Beste iedereen

De zijdevlinder schreef een brief aan iedereen: Beste iedereen Ik kan niet tegen boosheid. Jullie moeten dat wel weten. Wees nooit, nooit boos op mij. De zijdevlinder. Een zucht van teleurstelling, een lichte ergernis, het fronsen van wenkbrauwen: de zijdevlinder kon er niet tegen.

Iedereen las de brief en nam zich voor nooit boos op de zijdevlinder te zijn. Als de dieren elkaar tegenkwamen zeiden ze: 'Denk eraan: niet boos worden op de zijdevlinder!'

'O ja!'

Overal hingen ze bordjes waarop dat stond, en op de verjaardag van de sprinkhaan zat de zijdevlinder aan een aparte tafel, zodat niemand tegen hem aan kon stoten of jaloers naar het stuk taart kon kijken dat hij langzaam opat, langzamer dan iedereen.

Maar toen de neushoorn toch even, in zijn buurt, boos kuchte, vloog de zijdevlinder op, botste in de lucht tegen de lijster, die riep: 'Kijk uit!', viel in de rivier op de neus van de karper, die zei: 'Kunt u niet ergens anders vallen?' en vluchtte weg, het bos uit.

De dieren besloten nog voorzichtiger te zijn. Ze bouwden een huis voor de zijdevlinder. Dat namen ze naar alle verjaardagen mee. Daar kon de zijdevlinder in zitten zodat bij ongestoord alles kon meevieren.

Maar op een keer ving hij een blik op, waarvan hij dacht dat het een boze blik was, maakte een gat In een muur van dat huis en vloog weg.

De dieren besloten toen alle verjaardagen in de buurt van de zijdevlinder te vieren, zodat hij in zijn eigen huis kon blijven, diep onder zijn eigen dekens kon liggen, en niets hoefde te zien of te horen.

Maar op de eerste de beste verjaardag die ze bij het huis van de zijdevlinder vierden kringelde de reuk van een zoete kastanjetaart onder de deur door naar binnen.

De zijdevlinder snoof de geur diep op. Hij had die geur nog nooit geroken. Hij snoof hem nog eens op, en nog eens. Het water liep hem in de mond.

Toen riep hij: 'Het is vast een boze geur!', zette zijn raam open en vloog weg.Niemand wist waar hij naar toe vloog.

De dieren zochten hem overal, want ze hadden nog één plan. Maar ze vonden de zijdevlinder niet.

Bedroefd keken ze elkaar aan en sommige meenden dat ze zich moesten schamen, ook al wisten ze niet hoe dat moest.