Autobiografisch proza van Hella Haasse; Het ik dat verhalen moet verzinnen

Hella S. Haasse: Zwanen schieten. Querido, 128 blz. ƒ 29,90

'Pas door het innerlijk verwerken en vervolgens vormgeven bestaat het waargenomene,' schreef Hella Haasse dertig jaar geleden in Persoonsbewijs, een van haar schaarse min of meer rechtstreeks autobiografische boeken. Nog altijd is dit de kern van haar schrijverschap. Het nieuwe boek van Haasse, Zwanen schieten, dat kan worden getypeerd als autobiografische essayistiek, gaf zij dit motto van Goethe mee: 'Ein Faktum unseres Lebens gilt nicht, insofern es wahr ist, sondern insofern es etwas zu bedeuten hat.'

Net zomin als in Persoonsbewijs of Zelfportret als legkaart (1954) is het Haasse in dit boek te doen om memoires of een autobiografie waarin de belangrijke feiten van haar leven chronologisch worden gerangschikt en geanalyseerd. Aan de vooravond van haar tachtigste verjaardag, begin volgend jaar, gunt de grand old lady van de Nederlandse letteren haar lezers zicht op haar drijfveren als schrijfster.

Aan de hand van herinneringen, sprookjes, mythes, parabels, raadsels en speculatieve 'oplossingen' daalt ze af in haar persoonlijke geschiedenis om daar de bronnen van dat schrijverschap te ontdekken. Wat ze aantreft of creëert, balancerend tussen verstand en gevoel, intellect en intuïtie, zijn samenhangen die haar leven betekenis geven. Omdat ze die samenhangen alleen maar kan zien en benoemen door de waarnemingen onder woorden te brengen, beschouwt ze het schrijverschap als de kern van haar bestaan en zelfs van haar wezen.

Haasse vraagt zich af of de zwaan, die in talloze gedaantes door het boek vliegt, niet het bij uitstek kwetsbare deel van haarzelf belichaamt: 'het ik dat verhalen moet verzinnen, om deel te nemen aan de werkelijkheid'. Een 'ik', zo bekent ze, dat 'zelfs van het echt gebeurde geen verslag uit kan brengen zonder te fabuleren'. Omdat deze bekentenis gedaan wordt aan het einde van het boek, weet de lezer inmiddels dat haar gefabuleer de werkelijkheid rijker maakt en er betekenissen aan toevoegt.

Hoe werkt de verbeelding, hoe verhoudt deze zich tot de werkelijkheid en hoe dragen kennis en verbeeldingskracht bij tot (zelf)inzicht? Daarover gaat het in Zwanen schieten, een inspirerend boek, waarin Haasse uit de doeken doet wat zich in haar hoofd afspeelt als de verhalen ontstaan.

In de inleiding, een persoonlijk verslag van een treinreis van Parijs naar Den Haag, ontmoeten we de ingewijde buitenstaander zoals die figureert in haar romans. Ze is op weg naar een lezingendag in Leiden, waar zij samen met een aantal geleerden moet spreken over het thema 'verbeelding, relaas en kennis'. Hoewel er waarschijnlijk niemand te vinden is die beter thuis is in dit onderwerp, beklemt haar het vooruitzicht in een 'zo prestigieus gezelschap' het woord te moeten voeren. Zijzelf zal spreken over 'het verzonnen verhaal als projectie van ervaring, of als onder woorden gebrachte verkenning van nog niet eerder waargenomen samenhang'. En dat is tegelijk het thema van dit allerminst prestigieuze, maar juist lichtvoetige en volkomen toegankelijke boek.

Door het raampje van haar treincoupé ziet ze, ergens tussen Chantilly en Creil, een boogschutter oefenen. De trein is voorbij voordat ze kan zien hoe het schot gericht is. Maar een paar uur later, tussen Den Haag en Leiden, ontwaart ze in het weiland een dode zwaan en voelt ze ineens dat er tussen de Franse schutter en het zwanenlijk een verband bestaat, buiten de gewone orde der dingen. Voeg daarbij dat ze in de trein twee Australische zusjes van Zweedse afkomst ontmoet die Swanson heten en talloze over elkaar buitelende dwarsverbanden en associaties dringen zich op.

Hoewel niet bloeddorstig van aard, richt de schrijfster haar pijl op elke zwaan die ze in het vizier krijgt, of het nu het lelijke jonge eendje uit het sprookje van Andersen is, de zwaan in het verhaal van Lohengrin, Zeus die in zwanengedaante bij Leda de mooie Helena verwekte of de zwarte zwaan als embleem van Australië. Ze schiet nooit echt, wel volgt ze nauwgezet de vlucht van al die majestueuze witte en zwarte vogels, wat haar niet alleen tot twee keer toe in Australië, het nieuwe vaderland van haar enige broer brengt, maar haar ook terugvoert naar haar eigen wortels, haar Indische jeugd, haar ouders en voorouders.

Bezieling

Heel even, halverwege de inleiding van Zwanen schieten, bekroop mij het gevoel dat Haasse de symboliek van de zwaan te zwaar aanzet, te ver doorvoert, waardoor haar samenhangen iets kunstmatigs krijgen, maar die indruk werd alweer snel gelogenstraft. Het consequent volgehouden spel van associaties, metaforen en symboliek pakt subliem uit.

Dankzij deze werkwijze krijgen de verbanden die Haasse legt tussen de afzonderlijke waarnemingen en gebeurtenissen en tussen heden en verleden betekenis, een bezieling die de essentie van al haar werk vertegenwoordigt.

Veelzeggend is het verhaal over haar twee grootmoeders. Die van moederskant was een van haar echtgenoot weggelopen sensuele Duitse dame van twijfelachtige reputatie, die in Nederland de maintenee en later echtgenote werd van Haasse's grootvader, een doctor in de letteren en verzamelaar van antiquarische boeken. In feite was haar moeder een bastaard, want verwekt door de man met wie de grootmoeder pas later zou trouwen. Haar andere grootmoeder was eveneens een bastaard (vader onbekend), en Haasse verklaart daaruit de gereserveerdheid van die oma met haar afschuw van het frivole en oppervlakkige.

De 'wezensgesteldheden' van haar twee grootmoeders (sensueel versus terughoudend) beschouwt Hella Haasse als de polen waartussen haar eigen ik zich beweegt. 'Die innerlijke tegenstrijdigheid leidt tot een blokkade, tot onvermogen gevoelens te uiten, tenzij indirect, in verzonnen verhalen over bedachte personages, of door identificatie met leven en lot van mensen die ik heb waargenomen in de werkelijkheid nu en hier, of gevonden in de geschiedenis.'

Het gaat nog verder. Muziek en literatuur, bekent Haasse, zijn haar noodlottig geworden. 'Het intense genot dat klankschoonheid me gaf, werd de maatstaf voor wat ik verwachtte van lichamelijke liefde.' Die verwachting is de beleving in de weg blijven staan. De beleving kon niet aan de verwachting beantwoorden.

De zwaan is ook nog eens het symbool van innerlijke tegenstrijdigheid. Zwanen schieten behandelt de manieren waarop Haasse tracht haar geremdheid te overwinnen door de eigen identiteit op te sporen en te verklaren. Om die reden hecht ze belang aan afkomst, geboortegrond en bloedverwantschap, ook al wordt tegelijkertijd duidelijk dat kennis daarvan het raadsel van de eigen identiteit nooit helemaal oplost. Zinloos is de zoektocht naar zichzelf en het gewroet in het verleden daarmee nog niet. Zo heeft Haasse niet zo lang geleden ontdekt dat ze een door haar vader in Indonesië verwekte halfzus heeft, die echter altijd een vreemde voor haar zal blijven. Louter om bloedbanden gaat het haar dus niet, eerder om een hang naar continuïteit.

Ontheemd

Haar eigen familie hing als los zand aan elkaar, kwam uit alle windstreken, was ontheemd en nergens thuis. 'Waarom is een telkens weer falend pogen om ergens wortel te schieten zo diep frustrerend', vraagt ze zich af. Het verband dat het woord familie suggereert, vindt ze niet bij haar half Indonesische halfzus, maar wel in Australië, bij haar broer met diens kinderen en kleinkinderen. Zo lijkt het althans. Ten dele is ook dat weer schone schijn, zoals blijkt uit een fictief verhaal over een zekere Jason, een op haar achterneef lijkende, innerlijk verscheurde jongen, die toch ook weer moet ontdekken dat hij een buitenstaander is.

De zwarte zwaan, het symbool van Australië, staat tevens voor ontheemding. Wie niet leeft in een eigen element is overal een zwarte zwaan, zegt ze. Vandaar ook haar voortdurende pogen om haar element te vinden en te benoemen. Alleen schrijvend kan de ontheemding worden opgeheven. Een voorbeeld: aan hetzelfde stukje Prinsengracht in Amsterdam waar Haasse in de oorlog haar studentenkamer had en waar aan de overkant haar geliefde woonde in een huis waar haar moeder vroeger piano speelde, daar woont nu haar dochter en daar leerde haar kleinkind fietsen. 'Al deze momenten en bewegingen in de tijd lijken (...) in mijn bewustzijn tegelijk aanwezig als een verstrengeling van punten en lijnen, een constellatie die ik 'Prinsengracht' noem. (...) Een paar honderd meter Prinsengracht bevatten in geconcentreerde vorm talloze nog onuitgewerkte gegevens van mijn leven.' Alles wat haar verbeelding aanraakt, krijgt samenhang.

Uit: Hella S. Haasse, Zwanen schieten:

Niet lang daarna heb ik mijn halfzuster leren kennen. Zo bleek ik dus te bezitten wat ik altijd had gewenst: een band des bloeds met mijn geboorteland. Wij konden geen van beiden onze tranen bedwingen. Toch was het vanaf het begin duidelijk, dat wij vreemden voor elkaar zouden blijven. (...) Zij sprak geen onvriendelijk woord over mijn vader, maar ik voelde de verzwegen spanning van oud zeer. Tijdens mijn middelbare-schooljaren woonde zij ook in Batavia. Zij wist toen wie ik was, maar ik kende haar niet. Zonder het te beseffen ben ik misschien herhaaldelijk in haar nabijheid geweest, op straat, in het zwembad, bij jaarlijkse manifestaties waaraan alle scholen van de stad deelnamen. Dat mijn vader dit belangrijke feit uit zijn leven verzwijgen kon, begrijp ik wel, nu ik iets meer meen te weten over zijn achtergrond en die van mijn moeder. Maar ik schaam mij om een nooit ongedaan te maken verzuim.