Scholen bij nader inzien enthousiast over cijferlijst

Enthousiasme, maar ook twijfel heerst in het onderwijsveld na de publicatie van een cijferlijst voor middelbare scholen. Voorstanders ervan spreken over een 'cultuuromslag'. Maar een rapport van een school bestaat uit meer dan alleen cijfers, zo blijkt uit een rondgang.

ROTTERDAM, 30 OKT. Eindelijk dan de grote stap voorwaarts voor de onderwijswereld, roept schooldirecteur J. Castelein enthousiast in het Rotterdamse Olympus College. De publicatie van rapportcijfers voor alle middelbare scholen, afgelopen zaterdag in het dagblad Trouw, is het begin van een “noodzakelijke cultuuromslag”, vindt hij. Want nu pas kunnen ouders scholen onderling vergelijken. Castelein wil ervan leren, zegt hij. En hij moet wel. Want zijn Mavo-afdeling kreeg het rapportcijfer 1.

De critici beheersten het debat deze week over de eerste landelijke vergelijking tussen alle ruim zevenhonderd middelbare scholen. De toegekende rapportcijfers zijn ondanks enkele correcties 'te kil', vinden geschrokken schoolleiders, staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) en andere commentatoren. De opsteller ervan, onderwijskundige J. Dronkers, zou teveel sociaal-culturele en pedagogische prestaties van scholen over het hoofd hebben gezien.

Maar één ding is duidelijk: ouders staan te springen om de ranglijst. Binnen een paar uur was Trouw zaterdag uitverkocht. “Met dit instrument voor ouders is een barrière doorbroken”, zegt W. van Katwijk van de vereniging Ouders & Coo, die zo'n 1.800 protestants-christelijke ouderraden van basis- en middelbare scholen vertegenwoordigt. “Als je een auto kiest, krijg je alle denkbare informatie. Maar wie tot nu toe een school zocht, was afhankelijk van geruchten uit de wijk of verhalen van kennissen.” En ook de Algemene Onderwijsbond (AOb), die 74.000 leden telt, is tevreden. “Scholen kunnen zich nu vergelijken met anderen. Zo kunnen ze zien waar verbetering nodig is”, aldus vice-voorzitter W. Dresscher. Onderwijsdirecteur A. Runia van het Kampense Ichthus College - een zes “dat moet beter!” - ergert zich aan de 'defensieve reactie' van scholen. “Dit zijn nu eenmaal de gegevens die de Inspectie verzamelt, daarover hebben we afspraken gemaakt. Laten we niet achteraf piepen dat het waardeloos is.”

De lijst markeert in elk geval het begin van een nieuw tijdperk in het voortgezet onderwijs: ouders zijn voortaan onderwijs-consument, scholen bedrijven, leerlingen klanten en de cijferlijst is de consumentengids. Ouders kunnen nu een voorselectie maken, waarna ze nog het sociale klimaat op een school kunnen proeven. Behalve aan onderwijsverbetering, zullen scholen nog meer energie besteden aan public relations op voorlichtingsdagen en in de lokale media.

Het ministerie van Onderwijs en veel scholen zijn bang voor harde vergelijkingen. Ouders kunnen een slechte school mijden of zelfs hun kind van zo'n school af halen. Scholen worden betaald per leerling - zo'n 6.000 gulden per jaar - dus betekent te weinig leerlingen een gat in de schoolbegroting. En dat leidt tot ontslagen en kostbare wachtgeldregelingen, die scholen zelf moeten betalen. Het schrikbeeld is Engeland, waar lijstjes met eindexamenprestaties leiden tot het leeglopen en sluiting van 'slechte' scholen.

Bovendien kan de afrekening op harde eindexamenresultaten leiden tot verlaging van de onderwijseisen, bijvoorbeeld bij tentamens die vooraf gaan aan het centrale eindexamen. Met een eenvoudig tentamen zou je een hoog cijfergemiddelde kunnen halen, om een laag eindexamencijfer op te schroeven. Een school kan ook extra veel leerlingen laten doubleren in de pre-examenklas, opdat alleen de grote kanshebbers meteen aan het eindexamen beginnen. Runia van het Ichthus College vreest eerder dat scholen zich teveel gaan toeleggen op de verbetering van het onderwijs-rendement en daardoor de pedagogische en algemeen vormende aspecten van de school verwaarlozen.

Netelenbos, die Trouw eerst inzage in de cijfers van de Onderwijsinspectie had geweigerd, gaat nu jaarlijks zelf een vergelijking van schoolprestaties uitgeven. Wel wil ze een “meer genuanceerde” berekening van de rapportcijfers. Zo wil ze de sociaal-economische achtergrond van kinderen, ofwel het 'instroomniveau', laten meewegen, zodat scholen die achterstandsleerlingen ver brengen ook hoog scoren. Ook wil ze de waarde van leerlingbegeleiding en het sociaal-pedagogische klimaat op een school onderstrepen.

Toch gedragen moderne ouders zich niet alleen als kritische onderwijs-klant, zo bleek in Bloemendaal. In het Haarlems Dagblad werd de Bloemendaalse Hartenlust-Mavo geschaard onder de IVO-Mavo 'Het Heuveltje', die een 3 kreeg. Prompt belden 'verontruste' ouders de school met de vraag hoe dat zit. Pas bij nadere bestudering van de lijst bleek de Hartenlust een zes te scoren, waarop ouders de school weer belden om hun morele steun te geven, vertelt adjunct-directeur C. de Greeuw.

Een ander mogelijk gevolg van de jaarlijkse cijferlijst is volgens De Greeuw, dat Mavo's straks alleen leerlingen aannemen met een Mavo-verwijzing na de Cito-toets op de basisschool. Nu nemen ze veel kinderen aan met een VBO/Mavo verwijzing, in de hoop dat ze het hogere Mavo-niveau alsnog bereiken. Zo'n gevolg is juist positief, vindt Castelein van het Olympus College. “We hebben hier jarenlang, vanuit overdreven idealisme, leerlingen in een hoger schooltype geduwd dan ze op basis van hun Cito-resultaten aankonden. VBO'ers naar de Mavo en Mavo'ers naar de Havo, omdat we hen sociaal wilden liften. Wat kregen we? Leerlingen die faalden, afzakten en gedemotiveerd raakten.”

Het Kampense Ichthus gaat jaarlijks bekijken of de vorderingen van elke leerling overeenkomen met de school-verwijzing die de basisschool hun gaf. Scholen kunnen zo zien of ze structureel te hoge verwijzingen doen. “Maar op safe spelen en te laag verwijzen is ook niet goed”, zegt Renius. “Want in het onderwijs moet ook altijd een uitdaging zitten voor het kind en een zeker risico voor de school.”

Defensieve reacties van scholen als 'we geven veel individuele aandacht', vindt Castelein 'hypocriet'. “Scholen moeten de verantwoordelijkheid voor goed onderwijs naar zich toe trekken, niet van zich af schuiven. Bovendien waren ze waarschijnlijk voor deze vergelijking geweest als ze zelf een acht hadden gescoord.” Eén kanttekening heeft hij wel: “Onze school concurreert eerder met criminele carrières dan met andere scholen. Volgens de politie wonen in deze wijk driehonderd bendeleden. De hoogte van het examencijfer is bij ons dus bijzaak. We zijn allang blij als iemand de school afmaakt.”