Zakenwereld verdeeld over Brits EMU-standpunt

Londens City is blij dat de Britse regering duidelijkheid heeft verschaft over de toetreding tot de EMU. Maar grote delen van het bedrijfsleven vinden het uitstel verontrustend.

LONDEN, 30 OKT. Analisten zijn sceptici van nature. In politici stellen ze weinig vertrouwen. Ze geloven alleen maar in de wijsheid van de markt. En de markt, zeggen ze, is het meest gebaat bij duidelijkheid.

Vol lof waren de meeste effectenkantoren en zakenbanken in de Londense City deze week dan ook over de verklaring van minister van Financiën Gordon Brown afgelopen maandag waarin hij het regeringsstandpunt ten aanzien van de monetaire unie uit de doeken deed. Niet vanwege de inhoud. Of Groot-Brittannië nu wel of niet vanaf het begin deelneemt in een Europese munt, kan de City niet deren, is de algemene verwachting. Een opvatting die in interviews ook door de gouverneur van de Bank of England, Eddy George, steeds opnieuw wordt geventileerd.

Het was de ondubbelzinnigheid van Browns woorden die de vertegenwoordigers van de Londense financiële markten behaagde. De Labourregering meldt aan de Europese partners dat ze gebruik maakt van de uitzonderingspositie die de Conservatieve ex-premier John Major vijf jaar geleden in Maastricht heeft bedongen. Ook al voldoet Groot-Brittannië aan alle economische criteria die destijds voor het lidmaatschap van de monetaire unie gesteld zijn, de natie laat die gifbeker graag aan zich voorbij gaan. Niet alleen voorlopig maar voor minimaal vijf jaar. Met die verklaring maakte de regering vakkundig een einde aan de speculaties over een vervroegde, geforceerde Britse toetreding tot de unie, zei Joe Prendergast, hoofd valutaresearch van Credit Suisse First Boston. Speculaties die de afgelopen weken in de City voor grote onrust zorgden.

De Britse premier Tony Blair was vorige week door handelaren op de Londense optiebeurs, de London International Financial Futures and Options Exchange, met boe-geroep ontvangen omdat sommige firma's met die speculaties een klein fortuin hadden verspeeld. Ze hadden gegokt op een waardedaling van het pond en stijging van de aandelenkoersen, nadat de Financial Times op 26 september meldde dat de regering een snelle aansluiting bij de monetaire unie voorbereidde. Als resultaat van dat bericht was de koers van het pond ook gekelderd terwijl de FT-100, de index van honderd meest verhandelde bedrijven, ruim 2 procent omhoog schoot.

Maar die verschuivingen werden weer teruggedraaid nadat The Times op 18 oktober een interview met de Britse minister van Financiën publiceerde. 'Brown sluit Europese munt in deze regeerperiode uit', luidde de kop boven dat artikel. Een vlag die de inhoud van het vraaggesprek niet dekte maar ontleend bleek aan een officieuze toelichting die Charlie Whelan, een van de perswoordvoerders van Brown, per mobiele telefoon vanuit de Red Lion, een kroeg in de regeringswijk Whitehall, aan de krant had gegeven. Vervolgens werd het nieuws door het ministerie van Financiën bevestigd noch ontkend, waardoor de onzekerheid in de financiële markten bleef duren. James Barty, econoom van de zakenbank Deutsche Morgan Grenfell, verweet Labour onverantwoorde nieuwsmanipulatie waardoor de valutahandel tot een loterij werd gemaakt.

De gouverneur van de Bank of England, die eerder dit jaar na een stormachtige start van Labour nog ontslag had overwogen, nam het vorige week op voor de regering. Hij verweet de handelaren dat ze zich ten onrechte gek hadden laten maken door de kranten. Hij zei ook dat de regering in haar officiële verklaringen over Britse deelneming aan de monetaire unie juist “buitengewoon consistent” was geweest. Dat de regering niet eerder een eind aan de verwarring in de financiële markt had gemaakt, kwam doordat het parlement nog steeds met zomerreces was, verklaarde Eddie George. “Het is niet meer dan redelijk dat het Lagerhuis als eerste over een regeringsstandpunt wordt geïnformeerd.” Maandag, op de eerste zittingsdag van het parlement, sprak Brown onmiddellijk het verlossende woord.

Verlossend voor de City. Maar voor grote delen van het Britse bedrijfsleven verontrustend. Niet dat de ondernemers ooit serieus hebben geloofd dat Groot-Brittannië vanaf het allereerste begin op 1 januari 1999 aan de monetaire unie zou meedoen, ook al hield Labour in navolging van de Conservatieven die mogelijkheid nadrukkelijk open. Bedrijfsorganisaties als de Confederation of British Industry (CBI), de British Chamber of Commerce en het Institute of Directors beschouwden het unaniem als onverstandig als het Verenigd Koninkrijk al over veertien maanden aan een Europese munt zou meedoen.

Het Britse bedrijfsleven was onvoldoende voorbereid en de ontwikkeling van de Britse economie loopt niet synchroon met de economische cycli van de Europese grootmachten. Dat is ook de reden dat de korte-termijnrente in het Verenigd Koninkrijk meer dan twee zo hoog ligt als in Duitsland. Meedoen aan de monetaire unie zou Groot-Brittannië dwingen die rente sterk te verlagen. De inflatie zou daardoor drastisch worden opgejaagd.

Maar deze economische obstakels kunnen volgens de werkgeversorganisaties binnen enkele jaren worden overwonnen. Zij hadden er dan ook voor gepleit een Britse toetreding tot de monetaire unie direct na de eeuwwisseling niet uit te sluiten.

Ze verwachten dat meedoen aan een Europese munt tegen die tijd grote voordelen voor het Britse bedrijfsleven kan bieden: minder valutarisico's en lage rente. En het lidmaatschap zou de Britse economie in een latere fase geen schade meer hoeven te berokkenen. Maar die mogelijkheid heeft Gordon Brown vrijwel uitgesloten. Belangrijkste consequentie op korte termijn is een kunstmatig hoge koers van het pond omdat de Britse munt als vluchthaven voor risico's van de EMU wordt beschouwd. Dat is geen aanlokkelijk vooruitzicht voor buitenlandse investeerders en Britse exporteurs.