Een marathon met een grafstemming

De aankomst van de marathon van Amsterdam is zondag de laatste gebeurtenis in het oude Olympisch Stadion. Een dag later begint de verbouwing. Een reconstructie van de eerste marathon in het stadion, de olympische marathon van 5 augustus 1928.

AMSTERDAM, 31 OKT. De marathon is op die tweede zondag van de Olympische Spelen van 1928 de afsluiting van het atletiekprogramma. Er hebben zich 68 atleten uit 23 landen aangemeld. Uit Nederland doen zes stoere mannen mee, goed te herkennen aan hun oranje broeken. Een van de opvallendste deelnemers is de Zuid-Afrikaan Steytler. Hij heeft maar één arm.

Donkere wolken hangen boven Amsterdam, maar het is droog. Het gloednieuwe Olympisch Stadion is goed gevuld. Prins Hendrik behoort tot de toeschouwers. Hij en de andere aanwezigen zullen tijdens de afwezigheid van de lopers worden beziggehouden met andere atletieknummers en een demonstratie van lacrosse, een harde teamsport die met een rubberen bal en een soort schepnet wordt gespeeld.

Het Algemeen Handelsblad heeft een dag later kritiek op de organisatie en het publiek in het stadion. “De stemming was als bij een begrafenis.” Het was, oordeelde de krant, verkeerd geweest om de stadionpoort dicht te doen nadat de marathonlopers naar buiten waren verdwenen. “Het publiek gevoelt deze poortsluiting dadelijk. Men maakt er grollen op. Ze staan nu allemaal achter de gesloten deur, beweert er een, tegen half zes gaat de poort weer open en komen ze weer binnen.”

De start is ruim tien minuten later dan gepland, om 15.11 uur. De lopers moeten eerst een ronde in het stadion afleggen. Buiten wachten duizenden mensen ongeduldig langs het parcours. “Misschien houden ze de wedstrijd wel binnen - honderd keer de baan rond”, zegt iemand, volgens een sfeerimpressie in het Handelsblad. “Daar komen ze aan! Een electrische stroom schijnt door de rijen te gaan.”

De Japanners Tsuda en Yamada duiken meteen in de voorhoede op. Zij zullen lange tijd de strijd bepalen. Het traject dat de lopers moeten afleggen, voert langs de Amstel en door de Bovenkerker-polder. Het keerpunt, op 20,8 kilometer, ligt aan de Amsteldijk-Zuid. De Nederlandse deelnemers spelen geen rol van betekenis. Desondanks worden ze luid aangemoedigd en dat doet “ons Hollandsche hart” volgens de Nieuwe Rotterdamsche Courant goed. De 29-jarige Henri Landheer is de beste landgenoot. Hij wordt uiteindelijk dertigste. “Groot gejuich ging voor de oranjebroek op en men riep moed in”, aldus het Handelsblad. “Eén der Nederlanders zagen wij halverwege de Nesserlaan een oogenblik in het gras gaan zitten, om van de vermoeienis te bekomen.”

In de achterhoede hebben de atleten het moeilijk. Sommigen proberen bij de verfrissingsposten langs het parcours op adem te komen. “Veel van die tafels maakten de indruk van een koud buffet: thee, koffie, water, kwast, halve reeds van de schil ontdane bananen, in vieren gesneden sinaasappelen, en nog het een en ander. Een Canadees ging nog met de bediening in discussie over het ontbreken van een lepeltje in zijn koffie”, staat er in het boek Amsterdam 1928 - Het verhaal van de IXe Olympiade.

De verslaggever van het Handelsblad meldt dat hij de Roemeen Cristescu graag zijn fiets had geleend, “omdat verder doorrennen voor hem toch niet veel zin meer had”. Cristescu behoort ook tot de elf atleten - afvalligen volgens het Handelsblad - die de marathon niet uitlopen. Drie ziekenwagens zijn beschikbaar voor eventuele slachtoffers. “Hoe groot hun vangst is geweest, vermogen wij niet te zeggen. Laten wij er het beste van hopen”, schrijft de NRC een dag later.

De Fransman Boughèra El Ouafi ziet er volgens ooggetuigen aan het einde van de wedstrijd nog fris uit. Het “kleine tengere kereltje met bruine gelaatskleur en kroeshaar” (NRC) heeft zich lang onopvallend tussen de andere lopers opgehouden, maar schuift steeds verder naar voren. Op de Nieuwe Wandelweg plaatst El Ouafi zijn beslissende aanval en passeert in razend tempo de Fin Marttelin, de Amerikaan Ray en de leidende Japanner Yamada. Het lijkt wel of de anderen stilstaan. De nieuwe koploper neemt meteen honderd meter voorsprong. In zijn kielzog volgt alleen nog de Chileen Manuel Plaza Reyes. Er zijn dan nog maar minder dan drie kilometer af te leggen.

In het stadion wordt met klaroengeschal de komst van de atleten aangekondigd. Het is dan bijna kwart voor zes. “Iedereen verwacht een Japanner te zien verschijnen of den Amerikaan Ray, maar het is het blauwe tricot van den Franschman El Ouafi die het eerst zichtbaar wordt”, aldus het Handelsblad. Onder luid gejuich legt de koploper de laatste halve ronde in het stadion af. Zijn tijd is 2.32,57. Plaza volgt op 26 seconden en wint het zilver. De bronzen medaille is voor Martti Martellin.

De 29-jarige El Ouafi was vier jaar eerder bij de Olympische Spelen in Antwerpen al als zevende geëindigd op de marathon. Aan het slot van de Eerste Wereldoorlog kwam de in Algerije geboren El Ouafi als soldaat van het Franse koloniale leger in Europa terecht. Daar werd zijn talent ontdekt. Het loopt verkeerd af met de kampioen. Als in 1956 de olympische marathon weer door een Algerijn, Mimoun, wordt gewonnen, gaat men op zoek naar de winnaar van 1928. Hij blijkt aan lager wal te zijn geraakt. Er wordt voor hem geld ingezameld en een fonds in het leven geroepen.

Lang kan El Ouafi er niet van profiteren. Op 20 oktober 1959, 31 jaar na zijn zege in Amsterdam, wordt hij in een café in Parijs doodgeschoten. De juiste toedracht van de moord is nooit bekend geworden.