Gedragscode vervangt geweten

Talloze beroepsgroepen nemen tegenwoordig een gedragscode, meestal na een schandaal. Extra zelfcontrole is vaak nuttig, want houdt bij de les. Maar het is óók een kleine stap naar overdreven politieke correctheid of politiek manoeuvreren.

AMSTERDAM, 31 OKT. Nederlandse gymnastiek-coaches en vrachtrijders hebben er een. Rijschoolhouders, tolken van de immigratiedienst, en journalisten van de tv-zender SBS6 hebben hem ook. Soldaten op VN-missie en katholieke pastores krijgen hem en effectenhandelaars krijgen een betere. Een gedragscode.

Talloze beroepsgroepen leggen tegenwoordig in een gedragscode vast wat hun leden mogen en wat niet. Seksuele intimidatie, discriminatie, corruptie, diefstal en inbreuk op privacy of openbare zeden zijn bij ons taboe, zeggen de codes, die er meestal komen na een schandaal.

Gedragscodes dwingen prudent om te gaan met professionele macht. Zo weten turn-coaches nu zeker dat ze geen seks moeten eisen van hun pupillen. En notarissen is ingepeperd dat ze zich niet mogen verrijken via vertrouwelijke gegevens uit hun beroep.

Maar spreekt dat eigenlijk niet voor zichzelf? “Het is armoedig dat er regels nodig zijn”, oordeelt Inez van Eijk, auteur van verscheidene boeken over de gedragscode die etiquette heet. Zowel privé als in de beroepssfeer zijn ze in wezen overbodig, vind ze, zolang je maar die ene vuistregel aanhoudt: “Je gezond verstand gebruiken, beschaafd zijn en respect tonen voor anderen. Een rijschoolhouder knijpt dus niet in de tieten van de vrouw naast hem, want dat doen beschaafde mensen niet, althans niet in die situatie”, aldus Van Eijk. De werkelijkheid is helaas prozaïscher, erkent zij, want “de mensen zijn de draad kwijt. Men denkt steeds vaker: 'Als ik het vind kan het toch?'.” Professionals geven normen op die ooit onwrikbaar vastlagen, zegt ook Cas Wouters, socioloog aan de Universiteit Utrecht, die een parallel ziet met de 'calculerende burger'. “Het geweten is niet meer de vanzelfsprekende autoriteit van vroeger. In een steeds informelere samenleving laten mensen zich steeds meer leiden door emoties en impulsen - ook de slechte”, meent hij. “Zwakke broeders berekenen of ze ergens mee wegkomen.”

Gedragscodes hebben soms “een nobel doel zoals aandacht kweken voor discriminatie”, zegt FNV-jurist Harry Staal. “Vaker dienen zij een direct belang: bedrijven geven zichzelf zo een pseudo-officieel waarmerk in de slag met de concurrent, of ze pogen te voorkomen dat de buitenwereld de regels dicteert.”

Veel gedragscodes zijn volgens hem “papieren tijgers”, omdat een officiële klachtenprocedure of een sanctiesysteem ontbreekt, zegt Staal. Ze houden in toenemende mate juist méér in, zegt Rita ter Steeg, secretaris van de werkgeversfederatie VNO-NCW. Nu de overheid zich terugtrekt als regelgever, wordt zelfregulering belangrijker en ook effectiever. “Men spreekt elkaar aan op interne discipline en integriteit, zowel in het klein, per bedrijf, maar ook in hele bedrijfstakken die 'convenanten' sluiten, waarbij de overheid op afstand blijft.”

De recente fraude in de 'ons-kent-ons-wereld' van de Amsterdamse beurs heeft opnieuw aangetoond welk risico zelfregulering inhoudt, maar ons kan ons ook op het rechte pad houden. Zo worden wetenschappelijke reputaties al eeuwen gemaakt, gehandhaafd en gebroken door peer review, beoordeling door collega-geleerden. De advocatuur en de medische stand beoordelen zichzelf ook.

“Buiten specialistische beroepsgroepen ontbreekt vaak de deskundigheid voor een juist oordeel”, zegt Albert Benschop, die sociologie van de arbeid doceert aan de Universiteit van Amsterdam. “Daarom is men wel aangewezen op zelfregulering.” Toch hoeft dat niet bij gebrek aan beter te zijn, zegt hij, want intercollegiale beoordeling heeft, zeker in zulke traditionele beroepsgroepen waarin alles om reputatie draait, een hoge zelfreinigende werking. “Wie zijn goede naam verliest, verliest zijn kostbaarste bezit.”

De keerzijde is volgens hem dat zelfregulering sinds de middeleeuwse gilden tot doel heeft anderen uit te sluiten en de eigen positie te monopoliseren. “Met een beroep op de interne gedragscode kan men excessen altijd afdoen als uitzondering”, zegt Benschop. “Zo blokkeer je discussies waarbij de groep als geheel op de korrel wordt genomen en legitimeer je jezelf. Het is een essentieel overlevingsmechanisme.”

Het tijdperk van volledige zelfregulering was op de beurs al voorbij vóór de beursfraude aan het licht kwam. De onafhankelijke Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), die controleert of beursleden en hun transacties zuiver op de graat zijn, wordt beschouwd als loodsvisje voor een nieuw orgaan met ruimere bevoegdheden.

Strengere externe controle is onontkoombaar en nodig, zegt een effectenhandelaar. “Gelet op de enorme bedragen werkt alleen zelfregulering niet. Ik mag van onze gedragscode geen transacties afsluiten via mijn mobiele telefoon want ons bedrijf kan zulke gesprekken niet opnemen. Dat is een aardige aanvulling op de regels, maar zonder algemene regels, externe controle en sancties kom je er niet.”

Volgens hem is het een kwestie van tijd voor Britse en Amerikaanse methodes ook in Nederland worden ingevoerd. Die eisen onder meer een examen van wie actief is op de beurs. In de Verenigde Staten beoordelen klanten het werk van de effectenhandelaars systematisch in koele cijfers. Dat systeem is zowel carrot als stick: de score bepaalt de hoogte van de commissie voor de effectenmakelaar.

Volgens de sociologen Benschop en Wouters heeft de Amerikaanse hang naar uitgebreide regels ook een keerzijde. Beiden wijzen op de recent ingevoerde gedragscodes op Amerikaanse universitaire campussen die onder meer bepalen hoe en wanneer lichamelijk contact is verboden en toegestaan, en dat de deur van een werkkamer op een kier moet blijven als een mannelijke docent een studente tentamineert. “Misbruik van professionele macht is een morele schande en misdadig”, zegt Benschop. “Maar overdreven regelgeving leidt tot overdreven politieke correctheid. Ik liet laatst een groepje hertentamen doen en een meisje dat aanvankelijk was gezakt maar nu slaagde vloog mij spontaan om de hals. Ik zei: Jullie hebben toch wel de volgorde in de gaten gehouden, hè? Eerst slagen en dan pas zoenen. Verwrongen regels halen de speelsheid eruit.”