Gesprek met schrijver Martin Amis; We varen wel bij ons gebrek aan voorstellingsvermogen; Ik hoop dat het lachen de lezer vergaat

Volgens de Engelse schrijver Martin Amis kan de invloed van de televisie op het denken en doen van mensen niet worden overschat. Het beeld is belangrijker geworden dan de werkelijkheid, meent hij. In zijn nieuwste roman 'Nachttrein' spiegelen agenten zich aan politieseries, en laten mafiosi zich door 'The Godfather' een obsessie met eer en respect aanpraten.

Martin Amis: Night Train. Uitg. Jonathan Cape, 149 blz. Prijs ƒ 31,10 (geb.). De Nederlandse vertaling van Gerrit de Blaauw is verschenen bij Contact (141 blz, ƒ 29,90).

Wat doet een schrijver die niet wil optreden in het steeds luidruchtiger Circus van Literaire Prijzen? Hij kan besluiten om iedere publiciteit te schuwen en zelfs geen portretfoto aan de pers ter beschikking te stellen. Hij kan groot misbaar maken, buiten de piste gaan staan, en vervolgens gewoon zijn act opvoeren wanneer de prijs daadwerkelijk gewonnen is. Of hij kan ervoor zorgen dat zijn boek niet voor nominatie in aanmerking komt.

Martin Amis, Engelands meest geïmiteerde stilist en auteur van tragikomedies als Money (1984) en The Information (1995), deed het laatste. Hij wachtte met de Britse publicatie van zijn nieuwste roman Night Train tot twee dagen dagen na de sluitingstermijn van de prestigieuze Booker Prize. Zo verzekerde hij zich van geen plaatsje op de shortlist 1997, en bezorgde hij onbedoeld zijn Nederlandse uitgeverij in augustus een primeur: de vertaling van Nachttrein lag een maand eerder in de winkel dan het Engelse origineel.

“De Booker-jury schuwt doorgaans de bekende namen,” zegt de 48-jarige Amis, die - 'uit liefde voor Amsterdam en order-by-menu marihuana' - een kort publiciteitsbezoek aan Nederland brengt. “Ik had er genoeg van om in ieder literair panel weer spits commentaar te moeten geven op het feit dat ik niet bij de laatste zes zat - een twintig jaar oude traditie, die alleen onderbroken werd in 1991, toen Time's Arrow genomineerd en niet bekroond werd. Nu mochten de critici zich druk maken over het ontbreken van John Banville en Ian McEwan. De Booker prijst zichzelf uit de markt door te kiezen voor obscure schrijvers en debutanten. Wat trouwens niet wil zeggen dat ik Arundhati Roy, de winnares van dit jaar, de prijs niet gun. Haar God of Small Things heb ik nog niet gelezen, maar de schrijvers uit onze voormalige koloniën kunnen niet genoeg geprezen worden: zij hebben de afgelopen decennia de Engelse literatuur bevrijd van stoffigheid en eilandgevoel.”

Huck Finn

Zelf is Martin Amis, de zoon van de in 1995 overleden satiricus Kingsley Amis, veel meer beïnvloed door de Amerikaanse literaire traditie, die naar zijn idee minder lijdt onder 'de tirannie van de vorm' dan de Engelse. Sinds hij in de jaren zeventig (als 'Amis-fils') naam maakte met The Rachel Papers, Dead Babies en Success, wordt hij gezien als de pionier die het snelle ritme, de slangy vocabulaire en de cynische humor van de straat de Engelse literatuur binnenbracht. In controversiële romans als Money (over een amorele, door geld en seks bezeten yuppie) en Time's Arrow (de van dood tot geboorte vertelde 'biografie' van een dokter die vanuit Amerika emigreert om scheppend werk te verrichten in Auschwitz) exprimenteerde hij met vertellers die even verwerpelijk als fascinerend en humoristisch waren. “Net als veel Amerikaanse schrijvers richt ik mijn romans naar de manier van spreken van mijn ik-figuren,” zegt Amis in zijn Amsterdamse hotel. “Je moet een Stem hebben, een Huck Finn of een Augie March, dan volgt de rest vanzelf.”

De Stem van het korte maar prachtige Nachttrein is Mike Hoolihan, een cynische, grofgebekte politieagente in een middelgrote Amerikaanse stad die geconfronteerd wordt met de raadselachtige dood van de dochter van een bevriende ex-superieur. Mike is gehard - door haar traumatische jeugd, door haar recente verleden als alcoholiste en mishandelde vrouw, en door haar werk bij de 'moordpolitie' ('Ik heb ze dus allemaal gezien: springers, strompelaars, dompelaars, bloeders, drijvers, knakkers, knallers'). Maar de onbegrijpelijke zelfmoord van de mooie en intelligente Jennifer Rockwell ontregelt Mike en brengt haar zelfs weer aan de drank. Niet alleen tot verdriet van de lezer, die uit de voorgaande bladzijden weet dat haar lever geen druppel meer aan kan, maar ook tot dat van haar schepper. De om zijn negatieve portrettering van vrouwen vaak gekritiseerde Amis vertelt dat hij gehecht is geraakt aan Mike: “Ik ben er voor mijn gevoel voor het eerst in geslaagd om me volledig te verplaatsen in een personage van het andere geslacht - iets waar schrijfsters als Iris Murdoch en Annie Proulx meesters in zijn. En ook al heb ik Mike zelf in de mond gelegd dat alcoholisme 'suicide on the instalment plan' is, toch hoop ik dat ze de drank als door een wonder een tweede keer zal overleven.”

Astronome

“Wat Mike uit balans brengt,” zegt Amis, “is het schokkende idee dat iemand die alles heeft - een perfecte gezondheid, een ideale partner, een baan als gewaardeerd astronome - toch vindt dat het niet goed genoeg is. Jennifer werd op haar werk voortdurend geconfronteerd met de onbeduidendheid van deze wereld in het licht van het universum. Voor de koude, wetenschappelijke geest kan dat een onverdraaglijke gedachte zijn. Een normaal mens, maar ook de meest cynische schrijver, zal zijn schouders ophalen en over gaan tot de orde van de dag. Wat ons beschermt, is ons gebrek aan voorstellingsvermogen.”

De nietigheid van de mens, de prijs van het succes, de onleefbaarheid van het leven - bewonderaars van Amis zullen de thema's van Nachttrein kennen uit eerdere romans als London Fields (1989) en The Information. Maar het verhaal van Mike Hoolihan en Jennifer Rockwell is ook te lezen als een variant op de klassieke politieroman. “Nachttrein zet het genre op zijn kop; de plot hangt op een victimless crime, en de aanwijzingen die je denkt tegen te komen, dragen niets bij aan de oplossing van het raadsel. Aanvankelijk zou je nog kunnen denken dat je met een parodie op het genre van doen hebt, maar ik hoop dat het lachen de lezer vergaat in de tweede helft van het boek.”

Anders dan ervaren method authors liep Amis ter voorbereiding van Nachttrein geen stage bij een grootstedelijk politiecorps. Hij las politieromans ('noir novels') en veel non-fictie. “Het meeste heb ik gehad aan Homicide van David Simon, een boek over het reilen en zeilen van de politie van Baltimore. Simon gedroeg zich een jaar lang als een vlieg op de muur. Aan interviews deed hij niet, en dat is maar goed ook: in onze postmoderne tijd zijn geïnterviewden zich veel te bewust van zichzelf geworden. De mensen verpakken zichzelf of weten zichzelf zo te stileren dat hun eigen moeder hen niet zou herkennen.”

Als ik Amis vraag of dat laatste ook voor geïnterviewde schrijvers geldt, zegt hij vriendelijk dat dat onvermijdelijk is (“zelfs in het geval van oude schrijvers die nog nooit van het postmodernisme hebben gehoord”), waarna hij onderstreept dat de belangrijkste schuldige in dit verband de televisie is. Dat wordt ook hilarisch duidelijk uit Nachttrein, waarin serieuze agenten zich spiegelen aan politieseries, en mafiosi zich door The Godfather een obsessie met eer en respect laten aanpraten.

Amis: “Het beeld is belangrijker dan de werkelijkheid, de media bepalen hoe mensen zich gedragen. In Engeland kon je na de dood van prinses Diana een glimp krijgen van het nieuwe millennium: miljoenen mensen die wanhopig zoeken naar een nieuwe heiland, en die worden opgezweept tot een staat van hysterische overwaardering. En om wie ging het allemaal? Een koninklijke covergirl, die echt niet meer goeds voor de wereld heeft gedaan dan haar veel minder hippe schoonzuster Anne; iemand die, zoals Julian Barnes heeft opgemerkt, niet leefde als een kaarsje in de wind maar als een elektrische kroonluchter. Madonna zong en werd beroemd, Grace Kelly acteerde, maar Diana ademde alleen maar.”

Giftig koraal

Nachttrein, dat met zijn beperkte omvang behoort tot de 'korte stijloefeningen' waarmee Amis zijn dikke romans afwisselt, is opgedragen aan Saul Bellow: “Toen Saul niet zo lang geleden op het randje van de dood zweefde na het eten van een vis die vol zat met giftig koraal, besefte ik dat ik beter niet te lang kon wachten met dit soort eerbetoon.” De Amerikaanse Nobelprijswinnaar, beroemd om zijn humanistische thema's en zijn fabelachtige taalbeheersing, is niet alleen een vriend van Amis maar ook een van zijn grote voorbeelden. Net als Bellow schrijft Martin Amis romans over dangling men in een op hol geslagen massacultuur, maar anders dan met Augie March of Herzog of Henderson de Regenkoning loopt het met de hoofdpersonen van Amis vaak dramatisch af. Beschouwt Amis zichzelf als de pessimistische tegenhanger van Bellow?

“Dat niet, maar ik geef toe dat ik me nauwelijks op Sauls terrein durf te wagen. Alleen Money heeft een Bellow-achtig einde: John Self heeft een puinhoop van zijn leven gemaakt, maar hij overleeft, en is zelfs op een bepaalde manier gelouterd. En laat ik Time's Arrow niet vergeten, dat heeft nog eens een happy ending: de hoofdpersoon begint als een voortvluchtige oorlogsmisdadiger en eindigt als een onschuldige baby.

“Nachttrein is pikzwart. Het is nu eenmaal moeilijk om goede komedies te schrijven over gelukkige mensen. Mijn vader liet Lucky Jim vrolijk eindigen, maar dat was in de jaren vijftig, toen de wereld heel wat minder cynisch was. Donker is makkelijker dan licht, zeker voor een schrijver die zoals ik au fond gelukkig is. Als het leven goed gaat, hou je voortdurend rekening met de mogelijkheid dat er een 747 op je hoofd terecht komt. De gelukkige literator bezweert die angst door zo zwartgallig mogelijk te schrijven.”