'Weinreb was vanuit Jakarta chanteur BZ'

ROTTERDAM, 30 OKT. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is in de jaren vijftig opgelicht en gechanteerd door Friedrich Weinreb. Dat blijkt uit onderzoek van de Leidse historica R. Grüter waarop zij vandaag promoveert in Leiden.

Weinreb, die sinds 1952 economie in Jakarta doceerde, zei tegen Buitenlandse Zaken dat de Indonesische regering hem onder druk zette om belastende verklaringen af te leggen in een geruchtmakend spionageproces tegen prominente Nederlandse zakenlieden, onder wie L. N. H. Jungschlar.

Om ieder risico te vermijden haalde Buitenlandse Zaken, die vermoedde dat de bewering van Weinreb niet op waarheid berustte, hem terug naar Nederland en betaalde hem in 1956 en 1957 ten minste vijfenzestigduizend gulden uit geheime fondsen.

Het proces tegen Jungschlar dat in 1954 begon, was een opmaat voor verdere stappen tegen het Nederlandse bedrijfsleven dat na de Indonesische onafhankelijkheid belangen had behouden in de voormalige kolonie.

Ten tijde van zijn proces was Jungschläger hoofd van de nautische dienst van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM). Die Nederlandse maatschappij had midden jaren vijftig nog ongeveer tweederde van het vervoer tussen de eilanden van de Indonesische archipel in handen. Jungschläger, die tijdens zijn proces in 1956 overleed, is tevens hoofd van de Nederlandse inlichtingendienst in de archipel geweest.

In haar promotieonderzoek 'Een fantast schrijft geschiedenis' concentreert Grüter zich op de felle polemiek die vanaf de jaren zestig tot in de jaren tachtig rond Weinreb is gevoerd. Inzet van deze polemiek was Weinrebs rol in de Tweede Wereldoorlog. Toen lichtte de jood Weinreb andere joden op door hen tegen betaling op een lijst te zetten voor een emigratietrein naar Portugal of Zwitserland. Deze lijst was niet goedgekeurd door de SS, zoals Weinreb beweerde. Zijn lijst bleek geen garantie tegen deportatie. Om zijn hachje en dat van zijn gezin te redden, luisterde Weinreb voor de Duitsers in 1943 medegevangenen af in de Scheveningse gevangenis, waarvoor hij in 1948 is veroordeeld.

Nadat de historicus J. Presser Weinrebs handelswijze in zijn boek 'Ondergang' over de jodenvervolging aan de kaak stelde, ontstond een polemiek tussen voorstanders van Weinreb, met Renate Rubinstein en de huidige staatssecretaris A. Nuis als exponenten en tegenstanders, met name W. F. Hermans.

Ondanks een vernietigend rapport van het RIOD over Weinreb bleven de pro-Weinreb fans hem trouw. Nuis schreef in 1979 als literatuurcriticus een tegenrapport, waarbij hij volgens Grüter niet echt inging op de feiten die tegen Weinreb zijn ingebracht. Het bleek haar dat Nuis nog steeds pro-Weinreb is. In een vraaggesprek dat zij met hem had bleef hij “onduidelijk”. Nuis “houdt de stelling overeind” dat het rapport onvoldoende bewijs tegen Weinreb bevat en gunt hem “het voordeel van de twijfel”, aldus Grüter.