Actieprogramma tegen kinderarbeid

ROTTERDAM/OSLO, 31 OKT. Afgevaardigden van veertig landen, waaronder Nederland, hebben gisteren in Oslo een actieprogramma aangenomen met als doel kinderarbeid over de hele wereld uit te bannen. In het actieplan pleiten ze voor een strategie die niet alleen een einde maakt aan kinderarbeid, maar ook gratis basisonderwijs garandeert en armoede bestrijdt.

“We zijn erg blij dat er een consensus is bereikt, het betekent een enorme stap vooruit”, meldt Hilde Frafjord Johnson, de Noorse minister van Ontwikkelingszaken en Mensenrechten.

Samen met de internationale arbeidsorganisatie ILO en Unicef organiseerde de Noorse regering de vier dagen durende conferentie.

Regeringsvertegenwoordigers, mensenrechtenorganisaties, werkgeversunies en vakbonden omschrijven in het actieplan de noodzaak tot verstrekkende maatregelen. Onderwijs lijkt de sleutel tot voorkoming en bestrijding van kinderarbeid. Daarnaast verplichten zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden zich tot het bestrijden van armoede in het algemeen. Verder moet er meer samengewerkt worden tussen regeringen, werkgevers en actiegroepen en is een verbetering van de arbeidsinspectie noodzakelijk.

Extra aandacht richten de deelnemers aan de conferentie op de vaak verborgen arbeid verricht door meisjes. Als huisbediende maken zij vaak lange dagen onder slechte omstandigheden. Ook deze kinderen moet de weg naar school gewezen worden.

De conferentie in Oslo volgt kort op de conferentie in Amsterdam. In februari van dit jaar werd daar vooral gepraat over de meest schadelijke vormen van kinderarbeid zoals prostitutie en dwangarbeid. De ILO bereidt een nieuwe conventie voor die deze vormen verbiedt. Ook in Oslo is gepleit voor de onmiddelijke beëindiging van deze ontoelaatbare vormen, over naleving en sancties kon men het nog niet eens worden. De onderhandelingen over dit verbod zullen volgend voorjaar in Geneve beginnen.

De ILO schat dat ten minste 250 miljoen kinderen werken. De helft van hen doet dat fulltime, eenderde onder zeer slechte omstandigheden. De meeste kinderarbeid vindt plaats in Azië, gevolgd door Afrika en Zuid-Amerika.

De afspraken in het actieplan, onder andere over de hoogte van financiële investeringen, zijn volgens de Noorse minister Johnson een morele verplichting, instrumenten voor naleving zijn er niet. Wel beloofde ze vervolgbijeenkomsten te organiseren om landen op de hun belofte te blijven wijzen.