Twijfel in Kamer over portefeuille Antillen

DEN HAAG, 30 OKT. De Tweede Kamer is verdeeld over de aanstelling van een aparte staatssecretaris voor Antilliaanse en Arubaanse Zaken in het volgende kabinet. Dit bleek gisteren tijdens de behandeling van de begroting van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Tijdens het overleg met de Kamer zei Voorhoeve ook dat de overzeese gebiedsdelen zich tot de Europese Unie moeten wenden en niet tot Nederland voor compensatie van de Europese importbeperkingen op rijst en suiker.

Twee weken geleden stelde minister Voorhoeve (Antilliaanse en Arubaanse Zaken) voor in het volgende kabinet een staatssecretaris voor de overzeese gebiedsdelen aan te stellen. In deze opzet moet de minister van Binnenlandse Zaken zich bemoeien met de hoofdlijnen en staat een staatssecretaris hem bij. Per 1 januari valt het Kabinet Nederlandse Antillen en Aruba onder het ministerie van Binnenlandse Zaken.

De PvdA voelt veel voor een aparte staatssecretaris, D66 en GroenLinks zijn tegen en de VVD twijfelt. De liberalen menen dat met een staatssecretaris de “kans op betutteling groter wordt”. Tweede-Kamerlid Te Veldhuis: “Zo'n staatssecretaris moet toch immers ook zijn tijd vullen.” Het CDA vraagt zich af of een staatssecretaris wel voldoende gewicht heeft in het kabinet. De Nederlandse Antillen en Aruba lieten al eerder weten zaken te willen doen met een minister.

Minister Voorhoeve sprak ook over het zogenoemde rijstbesluit. Begin oktober besloot de Europese Unie de import van bewerkte rijst en suiker uit de Antillen en Aruba te beperken. De Nederlandse rechter oordeelde daarna dat Nederland niet aan uitvoering van dat besluit mag meewerken. Voorhoeve zei gisteravond “een groot aantal schadeclaims te verwachten”. Hij wees erop dat bedrijven op de Antillen en Aruba zich tot de EU moeten richten voor compensatie “en niet tot Den Haag”.

De minister hekelde verder de financiële chaos op de Nederlandse Antillen. Een saneringsprogramma van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dreigt volgens minister Voorhoeve te stranden omdat het tekort op de begroting oploopt naar 4,5 procent in 1998. “En dat is voor het IMF onaanvaardbaar”, aldus Voorhoeve.