Een bijna sympathieke streber

Voorstelling: De meester van Koekelare, door Theater Malpertuis, van en met Dries Vanhegen, regie: Sam Bogaerts. Gezien: 29/10 De Brakke Grond, Amsterdam. T/m 1/11 aldaar; tournee t/m 22/11. Inl. (020) 623 39 66.

A Portrait of the Artist as an Old Man: dat, onder andere, is de solovoorstelling van de jonge acteur Dries Vanhegen. Zoals de verwilderde oude heer op het toneel, zo ziet Vanhegen er over vijftig jaar misschien uit. Want waarom zou een veelbelovende theatermaker níet kunnen eindigen als een stinkende zonderling?

“Goeienavond! Daedalus is de naam, August Daedalus, pianoleraar.” De held uit de door Vanhegen zelf geschreven monoloog stelt zich uitvoerig voor. Hij is hier gekomen om bekentenissen te doen en de intieme herfstigheid van het decor helpt hem een handje. Starend naar een boom waarvan het loof is gevallen vertelt hij over zijn eigen val - en die van zijn zoon Icarus. Vliegen wilde hij met zijn kind, maar zijn vermetele plan mislukte. De oude man stalt twee speelgoedpiano's op de dorre bladeren uit en kijk, samen vormen de geopende deksels een zwartglanzend vleugelpaar. Uit die vleugels had hemelse muziek moeten komen. Gekweld ziet de vader weer voor zich hoe hij zich inspande om van zijn zoon een groot pianist te maken. Vergeefs: “Mijn Icaruske speelde ontoelaatbaar slecht.” Het vermoeden rijst dat dat weleens aan de leraar kan hebben gelegen. Ook zíjn vader zette hem onder druk. Uit August Daedalus is weliswaar een gepassioneerd musicus gegroeid, maar zijn hartstocht vertoont alle kenmerken van jaloezie. Jaloers is hij op de grote componisten en de grote solisten, op iedereen kortom die zich vlinderlicht van de aarde verheft en vliegt waarheen hij maar wil, gedragen door verbeeldingskracht en talent.

Dat zowel de leraar als zijn enige kind die eigenschappen mist, dat is, althans voor de verteller, een dubbele reden om gedesillusioneerd te zijn. En de acteur laat er geen twijfels over bestaan dat hij bij het klassieke vader-zoon-probleem naar zijn eigen jeugd heeft gekeken. De meester van Koekelare, zoals zijn solo heet, verwijst immers niet alleen naar de bijnaam van de leraar maar ook naar Dries' vader en zijn eigen geboortedorp. In een lieflijk Vlaams dialect verhaalt Vanhegen over wat de ene generatie de andere aandoet. Zijn tweede inspiratiebron, de oud-Griekse Daedalus-mythe, vertekent hij daarbij een beetje.

Daedalus, uitvinder en kunstenaar, was juist een voorbeeld van verbeeldingskracht en technisch vernuft. Zijn arme nazaat August heeft eigenlijk maar één ding met hem gemeen: de vrees door anderen overtroffen te worden. Door zijn zoon bijvoorbeeld, het non-talent dat hij groot wil maken en tegelijkertijd klein tracht te houden - niet voor niets hakt hij hem voor straf een hand af.

Paul Wittgenstein verloor een hand in de Eerste Wereldoorlog: ook dat was een vreselijke straf voor een pianist. Die geschiedenis over de broer van de filosoof Ludwig is virtuoos met de overige verhaallijnen verweven. Van Ravels Pianoconcert voor de linkerhand, in 1931 speciaal voor Paul Wittgenstein geschreven, horen we een heldhaftig fragment waarbij de mislukte heroïek van de pianoleraar tragikomisch afsteekt.

Ook al zijn niet alle grapjes in Vanhegens conference even geslaagd, toch zet hij hier een overtuigende vader neer. Weer eens iets anders dan vorig seizoen bij het Noord Nederlands Toneel, toen hij een hoofdrol speelde in Tsjechovs Vaderlozen. Deze Daedalus is een streber die zijn ouderlijke en artistieke onmacht maar al te goed kent. Dat maakt hem herkenbaar en zelfs zowat sympathiek. En dat maakt deze performance, fijnzinnig geregisseerd door Sam Bogaerts, tot een kneinood met een pöetische kracht.