WAT VLIEGT DAAR?

In luchtvaartmuseum Aviodome op Schiphol worden zaterdag 1 november een luchtvaartbeurs èn de 'Nationale Vliegtuig Herkennings Kampioenschappen' gehouden. Wat bezielt mensen naar silhouetten in de lucht te kijken? Hoe zijn echte spotters van snoevers te onderscheiden? Waarschuwing: vertel een spotter nooit dat vliegtuig kijken net zoiets is als vogels kijken. “Een vogel heeft geen serienummer. Dus als je er één gezien hebt, heb je ze allemaal gezien.”

Vrijetijdsbestedingen zijn meestal terug te voeren op drijfveren die de mensheid in leven hielden toen die nog in het stadium van de jager-verzamelaars verkeerde. Zo zijn joggers en bergbeklimmers eigenlijk op de loop voor een horde wolven of kwaadwillende naburige stammen, en postzegel- en sigarenbandverzamelaars hamsteren in feite kastanjes en hazelnoten om de winter door te komen. Voor macraméërs en borduursters geldt een vergelijkbare oerstimulans: die zitten plaatsvervangend fuiken te knopen of een berevel te looien.

Ook de verstrooiing die het 'spotten' van vliegtuigen biedt, is in dit licht bezien geen uitzondering. Het reizen naar de beste locatie en de volharding van het spieden is niets anders dan 'jagen' en het willen afvinken van type-reeksen of serienummers staat voor 'verzamelen'. Wat vliegtuigen herkennen als verzamelwoede echter kwetsbaar maakt, zijn foute observaties en snoeverij.

Niet alleen Britse burgers, ook jachtvliegers in de Tweede Wereldoorlog hebben de 'Heinkel 113' zien vliegen. Sommige piloten kwamen zelfs terug met het verhaal dat ze deze 'super-jager' uit de lucht hadden geschoten. Echter, de Heinkel 113 heeft nooit bestaan: het toestel was een uitvinding van het Duitse ministerie van Propaganda. Het departement liet het Duitse blad Signal foto's publiceren van een grondig gemodificeerde, oudere Heinkel 100 en dichtte het vliegtuig fenomenale prestaties toe. De foto's vonden al snel hun weg naar de Britse hoofdkwartieren. Prompt kwamen de meldingen.

In de facsimile-uitgave van de Britse klassieker Aircraft Recognition, in 1941 samengesteld door R.A. Saville-Sneath, staan alle vliegtuigtypes van de partijen die op dat moment oorlog voerden met een soort mugshot afgebeeld: met voor-, onder- en zij-aanzicht. Ook de Heinkel 113, die “de laatste tijd”, aldus Saville-Sneath, “in toenemende aantallen is gesignaleerd”. De anekdote geeft aan dat het oog ziet wat het wil zien en dat vliegtuig-herkenning een vak apart is.

Iedereen kan wel zeggen een spreekwoordelijke 'Heinkel 113' te hebben gezien. Alleen met een strenge reglementering, die de onbetrouwbaarheid uitsluit van Eyeball Mark I - 'oogbal model 1' - zoals het zicht in pilotenjargon heet, is te bepalen wie de snoevers zijn en wie niet.

Het Nederlands kampioenschap vliegtuigen herkennen, dat dit weekeinde voor de dertiende keer wordt gehouden, kent zulke strikte regels. Spotters krijgen vijfenzeventig dia's te zien en moeten binnen een paar seconden noteren welk toestel ze zien. De Dordtse automatiseringsmedewerker Loet Kuipers (41) verzorgt sinds jaar en dag de opgaven. Hij maakt de dia's zelf om er zeker van te zijn dat de afbeeldingen niet eerder in boeken of tijdschriften hebben gestaan. De regels zijn streng: “Laten we een Bell 206 JetRanger zien en iemand zegt alleen 'JetRanger', dan is het goed en krijg je een punt. Luidt het antwoord Bell 204 JetRanger, dan zit daar tegenstrijdige informatie in, want de '204' is een heel andere helikopter: nul punten”, aldus Kuipers. Deelnemers kunnen zich inschrijven voor drie categorieën: actuele militaire vliegtuigen, actuele civiele vliegtuigen en historische vliegtuigen. Wie zich 'kampioen' wil noemen, moet in alle onderdelen een ster zijn.

Het gaat vooral om het spel, want van de prijzenpot zal de belastingdienst niet echt opkijken. “Er zijn gratis abonnementen te winnen op bladen als Airnieuws, Luchtvaart en Herkenning”, zegt Peter van de Noort van het Aviodome, dat de kampioenschappen organiseert in samenwerking met de afdeling 'luchtvaartkennis' van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart. De nummers één en twee mogen mee in een ballon en een Ultralight. Verder zijn er negen tinnen beeldjes van representatieve piloten uit de Tweede Wereldoorlog. Wie de helft goed heeft van de afgebeelde types, krijgt een “internationaal erkend brevet”. Geen prijzen om dagen voor naar de hemel en weken lang in de boeken te kijken, zo lijkt het, dus wat moveert de gemiddelde spotter eigenlijk?

Spotters zijn, net als ornithologen, specialisten. Zoals de ene vogelaar zich richt op roofvogels en de ander op zangvogels, zo hebben ook spotters hun voorkeuren.

Opgavemaker Kuipers gaat het bij het spotten om zoveel mogelijk “gekke vliegtuigen”. Tegenwoordig heeft hij nauwelijks meer tijd om zijn hobby te beoefenen. Vroeger bezocht hij vliegshows en vliegvelden, zoals Fairford en Farnborough in Groot-Brittannië en Le Bourget bij Parijs. Een reis naar Sri Lanka viel tegen, want “daar viel vanwege de burgeroorlog tegen de Tamils niks te spotten: alle vliegvelden waren uit angst voor aanslagen hermetisch afgesloten”.

Voor Kuipers geldt: hoe gekker hoe beter. “Liever de enig overgebleven X-31 dan een F-16, want daar zijn er nog duizenden van.” Zijn dag is geslaagd wanneer zijn 'favoriete vliegtuig' zich laat zien: de Vickers VC-10: “Een Britse tanker; een fantastisch toestel.” De indruk dat deze hobby op het eerste gezicht niet zo heel veel verschilt van 'vogel-spotten', wijst hij van de hand: “Vogels hebben geen serie-nummers, dus als je er één ziet, heb je ze eigenlijk allemaal gezien.”

'Een virus dat nooit meer overgaat', zo omschrijft Henk Duivenvoorden, derdeplaats-winnaar van de allround kampioenschappen 1996, 1979 en 1980, het spotten. De 38-jarige postbesteller uit Zoetermeer begon op zijn dertiende met deze hobby. “Zelfbouw-vliegtuigen en 'veteranen' vind ik het mooist.” Ook hij heeft een favoriet vliegtuig: het Harvard trainings-vliegtuig, waarvan er in Nederland nog zo'n zes rondvliegen.

Het gaat Duivenvoorden erom zoveel mogelijk 'reeksen' compleet te hebben. “In beginsel wil je graag alle verschillende serie-nummers van een bepaald type vliegtuig zien. Maar je kunt moeilijk álle Boeing 737's fotograferen, dat zijn er te veel. Wèl kun je proberen de 737's van zo veel mogelijk verschillende luchtvaartmaatschappijen te spotten.”

Ron Duurland (32) - “Ik zit vooral in de militaire vliegtuigen” - eindigde vorig jaar met 59 punten als eerste en mocht dan ook met de ballon mee. De project-ingenieur uit Utrecht doet niet aan speciale voorbereiding voor de kampioenschappen. “Nou ja, ik lees praktisch het hele jaar door tijdschriften als Air Forces Monthly, World Air Power Journal, de Scramble en allerlei boeken.” Ook bezoekt Duurland zoveel mogelijk vliegshows en open dagen van Europese luchtmachten. En dat maakt het spotten tot een dure liefhebberij. In Nederland valt er niet zo goed meer te spotten, vindt hij, sinds het ministerie van Defensie de poorten van veel vliegbases heeft gesloten.

Dat is ook de reden dat steeds meer spotters hun heil in het buitenland zoeken. Al stelt het 'buitenland' dat niet altijd op prijs. Duurland: “Je komt in veel landen snel in moeilijkheden. In Frankrijk ben ik herhaaldelijk om mijn papieren gevraagd, omdat ik met een verrekijker aan de rand van een vliegbasis op de uitkijk stond.” Hij kwam er steeds genadig van af. Anders was het in Polen: “Daar heb ik twee dagen achter de tralies gezeten, omdat de Polen geen genoegen namen met de uitleg over mijn tijdverdrijf. Van zo'n hobby hadden ze nog nooit gehoord en ze haalden mijn films uit mijn camera.” Pas na 48 uur waren de Poolse veiligheidstroepen overtuigd. “Later hebben ze de films zelfs afgedrukt en naar mijn huisadres gestuurd.”

INFORMATIE

Op za 1 en zo 2 nov wordt in het Nationaal Luchtvaartmuseum Aviodome op Schiphol de Nationale Luchtvaartbeurs gehouden. Hier kan alles wat met 'vliegen' te maken heeft worden gekocht, verkocht of geruild. Behalve nieuwe en tweedehands boeken en tijdschriften zijn er vliegtuigonderdelen, cockpitapparatuur, computerprogrammatuur, bouwdozen, kunstvoorwerpen en prijsbekers. De beurs is geopend van 10-17u. Entree: volw. ƒ 9, kinderen van 4 t/m 12 jaar ƒ 6,50.

Inl 020-6041521.

Za 1 nov worden om 14u de kampioenschappen vliegtuig herkennen gehouden. Iedereen - individueel of in een team van drie pers. - kan meedoen. Inschrijven op 1 nov. vanaf 13u. Deelname gratis.

Spotterlocaties

De bekendste plek voor het spotten van civiele vliegtuigen is ongetwijfeld het terrein rond de McDonald's aan de Loevesteinse Randweg bij Badhoevedorp. Voor militaire vliegtuigen ligt dit wat moeilijker: vanaf Nederlandse vliegbases wordt lang niet alle dagen gevlogen, bovendien is de vliegende inventaris van de Koninklijke Luchtmacht niet bijzonder gevarieerd. Om binnen korte tijd veel vliegtuigtypes in actie te zien is een bezoek aan de open dag van de KLu aan te raden. De eerst volgende heeft plaats op 4 juli 1998 op de vliegbasis Leeuwarden. Deze open dag is extra groot omdat de Nederlandse luchtmacht dan 85 jaar bestaat. Daarom zullen op die dag veel Europese stuntteams optreden.

Tijdschriften

Bij de Ako's, Boekeliers en Bruna's zijn gemiddeld zo'n tien tijdschriften te vinden waarin 'het vliegtuig' centraal staat. Bekende weekbladen zijn het Britse Flight International (losse nummers ƒ 7,50, jaarabonnement 69 Britse pond) en het onvolprezen Amerikaanse Aviation Week and Space Technology, dat ook wel de Aviation Leak heet, omdat het blad haast verdacht goed op de hoogte is van alle militaire ontwikkelingen. Van dit laatste magazine bestaan uitsluitend jaarabonnementen à 160 US-dollar. Maandbladen zijn er in veel soorten. Het uiterst Britse FlyPast (los nummer: ƒ 14,25) belicht vooral historische vliegtuigen, Air Forces Monthly (ƒ 12,75) bevat actueel militair nieuws en in Luchtvaart (ƒ 8,75) is doorgaans een mengeling van actuele en historische, en van militaire en civiele artikelen te vinden. Speciale spottersbladen zijn er ook: Airnieuws bijvoorbeeld (ƒ 8,95), maar dat is niet overal verkrijgbaar - wel in de 'World of Wings' - in de aankomsthal op Schiphol. Ook is sinds kort het maandblad Herkenning (ƒ 6,95) in veel tijdschrifthandels verkrijgbaar. In het periodiek is o.a. allerhande wapentuig van land- en zeestrijdkrachten te vinden.

Boeken

De prijzige bijbel van de spotters - en van de Nederlandse strijdkrachten - is Jane's All the World's Aircraft, het dikke gebonden jaarboek van de bekende Britse uitgever van militaire almanakken en periodieken Jane's. In de Zeelsterstraat 177a in Eindhoven bevindt zich de 'luchtvaartwinkel' Flash, waar veel tijdschriften te koop worden aangeboden.

Internet

Het wereldwijde computernetwerk is onbetwist de beste locatie voor spotters die de deur niet uit willen.

Probeer eens de nieuwsgroep rec.aviation.military, of surf vanaf website:

http://laehv.nl/users/

dirkx/homepage.html.