Een korduroj broek

Gerard Reve/Willem Nijholt: Met niks begonnen. L.J. Veen, 142 blz. ƒ 24,90

'Lieve Verlegen Strafjongen, Aanbeden Blond Knuffelbroertje', zo luidt de vertrouwd klinkende aanhef van de eerste brief van Gerard Reve aan Willem Nijholt in Met niks begonnen. Dit brievenboek onderscheidt zich van de vorige doordat ook de brieven van de ontvanger, Willem Nijholt, zijn opgenomen. Dat had al veel eerder moeten gebeuren, bijvoorbeeld in het geval van Reves correspondentie met Simon Carmiggelt. Zo'n gezamenlijk brievenboek van twee schrijvers had waarschijnlijk ook een evenwichtiger indruk gemaakt dan dit boek, waarin een van de schrijvers eigenlijk acteur is. Nijholt zegt het min of meer zelf, als Reve hem in de jaren zeventig vraagt om kopieën van zijn eigen brieven voor een boek: 'Ik wil niet dat er brieven van jou aan mij of mij aan jou worden opgenomen in 't volgende boek; (-) Dat zou toch wel erg mager zijn. Vind je zelf ook niet?'

Eind jaren vijftig ontmoetten Nijholt en Reve elkaar in het COC in Amsterdam. Nijholt werd verliefd op Reve: 'Er was opeens 'n MAN in m'n trutnichtenwereld dronken langs komen waggelen die 'slijmjurk' tegen me zei.' Reve wees hem af. In 1967 nam Reve weer contact op met Nijholt; hij schreef een (verloren gegane) brief waarin hij verzocht om een door de acteur gedragen 'oude korduroj broek'. Dit was het begin van hun onregelmatige correspondentie. De relatie die uit de brieven naar voren komt is sadomasochistisch van aard. Reve ('je Meester, Ruiter en Bezitter') vertelt Nijholt ('Lief, Onderworpen Strafbeest, Fijn Martelbeest, Blonde Slaaf') over zijn seksuele fantasieën, waarin hij Nijholt onvermoeibaar tuchtigt en berijdt. Reve hitst Nijholt op, waardoor de laatste in verwarring raakt: 'Gerard je bent lief (-), maar toch wel erg hard van stapel lopend, en al vind ik 't heerlijk en word ik bloedgeil van de toon van je brieven, toch kan ik allerlei zaken niet zo een twee drie geloven en maakt 't me ook een beetje bang.'

Ook geeft de schrijver kledingadviezen: 'Kun je mensenkleren aantrekken voor mij, de volgende keer? (-) Je legt je uiterlijk te veel de rol op van een nicht & een hoer, & je bent geen van beide. Je bent een leuke, geile, stevige potige man, & je kunt best lopen als een man, dacht ik, in plaats van zo mal te schudden & te zwiepen met je kontje.(-)'

In de volgende brief klaagt Reve dat Nijholt niets meer van zich laat horen.

Deze correspondentie biedt veel van het bekende geoudehoer, waar echter niet altijd Gods zegen op rust. Nijholts brieven bevatten veel obligaat gezeur over gebrek aan erkenning: 'Het lijkt wel of alles wat ik ben en wat ik ooit heb gedaan voor het 'Nederlandsch Tooneel' vergeten is of van nul en generlei waarde. Men is hier in 't land niet aardig voor z'n ouder wordende kunstenaars.'

En Reves tot formules versteende uitingen van geilheid gaan op het laatst toch wel wat vervelen. Gelukkig flitst er af en toe een briljante beschrijving van de bladzijden op: 'Ik heb tussen half acht & kwart voor acht een bolus gebakken van een omvang, waar ik zelf van schrok. Werkelijk een reklame-aanbieding, zoals men die uiterst zelden meer tegen komt: een ongehoorde tulband als een Zandvoortse zandtaart; daarop een klein model dameshoed; & daarop nog een soort wegwijzer of wafel of waaier, voor de duiding waarvan er geen priesters meer zijn. De spiegel in de badkamer werd door de damp ervan dof geëtst.'