Subsidie partijen

De subsidie van het rijk voor politieke partijen gaat omhoog van 8,3 naar 10 miljoen gulden per jaar (NRC Handelsblad, 18 oktober). Dat betekent dat een partij met bijvoorbeeld dertig Kamerzetels 2 miljoen te besteden heeft aan zijn wetenschappelijk bureau, het jongerenwerk en algemeen partijwerk. Het is duidelijk dat dit volstrekt onvoldoende is.

Ik zou daarom willen pleiten voor een aanzienlijke verhoging tot bijvoorbeeld 100 miljoen gulden. Alleen al voor het functioneren van de wetenschappelijke bureaus is momenteel veel te weinig geld beschikbaar. Deze bureaus moeten onze volksvertegenwoordigers voorzien van informatie en hebben daardoor een positief effect op de kwaliteit van de besluitvorming. Meer subsidie voor jongerenwerk kan de toekomstige basis van de partijen versterken.

Er is een tweede reden om de rijksbijdrage te verhogen. Het aantal leden van de politieke partijen is de laatste decennia schrikbarend afgenomen. De individualisering leidt ertoe dat steeds minder mensen bereid zijn de relatief hoge contributies te betalen. Door een verdere verhoging van de rijkssubsidie kunnen deze contributies omlaag zodat het partijlidmaatschap aantrekkelijker wordt voor grotere groepen burgers. Hierdoor kan de betrokkenheid bij de politiek worden vergroot.

Deze betrokkenheid zal nauwelijks worden vergroot door referenda of het direct kiezen van burgemeester of minister-president. Dit zijn lapmiddelen die bovendien de kwaliteit van het bestuur niet ten goede komen. Dat toont de praktijk van referenda in Nederland en de direct gekozen bestuurders in het buitenland.

Allerlei organisaties in Nederland krijgen forse subsidies uit de staatskas. Waarom dan zo zuinig met subsidies voor de politieke partijen? Zij vormen de basis van onze democratie.