Even volhouden

In het IKEA-restaurant zit een oude man in zijn eentje aan een tafeltje. Hij heeft een kale schedel en staart voor zich uit.

Tussen de jonge gezinnen door nadert een ongeveer vijftigjarige vrouw. Ze draagt een blad met lunchhapjes en zet pratend een schaaltje vla met slagroom voor hem neer: “Die aardbeiden heb ik er maar afgehaald. Die kunt u toch niet eten.” De man kijkt naar haar. Zijn gezicht blijft onbewogen. “Ik haal even de koffie en de soep”, zegt de vrouw. Ze haast zich terug naar het zelfbedieningsbuffet. “Zo, ik geloof dat we nu alles hebben.” Ze neemt plaats tegenover hem. “Broodjes, karnemelk. Wacht, die lepel is veel te groot voor u.”

Voor het eerst komt er geluid uit de mond van de man. Een zacht, onverstaanbaar gepruttel, maar ze is alweer verdwenen. Over de afdeling schalt de stem van de omroepster: “Jay wil worden opgehaald uit het kinderparadijs.”

Als de vrouw met een kleinere lepel terugkomt, helt de man in zijn stoel naar achteren om onder de tafel te kunnen kijken. “Hebt u wat laten vallen?” Ook zij kijkt onder de tafel en bukt om iets op te rapen. Tegen een zwangere vrouw die aan een ander tafeltje toekijkt, zegt ze: “Mijn vader heeft een suikerzakje laten vallen.”

“Nino wil worden opgehaald uit het kinderparadijs”, meldt de stem uit de luidspreker.

De dochter roert haar koffie, bladert in de catalogus en praat aan een stuk door. Ze wijst een kleurig kastje aan. “Dit is handig voor uw koffiezetapparaat. Wat vindt u ervan? Mij lijkt het uitstekend. Koffie en filterzakjes kunt u dan hier wegwerken. En het is goedkoop.” De bladzijde wordt omgeslagen. “Een leuk tafeltje voor naast uw bed. Om de foto's op te zetten.” Ze neemt een slok. De man sputtert tegen. Zij blijft in de catalogus kijken. “Trouwens”, zegt ze, “waarom eigenlijk niet het tafeltje van tante Sophie naast uw bed?”

De man spant zich in om woorden te vormen. “Wat zegt u?”, vraagt de dochter. “Welnee, we gaan thuis even het tafeltje van tante Sophie meten.”

Weer wijst haar hand iets aan. De man maakt een geluid als tegenargument. “Ik zou niet weten waarom”, reageert de dochter. “Of deze, voor al uw boeken.” Nu stoot de man een reeks klanken uit die alleen door een geoefend oor verstaan kunnen worden. “Voor alle boeken die u wél meeneemt, dan.” Dezelfde reeks klanken wordt nu met meer kracht uitgestoten. “U neemt helemáál geen boeken mee?”

Voor het eerst zwijgt de dochter. Ze blijft in de catalogus kijken, maar haar hand ligt stil. Niet voor lang. “Deze is 84 gulden en deze maar 64 gulden”, deelt ze mee. “En eigenlijk vind ik die lichte kleur nog mooier ook.”

Ze kijkt op. “U morst”, zegt ze. Met nadruk meldt de omroepstem dat Nino graag NU wil worden opgehaald uit het kinderparadijs. De dochter draait de catalogus naar de man toe. “En die ruimte hier, daar bergen we dan uw... houd nou even vol, dan hebben we het tenminste gehad.”