humor en is soms als aanklacht regelrecht onthutsend. Toch is het literair niet helemaal gelukt, het is te bedacht, het heeft iets onnatuurlijks en onwaarachtigs. Dat komt in de eerste plaats door die toon, en misschien ook wel doordat Stoffels er zo véél in kwijt wilde: de ziekenzorgen, de schoolleiding, de advocatuur, de opvang, de misdaad, de onveiligheid - daardoor raken de persoonlijke verhoudingen in de verdrukking: niets komt uit de verf.

Sjid heeft veel van Mosje uit Stoffels vorige boek, het bekroonde Mosje en Reizele. Zoals Aysel veel van Reizele heeft. Zoals de omstandigheden op elkaar lijken. Zoals ze elkaar uit het oog verliezen en Mosje/Sjid met een ander meisje in bed belandt. Misschien is dat expres en is de bewering: het vervolgen van mensen gebeurt nu en hier ook. Maar wellicht was het beter geweest als Stoffels iets langer gewacht had met dit tweede boek zodat het meer zichzelf had kunnen worden en het minder in een licht karikaturale herhaling van het eerste was blijven steken.