Saddam denkt dat hij zijn gang kan gaan

Frankrijk, Rusland en China zijn al enige tijd gewikkeld in een stiekeme flirt met Irak. Daardoor krijgt Saddam Hussein de indruk dat hij straffeloos oorlog kan voeren tegen de inspecteurs van de ontwapeningscommissie van de VN.

AMSTERDAM, 30 OKT. In Irak is de mythe veel belangrijker dan de werkelijkheid. Niet omdat de Irakezen zo dom zijn, maar omdat hun leider, president Saddam Hussein, elk moment kan bepalen dat groen niet langer groen, maar rood is. Wie zo almachtig is in eigen land en geen enkele discussie, zelfs geen tegenspraak duldt, pleegt zich wel eens te vergissen. Geen probleem voor Saddam: wat hij doet, is per definitie wel gedaan. Daarom viert Irak sinds 1992 elk jaar zijn verpletterende nederlaag in de Golfoorlog als de 'Moeder van alle Overwinningen'.

Die oorlog werd volgens velen in de Arabische wereld helemaal niet gevoerd om de Irakezen uit het door hen bezette Koeweit te verdrijven, maar uitsluitend om een sterk opkomende Arabische macht, zoals Irak, te vernietigen. Daarom hadden de Westerse landen, onder leiding van de VS, besloten om niet alleen Irak van zijn meest afschrikwekkende wapens te ontdoen, maar ook nog eens het land in stukken te snijden. Nog maar een paar dagen geleden kwam Al Khaleedj, een krant in de Verenigde Arabische Emiraten, met dit verhaal.

Saddams Arabische sympathisanten hebben alle reden om zo te denken. Want keer op keer geeft de buitenwereld Saddam het signaal dat hij zijn gang kan gaan. Zo bracht senator Bob Dole, de leider van de Republikeinse fractie en een vertrouweling van president Bush, in april 1990, drieëneenhalve maand voor Saddams invasie in Koeweit, een bezoek aan Bagdad. In een gesprek met Saddam deelde hij volledig diens woede over de steeds hardere kritiek van de Amerikaanse media op de Iraakse leider, maar zei dat hij - helaas - daar niets tegen kon doen.

Een week voor de invasie in Koeweit liet April Glaspie, de Amerikaanse ambassadeur in Bagdad, in een nachtelijk gesprek met Saddam zich zó vaag uit over de Amerikaanse politiek ten aanzien van Saddams confrontatiekoers tegenover Koeweit, dat hij wel de indruk móést krijgen dat de VS uiteindelijk passief zouden blijven en niets zouden ondernemen. Later werd Glaspie door het State Department als zondebok geofferd, omdat zij Saddam onjuist zou hebben voorgelicht. In werkelijkheid waren haar woorden een afspiegeling van de algemeen heersende stemming dat Saddam een uitstekende bondgenoot was in de strijd tegen de Islamitische Revolutie vanuit Iran.

Hetzelfde patroon volgen sinds enige tijd Frankrijk, Rusland en China. Zij willen op korte termijn met het potentieel zo rijke Irak zaken doen - en daarom zo snel mogelijk een eind maken aan het door de Veiligheidsraad van de VN opgelegde, bindende handelsembargo. Ook willen zij hun politieke invloed in de regio herstellen.

Dus saboteren zij elke poging om Saddam tot de politieke realiteit terug te brengen. Wanneer UNSCOM, de door de Veiligheidsraad van de VN ingestelde ontwapeningscommissie, een vernietigend rapport uitbrengt over Iraks aanhoudende sabotage en tegenwerking, houden Frankrijk, Rusland en China nieuwe sanctie-maatregelen tegen. Daardoor krijgt Saddam de indruk dat hij straffeloos oorlog kan voeren tegen UNSCOM en over niet al te lange tijd - met behoud van een deel van zijn voor UNSCOM verstopte massavernietigingswapens - van het handelsembargo verlost zal zijn.

Zo blokkeerden Frankrijk en Rusland in juni een door de VS en Groot-Brittannië ingediend voorstel om een reisverbod op te leggen aan die Iraakse militairen en politici die UNSCOM het werken onmogelijk maken. Dat gebeurde nadat de inspecteurs van UNSCOM weer eens waren tegengehouden.

Op 21 juni sloot de Amerikaanse president Clinton met zijn Russische collega, Boris Jeltsin, in Denver een “akkoord” om samen in de Veiligheidsraad een resolutie te steunen inzake “aanvullende (straf)maatregelen” tegen die Irakezen die zich tegen de orders van de Veiligheidsraad bleven verzetten. Daarmee zouden er wel sancties worden opgelegd aan individuele Irakezen die deel uitmaken van de macht, maar het Iraakse volk als zodanig niet worden bestraft.

Dat akkoord bleef echter een vod papier. Opnieuw werd Saddams indruk versterkt dat de Raad niets tegen hem zou ondernemen. Vrijdagochtend gaf de Raad in een tandenloze resolutie zijn “vastbeslotenheid” te kennen om Irakezen die het werk van UNSCOM blijven hinderen, een uitreisverbod op te leggen. Bovendien besloot de Veiligheidsraad om zijn overleg over het al dan niet opheffen van de sancties met een half jaar uit te stellen.

Toch vonden Frankrijk, Rusland, China, Egypte en Kenia deze reeds buitengewoon afgezwakte resolutie nog te sterk. En dus onthielden zij zich van stemming, waardoor Saddam nieuwe moed putte en tot zijn besluit van gisteren kwam om zowel de Amerikaanse leden als de Amerikaanse verkenningsvliegtuigen van UNSCOM de toegang tot zijn land te ontzeggen.

Daarmee wordt UNSCOM - zonder dat de Irakezen het zeggen - het werk volledig onmogelijk gemaakt. Want hoewel UNSCOM internationaal is samengesteld, is zij in hoge mate afhankelijk van de gespecialiseerde kennis van de Amerikaanse inspecteurs. Zonder de evaluatie van deze specialisten en de inlichtingen van de Amerikaanse geheime dienst, CIA, kan UNSCOM haar inspectietochten niet ondernemen. Daarnaast heeft de vice-voorzitter van UNSCOM, de Amerikaan, Charles Duelfer, grote ervaring met de Irakezen - in tegenstelling tot de Australische voorzitter, de pas aangetreden Richard Butler.

Saddams laatste provocatie is uiterst pijnlijk voor Frankrijk, Rusland en China. Als permanente leden van de Veiligheidsraad is ook voor hen - vooralsnog - een de facto ontbinding van UNSCOM onacceptabel. Want zij kunnen het zich niet veroorloven hun stiekeme flirt met Saddam te belasten met een openlijk affront aan het adres van de VS èn een afbraak van het gezag van de Veiligheidsraad. Vandaar dat Franse en Russische diplomaten de afgelopen dagen Saddam al waarschuwden dat hij op het punt staat een “ernstige misrekening” te begaan.