Weller net zo gretig als vroeger

Concert: Paul Weller. Gehoord: 29/10 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

De Britse zanger/gitarist Paul Weller is in hippe kringen al diverse keren afgeschreven. De eerste keer was het toen hij na de punky rock van het vooral in Engeland zeer succesvolle trio The Jam begin jaren tachtig het roer volledig omgooide met zijn nieuwe groep The Style Council, die luchtige soul en jazzdance speelde. Eenmaal gewend aan deze groep bleken Wellers soulsongs toch zeer de moeite waard. Maar toen The Style Council na een aantal hits op een dood spoor raakte, leek het met Weller opnieuw gedaan.

Begin jaren negentig maakte hij een verrassende comeback als solo-artiest, met muziek die teruggreep naar favorieten uit de jaren zeventig als Traffic en The Faces. In Engeland groeide Weller als toonbeeld van integriteit uit tot volksheld, al vonden de critici dat hij met zijn muziek na verloop van tijd wel erg op veilig speelde: hij was rijp voor het bejaardentehuis van de popmuziek, vond men. Met een prachtig concert in het volle Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg bewees Paul Weller gisteravond dat daar nog lang geen sprake van kan zijn.

Het was een genot hem zo enthousiast bezig te zien, even gretig als toen hij twintig jaar geleden begon, evenzeer gedrevenheid en pure liefde voor muziek uitstralend. Gesteund door een band die hecht maar ontspannen speelde, bracht Weller zo'n anderhalf uur werk van zijn laatste twee albums, het succesvolle Stanley Road en de sterke opvolger Heavy Soul, die een paar maanden geleden verscheen.

'I can't be beaten and I can't be bought', zong hij met zijn doorleefde, soulvolle stem in de titelsong van dat album, dat één van de hoogtepunten van de avond was. Het krachtige nummer heeft een sterke melodie, en eindigde gisteravond in een fraai samenspel van Weller met de tweede gitarist: ze wisselden inventieve, goed gedoseerde gitaarsolo's af. Ook in de andere nummers, fraai melodieuze, knappe rocksongs, zorgden de speelse gitaarpartijen voor een aanstekelijke levendigheid, zoals in het tedere 'Up In Suzes' Room'.

Na een tijdje kwamen een paar stoelen op het podium: de bassiste, de gitarist en Weller zelf gingen er even bij zitten voor een paar akoestische nummers. Op het doek achter het podium verschenen paarsblauwe vloeistofdia's, als om te voorkomen dat het publiek zich tijdens deze ingetogener songs ging vervelen. Maar daar waren de liedjes te pakkend en fris voor. Even later kroop Weller nog voor een aantal nummers achter de piano, al bleef zijn door piano gedragen klassieker 'You Do Something To Me', een hit in '95, helaas uit. Zelfs het veel te harde volume, dat zonder oorbescherming niet te verdragen was, kon het optreden niet verpesten, al wenste je vooral bij de overal doorheen dringende bastonen de geluidstechnicus een flink pijnlijke oorontsteking toe.