Schrijver Hugo Pos ontvangt eerste Cosmic Award; 'Ik wil vrij zijn van treurnis'

Dit weekeinde wordt in Theater Cosmic in Amsterdam een festival gehouden voor toneelschrijvers uit verschillende culturen. Een van hen is schrijver en meester in de rechten Hugo Pos, geboren in 1913 in Paramaribo. Hij ontvangt de eerste Cosmic Award.

De boeken van Hugo Pos verschijnen bij uitgeverij In de Knipscheer. Hollandse Nieuwe, Cosmic Festival, Nes Theaters, Amsterdam. Van 30/10 t/m 1/11. Res. (020) 626 68 66. Inl.: Theater Cosmic, (020) 623 72 34.

AMSTERDAM, 30 OKT. Het juryrapport van de Cosmic Award voor schrijver Hugo Pos (Paramaribo, 1913) vermeldt dat in zijn werken de “multiculturele samenleving op natuurlijke wijze aanwezig is. De multiculturaliteit wordt niet ontkend. Integendeel. Vanuit zijn eigen Surinaamse achtergrond heeft hij een scherp oog voor culturen, maar het gaat steeds om de mens.” Hugo Pos publiceerde in 1995 zijn autobiografie In Triplo, waarin hij de drie aspecten van zijn achtergrond uiteenzet: joods, Surinaams en Nederlands.

In het schrijversfestival dat vandaag begint in Theater Cosmic in Amsterdam speelt Felix Burleson een tekst van Pos, De verbintenis van Nol en Antonia, over een vrouw die een oude krakkemikkige archivaris voor haar dokter aanziet. Een telefoontje van haar doet de man wegdromen. “In welke realiteit je leeft”, zegt Hugo Pos, “weet je eigenlijk nooit. Dat is afhankelijk van de omgeving. Soms ben ik meer Surinaams dan joods, dan weer meer Nederlands dan Surinaams. Als ik de berichten over Bouterse lees bijvoorbeeld, dan voel ik me ineens minder Surinaams, in elk geval geen super-Surinamer.”

Pos' levensloop kan niet anders gevat worden dan in het woord 'veelbewogen'. Op zijn veertiende vertrok hij alleen uit Suriname naar Alkmaar, om daar de middelbare school te volgen. Dat was een eenzame tijd. In 1940 ontsnapte hij via de Delfzijl-route, dat wil zeggen over Rusland en China, aan de Duitsers en kwam in Engeland terecht. Hij vocht tegen de nazi's als 'gunner' op een torpedoboot, die werd getroffen. Na de oorlog keerde hij terug naar Suriname, waar hij zich inzette voor de gelijkberechtiging van de rassen. In de provotijd was hij rechter in Amsterdam en raadsheer in Den Haag. In 1985 kwam zijn eerste verhalenbundel uit, Het doosje van Toeti. Deze week verscheen zijn boek, in samenwerking met Jan Kuijk, over minister De Geer en de Lissabon-affaire. Het heet Het averechts handelen en gaat over de ballingschap van minister-president de Geer en de koningin in 1940 en de terugkeer van De Geer in '41.

“Al in Suriname ben ik geïnteresseerd geraakt in toneel. Er is in Paramaribo een oude Hollandse schouwburg uit 1837. Ik zat in het bestuur. Hoewel kleurlingen wel mee mochten spelen als ze dat wilden, was paradoxaal genoeg geen enkele hindoestaan of creool bij het toneelleven betrokken. Ik heb dat patroon opengebroken en ervoor gezorgd dat iedereen mee ging doen, ongeacht kleur of ras. Dat was in 1958. Ik schreef een toneelstuk, Vive la Vida!, met veel te veel personages want iedereen moest een rol krijgen. Regisseerde het ook zelf. Het werd zo'n vijftien keer opgevoerd, dat is heel veel in Paramaribo.

“Na mijn omzwervingen door de macrokosmos van de oneindige wereld, Rusland, Japan, Engeland, Australië en Indonesië, was mijn terugkeer na de oorlog in Suriname als één in een warm nest. Ik houd van die veelkleurige samenleving. Van enig antisemitisme heb ik nooit iets gemerkt. In Suriname zijn er twee duidelijk te onderscheiden klassen: die van de mensen die in Suriname zijn geboren en de blanke ambtenarenwereld, die daar los van staat. Die hebben zo hun eigen tennisclub. Zij werden door de Surinamers de patata-eters genoemd.

“Er wordt hier in Nederland weleens erg groots gedaan over integratie. In de loop van de wereldgeschiedenis heeft integratie een veel minder dominante rol gespeeld dan vele goedwillenden denken. Integratie ontstaat vanzelf, al is het maar omdat de kinderen van verschillende culturen hoe dan ook met elkaar optrekken. In Bangkok is er bijvoorbeeld een Chinese wijk. Niemand die daar over spreekt als over een getto. Ik vind het goed dat mensen uit gelijke culturen elkaars samenzijn opzoeken, mits dat uit vrije wil gebeurt en er wettelijk is vastgelegd dat ze de vrijheid tot welk handelen dan ook bezitten.

“Ik ben aan het schrijven gegaan nadat ik in een reeks radio-interviews over mijn leven vertelde. Een soort oral history. Niet uit nostalgie, niet uit sentiment. Ik wil de herinnering levend houden. Mijn verhalen zijn verzorgde oraliteit. Ik wil vrij zijn van treurnis. Vergeet niet dat ik in 1940 ben weggekomen en dat ik het immense verdriet van de oorlog, de vernederingen, het weggevoerd worden van dierbaren niet heb meegemaakt. Ik heb een andere opwinding meegemaakt: die van de strijder, de tegenstander. Dat heeft mijn wereldbeeld sterk bepaald. Als vechter kun je gewild sterven, als slachtoffer ga je willoos ten onder.”

In de tijd van zijn middelbare school verlangde Pos terug naar Suriname. Dat had een kleine en ogenschijnlijk eenvoudige voorgeschiedenis, maar zoals vaak in zijn verhalen, was de trieste diepgang er niet minder om. Toen Pos' oudere broer voor hem naar Nederland vertrok, mocht Hugo hem niet uitwuiven. Er was iets voorgevallen, hij had straf. Dat niet naar behoren afscheid kunnen nemen en geen deelgenoot mogen zijn van de uitwuivers deed hem veel pijn. Hij nam zich daarom voor, als hijzelf moest vertrekken, beslist terug te komen. “Once I shall be back in Surinam!” zwoer hij in het Engels.

Dat deed hij, uiteindelijk. Om er te werken. Er speelden ook idealistische motieven een rol: “Als meester in de rechten kun je veel betekenen voor een multiculturele samenleving. Alleen al door op gelijke berechtiging te staan van iedereen, van welk ras afkomstig dan ook, stuur je aan op een evenwichtiger samenleving. Ik ben er wel van overtuigd dat integratie niet van hogerhand opgelegd moet worden, ze moet vanzelf ontstaan, groeien. Daarom schrijf ik in mijn boeken en verhalen nooit over abstracte, almachtige instanties. Ik zoek het menselijke op, de menselijke schaal, de microkosmos is in elk verhaal dat je vertelt van wezenlijk belang.”