Bedriegen om te beminnen; Mozarts 'Così fan tutte' is verwant met Pinters 'De minnaar'

Zijn twee vrienden in staat elkaars verloofde te verleiden? Om die weddenschap draait 'Così fan tutte', Mozarts opera die volgende week in het Muziektheater in Amsterdam wordt uitgevoerd. Het resultaat is een verwarrende partnerruil, net als in Harold Pinters toneelstuk 'De minnaar'.

Così fan tutte door de Nederlandse Opera en het Nederlands Kamerorkest o.l.v. Ivor Bolton in de regie van Jürgen Flimm: 5 t/m 30 nov. Muziektheater Amsterdam.

Beethoven vond de opera Così fan tutte een zedeloze frivoliteit, een verhaal van laag allooi, onterend voor vrouwen en daarom immoreel, het waarachtige genie Mozart onwaardig. Mozarts eerste biograaf Niemtschek schreef al in 1798: 'Iedereen stond ervan versteld dat deze man zich zodanig kon verlagen dat hij zijn hemelse melodieën aan een dergelijk waardeloos libretto verkwistte.' Beethovens negatieve oordeel over Mozarts op twee na laatste opera werd in de preutse negentiende eeuw door velen, onder wie Wagner, gedeeld - er werden zelfs nieuwe en bravere libretti voor Così fan tutte geschreven.

Tot ver in deze eeuw vond die kritiek weerklank. De muziek werd alom geprezen, het verhaal over partnerruil die de verwisselbaarheid van de liefde en het gebrek aan trouw bewijst, werd veelal afgewezen. Anderen vonden weer dat de inhoud van een operaverhaal er eigenlijk nauwelijks toe doet, zolang de muziek maar mooi is. En het zacht kabbelende terzet Soave sia al vento is inderdaad, naast zoveel ander schitterends in Così fan tutte, een van Mozarts allermooiste melodieën.

Pas de laatste decennia wordt Così fan tutte - met als ondertitel 'de school der verliefden' - weer volstrekt serieus genomen. Het aan de oppervlakte zo komische verhaal van de opera geldt nu als Mozarts meest dramatische en psychologisch diepgravendste. De slotscène maakt Così fan tutte zelfs tot de treurigste en gecompliceerdste van alle Mozartopera's. De Brusselse enscenering (1984) van regisseur Luc Bondy en decorontwerper Karl-Ernst Herrmann ging daarin het verst mee. De handeling speelde zich af tegen een achtergrond die vergleed van een zonnig landschap tot een inktzwarte depressie.

Dubbelhartig

Andere Mozart-opera's hebben een minder omineus slot. Le nozze di Figaro eindigt met een publieke vernedering van de overspelige graaf en een welgemeende verzoening met de gravin. Don Giovanni eindigt in een niet erg bevredigende dubbelhartige veroordeling van de nogal sympathieke en falende vrouwenveroveraar, die ook een moordenaar is en daarom zojuist door de hel is opgeslokt. Sommige regisseurs laten die epiloog vol hypocrisie zelfs geheel weg.

Così fan tutte, geschreven in 1790 door Lorenzo da Ponte, die ook het libretto voor Le nozze di Figaro en Don Giovanni schreef, eindigt op een moment dat aan twee liefdesparen elk vertrouwen in de standvastigheid van de liefde is ontnomen. Ze zijn veroordeeld tot een leven waarin de rede hun gevoelens zal beheersen. Tot verstandshuwelijken zonder illusies, waarin de onvermijdelijk toch weer opduikende gevoelens leiden tot een permanente driehoeksverhouding van de echtelieden met het fenomeen wantrouwen. In een aantal ensceneringen duurt de onderlinge verwarring over de partnerruil dan ook voort tot het eind van de slotscène.

Deze visie op de dramaturgie van Così fan tutte is inzichtelijker voor wie zich het stuk De minnaar (1963) herinnert van de Britse toneelschrijver Harold Pinter. Dat maakt een eind aan het verschil tussen de realiteit en het spelen van rollen door het echtpaar Richard en Sarah te verstrikken in een quasi-overspelige farce waarin ze doen alsof ze elkaars minnaars zijn. Het slot van De minnaar is even open als dat van Così fan tutte: het dwingt de toeschouwer om zelf te fantaseren over de verdere handelingen en de toekomst van de personages.

Così fan tutte ('Zo doen ze allemaal') vertelt over een weddenschap tussen drie mannen. De officieren Ferrando en Guglielmo beroemen zich erop dat hun verloofdes Dorabella en Fiordiligi hen altijd trouw zullen zijn. De filosoof Alfonso twijfelt daaraan en een weddenschap moet duidelijkheid brengen. De vrienden zullen in vermomming elkaars verloofdes proberen te verleiden. Daartoe zullen ze doen alsof ze ten oorlog trekken, maar keren even later terug als 'Albanezen'.

Dorabella en Fiordiligi lijken na het plotse vertrek van hun verloofden aanvankelijk ontroostbaar, maar laten zich, de een na de ander, uiteindelijk inpalmen door de 'verkeerde' minnaar. De gedienstige Despina fungeert als notaris bij een trouwpartij, compleet met huwelijksactes. Dan keren Ferrando en Giuglielmo terug van de oorlog en ontmaskeren met verbetenheid de ontrouw van de twee beschaamde vrouwen.

De twee mannen zijn er overigens niet beter aan toe: niet alleen hebben zij hun weddenschap verloren, zij hebben daaraan zelf bijgedragen door met verve hun minnaarsrol te spelen. Dat gebeurde tegelijkertijd contre coeur en met overtuigingskracht en met steeds openlijker machismo. Eerst wordt Dorabella veroverd door Guglielmo. Dat doet de ontgoochelde Ferrando in jaloezie ontsteken en hij verdubbelt zijn pogingen om Fiordiligi te verleiden - met succes. Daarin steekt het geniepige van deze weddenschap: terwijl ze hun vermeende gelijk (de trouw van de verloofden) proberen te halen, bewijzen ze hun eigen ongelijk door de ontrouw van hun verloofden te forceren.

Een hoer

In De Minnaar speelt Pinter een soortgelijk spel. Richard staat 's morgens op het punt naar zijn werk te gaan en vraagt Sarah terloops: 'Komt je minnaar vandaag?' (-) 'Om drie uur.' (-) 'Veel plezier vanmiddag.' 'Daag.' In de volgende scène, als Richard thuis komt, wordt het bezoek van de minnaar Max koeltjes tot in de details doorgesproken. Richard zegt zelf een 'heel goede relatie met één hoer' te hebben. Sarah: 'Jammer dat je verhouding zo totaal alle waardigheid mist.' Richard: 'Waardigheid heb ik in mijn huwelijk.'

De volgende dag vertrekt Richard weer. 's Middags komt Max. In feite is het Richard in andere kleren. Het loopt uit de hand als 'Max' zegt een eind te willen maken aan de relatie, omdat hij zijn vrouw niet langer wil bedriegen: 'Ze zou 't erg vinden als ze de waarheid wist.' Sarah: 'Welke waarheid?' (-) Je denkt toch niet dat je met je vrouw kunt hebben wat wij hebben?' Als Richard weer thuis komt, ontstaat een crisis, die Sarah uiteindelijk oplost door hem te zien als Max in de verkeerde kleren. Hij betitelt haar op zijn beurt als 'geile hoer' - het eind van het stuk.

Bij Pinter is het alsof het verhaal over de twee partnerstellen van Così fan tutte is geprojecteerd op één paar. De voortdurende rolverwisselingen gaan zover dat voor de toeschouwer uiteindelijk niets meer vast staat. Uiteindelijk is zelfs onduidelijk of Richard en Sarah wel een echtpaar zijn dat een spannend spelletje speelt - Sarah kan net zo goed een echte hoer zijn, die zowel 'Richard' als 'Max' ontvangt.

Da Ponte en Pinter ondergraven beiden de hang naar voorspelbaarheid in menselijke relaties, naar de zekerheid van het 'heilige' huwelijk. Menselijk gedrag, en bij uitstek gevoelens van liefde, is vluchtig en vergankelijk. In Così fan tutte zegt Despina het zo: 'Het beweeglijk lover, de veranderlijke briesjes, zijn standvastiger dan de mannen.' Tegenwoordig zien we, anders dan in vorige eeuwen, de beperking van de zuivere idealen. Vroeger werden die door de kunst gepropageerd. Nu verklaarde Ros Asquith in The Observer het succes van De minnaar uit het feit dat dit soort fantasieën herkenbaar is voor negenenegentig procent van de mensen met een langdurige relatie.